|
Het weerbericht voorspelt zaterdag 31 januari 1953 weinig goeds. Via de
radio vernemen we het weerbericht van 18.00 uur: "Boven het noordelijke
en westelijke deel van de Noordzee woedt een zware storm tussen
noordwest en noord. Het stormveld breidt zich verder uit. Verwacht mag
worden, dat de storm de gehele nacht zal voortduren en in verband
hiermede werden vanmiddag om half zes de groepen Rotterdam, Willemstad
en Bergen op Zoom gewaarschuwd voor gevaarlijk hoog water.” Om elf uur
’s avonds is het zover. Het waterpeil in de Merwede stijgt met de
minuut. De buitendijks wonende mensen zijn op hun hoede. Heel Sliedrecht
is in rep en roer.
Al
omstreeks twaalf uur staat er water in de Kerkstraat en de Dijkstraat.
Het Klein Diep is buiten de oevers getreden. Langs de gehele dijk is men
buitendijks aan het ‘kisten’. Planken worden voor deuren en ramen
aangebracht. De hamerslagen klinken door het hele dorp. Het is dé
manier, die in de buitendijkse woningen al eeuwenlang wordt toegepast,
om het water buiten te houden.
Het anders
zo lieflijke ‘Klaaindiepie’, een boosdoener voor de bewoners van Wijk C
tijdens de Watersnoodramp van 1953 …
“In
de buitendijkse stoepwoning, A 178, waar ik opgroeide, is het al niet
anders. Mijn vader is bedreven in het ‘kisten’. Als hij zelf klaar is,
wordt er nog bijgesprongen bij de buren. Het water komt echter steeds
verder richting dijk. Tijd om binnen maatregelen te nemen. Het
vloerkleed in de kamer verhuist naar de zolder. De haardkachel en het
dressoir worden bovenop de tafel gestald. Andere meubel-stukken
verhuizen via het laddertje in de keuken naar de zolder. Nog is alles
droog in huis. Het water staat al op het stoepje voor de deur. Een
tijdje later horen we het tegen de kistplank aanklotsen. De wind giert
door de stoep. Een uur later nadert het water de dijk. Bij ons binnen
luidt op dat moment de noodklok. Het water is via het raam en even
daarna over de kistplank heen ons huis binnengedrongen. Het zeil wordt
al als verloren beschouwd. Van het behang zal weinig overblijven … We
hopen maar dat het hier bij zal blijven.”
Wellicht
zijn de mensen in de polder, zoals in Wijngaarden, nog niet op de hoogte
van wat er rond de dijken afspeelt. Tijd om de noodklok te luiden,
mobiele telefoons zijn uiteraard nog onbekend. Om half vier ’s nachts
begint het gelui van de torenklok van de Grote Kerk. De polderbewoners
zijn gewaar-schuwd! De dijk bij Papendrecht is doorgebroken! In
Sliedrecht is de toestand eveneens zorge-lijk. De dijk bij de Tolsteeg
loopt gevaar. Velen sjouwen met zand-zakken om een dijkdoorbraak te
voorkomen. Gelukkig slaagt men hierin.
“Intussen
zijn we naar de zolder verhuisd. Het water staat zo hoog in de
benedenverdieping dat de kolenhaard in de keuken met de poten in het
water staat. We hebben nog wel kunnen zien dat het water tot aan het
randje van de dijk gestegen is. Van mijn vader hoor ik dat het springtij
is! Het wordt – dat zal duidelijk zijn – een onrustige nacht. Van slapen
komt niets. Achteraf vraag ik me wel eens af of mijn vader beseft heeft
wat er met het oude huisje had kunnen gebeuren. De muren waren beslist
niet zo solide. Ik denk hier wel eens aan terug als ik de ravages zie na
een aardbeving ergens in de wereld …”
.jpg)
Om
zeven uur in de morgen luidt de torenklok opnieuw. Op de grens tussen
Giessendam en Sliedrecht is de dijk doorgebroken! Met grote kracht
stroomt het water al onder de ‘Witte Brug’ over de rijksweg de
Sliedrechtse polder in. Deze wordt nu van twee kanten bedreigd.
Gelukkig begint rond acht uur het water in de rivier te zakken.
Honderden koeien worden uit de Binnenwaard, uit hun warme stallen, naar
hoger gelegen delen gedreven. Ook op de dijk in Sliedrecht loopt het
vee, klaaglijk loeiend, onder begeleiding rond. De dieren worden in
loodsen en schuren, zelfs in tuinen ondergebracht.
Naar een
veilige plaats !
“Gelukkig
begint het water in onze stoep te zakken. De kistplank gaat er uit en
langzaam loopt het vieze water – we woonden nabij een kolenopslag – via
de deur naar buiten. Wat een troep blijft er over in de kamer en de
keuken. Op meer dan een meter hoogte is het behang drijfnat en
donkergrijs gekleurd. Het zeil lijkt veel breder en langer te zijn en
bobbelt aan alle kanten. Het huilen staat mijn moeder nader dan het
lachen. Ik, als 11-jarige jongen, zie er de ernst niet zo van in.
Integendeel, ik vind het allemaal reuze spannend. Vooral als ik hoor dat
de dijk op de ‘Kaoi’ doorgebroken is. Gauw er heen, slapen kan later
wel! Wat ik daar zie, zal ik nooit meer vergeten. Beseffen wat de
gevolgen zijn, doe ik niet echt. Het ergste vind ik nog wel dat een deel
van ons voetbalveldje weggespoeld is.”
Zondag
1 februari 1953 wordt er in niet één kerk een dienst gehouden.
Verbijsterd luistert men naar de radio. Het besef van een nationale ramp
dringt tot de mensen door. De toen nog kleine binnendijkse uitbreiding
komt langzaam maar zeker onder water te staan en de bewoners moeten uit
hun woningen vertrekken. Dit lot treft ook de bewoners van de vele
stoepen die Sliedrecht in deze tijd nog kent. De begraafplaats wordt
onbereik-baar. Op een open terrein aan de Merwesingel wordt een
noodbegraaf-plaats ingericht. Sliedrecht telt in 1953 het aantal van
16335 inwoners. Hiervan zijn er 6161, een kleine 40%, binnen Sliedrecht
bij familie, vrienden of kennissen ondergebracht. Bovendien worden ook
nog eens 1100 personen van buiten Sliedrecht in ons dorp opgenomen.
Helaas verliest een 86-jarige alleenwonende vrouw, L.Vogel-Kraaijeveld,
in Wijk C het leven als zij bij het vluchten voor het water de zolder
tracht te bereiken, maar van de trap valt. Als men haar later aantreft,
komt de hulp te laat!
.jpg) .jpg)
In
de polder verdrinkt helaas veel vee. De kadavers zijn maar moeizaam te
verwijderen. De dode dieren worden naar de rijksweg overgebracht en
vervolgens afgevoerd naar een destructiebedrijf.
Tijdelijk
rijden er geen treinen meer. Dit komt doordat de spoorbaan tussen het
Wantij en Baanhoek ernstig beschadigd is. De verbinding in de richting
Gorinchem is volledig onmo-gelijk.
Het
station Sliedrecht ligt te midden van een enorme waterplas.
Na de versterking van het baanlichaam kan de tijde-lijke verbinding
Baanhoek - Dordrecht worden ingesteld. Even wordt de oude halte Baanhoek
weer in gebruik genomen. Op 19 februari kan de gehele spoordienst echter
weer hervat worden.
“Mijn oma
woont binnendijks. Als bij ons het water verdwenen is en de boel zo goed
en kwaad als mogelijk opgeruimd is, komt in haar tuin het water juist
opzetten. Langzaamaan zie ik het achterste deel van haar tuin vol lopen.
Met een stok kras ik strepen op het tuinpad. Vol spanning ga ik elke
morgen, middag en avond kijken hoeveel water erbij gekomen is. Ja, ik
moet wel in de gaten houden dat mijn konijnen niet kunnen verdrinken.
Weet ik veel hoe hoog dat het water zou komen? Nou ja, ik heb toch mooi
de hele dag de tijd. Maandag nog even naar school geweest, maar gelijk
weer naar huis. De school had ook last van het water! Dat vinden we niet
erg. Een extra vakantie noemen we het. In de oude gepotdekselde schuur
van mijn oma, waar normaal alleen maar wat oude rommel te vinden is,
staan nu warempel een paar koeien. Best leuk eigenlijk allemaal …”
Herstel...
Al
op zondagavond 1 februari is het gat in de dijk bij de Kaoi dicht. In
Papendrecht duurt dat heel wat langer. Pas op 5 februari 1953 lukt het
daar om het veel grotere dijkgat te sluiten. Met veel pompen wordt het
water afgemalen. Ongeveer 1800 huizen hebben in het water gestaan en
1521 stuks vee hebben in Sliedrecht onderkomen gevonden. Hulpacties
komen op gang. Het zelf door de ramp getroffen Sliedrecht brengt
125.000,00 gulden op bij de inzameling voor het rampenfonds. Zodra
mogelijk vertrekken de baggeraars naar het zwaar geteisterde rampgebied
in Zuidwest-Nederland. De baggermaatschappijen beginnen met hun nieuwste
werktuigen aan het sluiten van de dijkgaten. Dit is een nog moeilijker
karwei dan het dichten van de dijken op Walcheren in 1946. Boskalis
werkt o.a. aan de dijkdichting bij Kruiningen op Zuid-Beveland. Volker
werkt o.a. aan het dijkherstel bij Schelphoek op Schouwen.
“Kom
ik op een morgen de waterstand weer ‘opmeten’ en zie dat de watermassa
bedekt is met een ijslaagje. Nou dat kan een mooie ijsbaan worden, denk
je dan. Dat wordt het inderdaad, maar schaatsen is er niet bij! De
politie kijkt er streng op toe dat er geen personen met minder goede
bedoelingen bij de leegstaande huizen komen. Zodoende ook voor ons
jongens verboden terrein! Met de koeien gaat het prima, de rest van de
schuur is intussen gevuld met hooi en stro. De waterhoogte zie ik
teruglopen. De dijken zijn weer dicht hoor ik verluiden. Nog steeds geen
school. De kachel van de centrale verwarming heeft in het water gestaan
en is nu kapot gevroren. Met nog een paar jongens moet ik me soms melden
bij de bovenmeester om wat huiswerk op te halen. Geen probleem, toch
tijd zat! Natuurlijk wagen we ons wel op verboden terrein. Dat geeft wat
spanning. Leuk is het vlotje varen op de losgespoelde bruggetjes over de
sloten waarover de boer normaal met paard en wagen van en naar zijn
weiland rijdt. Dat je daarbij wel eens een nat pak haalt, als je net
boven een sloot zinkt, neem je maar op de koop toe. Al met al was de
tijd van de watersnoodramp voor ons toch ook wel een spannende
belevenis. O ja, voor we vanuit de 6e klas op 1 april naar een nieuwe
school gegaan zijn, hebben we nog een paar gewone schoolweken
meegemaakt…”
Bron: De Tijd van Toen … Van Ir. W. Bos.
Cursieve teksten: Jeugdherinneringen van Bas Lissenburg.
Geheel bewerkt door Bas Lissenburg.
|