|
KERKEN
NAAST (UIT) DE NEDERLANDS HERVORMDE KERK
In de 19e eeuw is er in kerkelijk Nederland nogal het een en ander
gebeurd. Het gaat hierbij niet om de mooiste bladzijde uit de kerkgeschiedenis,
al moet tegelijk gesteld worden dat ondanks al de scheidingen/scheuringen
in de kerk de weg van GELOOF is opengebleven. Daarmee is volgens mij
duidelijk dat de kerk, hoe jammerlijk gescheurd dan ook, MEER is dan
een menselijke instelling.
Ontwikkeling kerkelijk leven Chr. Afgescheiden gem. Sliedrecht.
Zoals
de vorige keer beschreven, behoorden de leden van Sliedrecht tot de
'Streek gemeente' Giessendam – Neder-Hardinxveld. Die gemeente telt
rond de jaren 1841-1845 ongeveer 268 leden, (101 vanuit Sliedrecht).
De kerkdiensten worden, nadat de vrijheid verkregen is (1841), gehouden
in een nieuw kerkgebouw aan de Giessen.
Naast de Geref. Kerk (vrijgemaakt) in Buitendams is een schoenhandel.
In het metselwerk kun je de ronde bogen van de kerkramen nog zien.
Aan het kerkelijk leven mankeert nogal wat. De kerkenraadsvergaderingen
worden in Sliedrecht gehouden ten huize van P. Loch. Notulen van die
vergaderingen zijn pas vanaf 24 november 1844 gemaakt.
Voormalig kerkgebouw te Buitendams
Een
merkwaardige zaak was de viering van het Heilig Avondmaal
Op een kerkenraadsvergadering verschijnt Paulus Broere die de kerkenraad
erop aan spreekt dat het niet vieren van het avondmaal niet overeenkomstig
Gods Woord is. Er wordt wel een verklaring voor gegeven, maar toch
geven zij Broere gelijk. Kort daarop vindt de viering van dit sacrament
plaats.
Hoewel er wel wat vraagtekens zijn, wordt de eerste predikant kandidaat
H.G. Bomcke. Op 27 oktober 1844 wordt deze bevestigd. De jeugdige
predikant is pas 21 jaar! Hij zal wel bijzondere gaven hebben gehad.
De classis Gorinchem stemt in, met de opmerking dat de heer Bomcke
nog een maand of zes bij hen ter studie moet komen.
Ds. Bomcke is niet lang predikant geweest. Op 10 mei 1847 overlijdt
hij, vermoedelijk tijdens een epidemie (cholera?).
Zijn opvolger wordt ds. H.M. Wiersma.
Sliedrecht Intussen wordt in Sliedrecht steeds meer gedacht aan een
eigen plaats van samenkomst. Elke zondag naar de kerk in Giessendam
gaan, is toch ook niet alles.Op een classisvergadering te Dordrecht,
27 april 1853, delen kerkenraadsleden van Giessendam mee dat de leden
van Sliedrecht begeren zelfstandig te worden. Het verzoek wordt door
de classis "profeitelijk" gevonden en daarom ingewilligd.
In de notulen van de kerkenraad te Giessendam, 27 juni 1853, lezen
we dat zij voor het eerst vergaderen zonder de broeders uit Sliedrecht. Omdat
verder geen gegevens aanwezig zijn, wordt deze datum aangehouden als
datum van instituering van de Chr. Afgescheiden gemeente te Sliedrecht.Consulent
werd ds. S. O. Los uit Werkendam. Dadelijk werd begonnen met het houden
van kerkdiensten en een zelfstandige kerkenraad te kiezen.
De plaats van samenkomst was in wijk A (Rivierdijk 423-429).Of de
kerk vanaf juni 1853 al de plaats van samenkomst was is niet na te
gaan. Het eerste notulenboek is niet aanwezig. Gegevens over Sliedrecht
zijn alleen te vinden in Giessendam en bij de classis Dordrecht.
Ook Sliedrecht moest officiële erkenning aanvragen. Op 28 juni 1853
wenden A. Meijer en ´twee anderen` zich tot Koning Willem III om erkend
te worden als een gemeente van de Chr. Afgescheidene Gereformeerden.
Het verzoek wordt afgewezen.Het verzoek is niet ondertekend door alle
leden. Ook de naam GEREFORMEERD mag niet voorkomen in het verzoek,
"als behoorende de naam van Gereformeerd aan het Hervormd Kerkgenootschap".
Opnieuw wordt een verzoek ingediend. De ondertekenaars verklaren
onder meer een gebouw in eigendom te hebben, geheel geschikt voor
hunne Godsdienstoefeningen, staande op het perceel Sectie -C- no.
1732. (Wijk A ). De pastorie staat voor de kerk. Bij Koninklijk besluit
van 28 december 1853 wordt de Christelijke Afgescheiden gemeente te
Sliedrecht erkend.
|