14 – Vereniging van het Christelijk Onderwijs

School-1401
De omgeving van de “Kooijmanneschool”. Zo te zien een kinderrijke buurt

We richten ons voor de tweede maal op de scholen van de “Vereniging van het Christelijk Onderwijs”. Als bron gebruiken we de jubileumuitgave, geschreven in 1993, door J. L. de Vries.

De vereniging telt, op het moment dat we het verhaal vervolgen, twee scholen. De oudste op de plaats waar nu Residentie Merweborgh gevestigd is en de nieuwe school op de plaats waar de voormalige Beatrixschool in de Kerkbuurt was.

Periode: 1910-1920
In 1911 de aanbesteding van de nieuwe school B 76 aan het Middenveer.

School-1402Metselwerk: A. de Gruijter f 4497,-. Timmerwerk: Hofman f 5956,-.
Schilderwerk Van der Leun f 449,-

De school werd geopend op 1 augustus 1911.

De in 1993 92-jarige Jan Blokland wist zich nog het vers te herinneren dat moest worden opgezegd.

“De oude school was haast versleten.
Was het een wonder dat wij wensten,
Kwam de nieuwe school maar gauw.
Maar wie zal die school ons bouwen
Wie zal zorgen voor het geld?”Over die vraag heeft het bestuur zich menigmaal het hoofd gekweld………….

School-1403Kooijmanneschool
In 1912 vertrok het hoofd, de heer van den Berg, van de beneden school. Hij werd opgevolgd door de heer Kooijman.

Uit het onderzoek van het bestuur bleek: “Goed onderwijzer; verder zijn het wel nette eenvoudige lieden zowel man als vrouw”

De heer Kooijman bepaalde jarenlang het gezicht van de benedenschool die al snel de KOOIJMANNESCHOOL werd genoemd.

In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. In de notulen is hierover niets te vinden.

Ook in dit jaar werd de heer Ten Haven aangesteld als hoofd van de “Veereschool”. Maar hij ging al weer snel weg om te worden opgevolgd door de heer Kool.

Verder waren er nog wat problemen
Men liet de kinderen niet deelnemen aan de Koninginnedagviering bij het NS station, omdat men het te gevaarlijk vond. Er kwamen daar 1000 kinderen bij elkaar zonder goede orde en toezicht.

Het onderwijzend personeel werd erop gewezen dat zij meer aandacht moesten geven aan het zondagsschool- en evangelisatiewerk.

Bericht bestuur aan de onderwijzers: Uw aandacht voor artikel 12 van Uw aanstelling, waarin bepaald dat van het onderwijzend personeel verwacht wordt dat zij Evangelisatiearbeid ter plaatse steunt en behulpzaam is bij de zondagsschool.

Uit het kasboek 1915:
De oude vlaggenstok brengt bij verkoop 80 cent op.

In 1918 werd een start gemaakt met het Uitgebreid Lager Onderwijs (ULO). De zgn. Kopschool met als hoofd de heer Van Neutegem. Hierdoor gingen vroegtijdig leerlingen van de klassen 7 en 8 naar deze school. Uiteindelijk zou in 1922 de eerste Christelijke Mulo-school gesticht worden In een samenwerkingsverband met de Gereformeerde schoolvereniging onder de naam “Bond van Christelijke scholen”.

Van Haaftenfonds
De vereniging werd tussenpersoon bij het oprichten van het Van Haaftenfonds .

Uit de brief: “Hierbij behoort een bedrag van drieduizend gulden bestemd om de rente te doen geworden aan de rechtzinnige predikant(en) der Nederlandse Hervormde Gemeente ten einde genoemde predikant(en) in de gelegenheid te stellen aan armen, zieken, enz. in de gemeente weldadig te bewijzen…. .“

Periode: 1920-1930
Het bestuur bestond toen uit de heren:

– M.C. de Jong. Voorzitter. (Hij trad af in 1922 na 29 jaar voorzitter te zijn geweest)

– M B.Y. de Jong.

– M.P. van Haaften.

– J.G. de Bel.

– A. van Ballegooijen.

– Van Splunder.

School-1404
Personeelsfoto 1920; rechts dhr. Kooyman

In 1920 nam de Tweede Kamer een wet aan, waarbij het Christelijk Onderwijs financieel gelijkgesteld werd met het openbaar onderwijs. De lange “schoolstrijd” was ten einde.

De bovenschool werd te klein. De totale schoolbevolking bedroeg 304 leerlingen. Er zaten gemiddeld 45 leerlingen in de klas. Een uitbreiding van het gebouw werd gerealiseerd.

Vanuit de vereniging kwam de vraag of er wel voldoende toezicht was bij de leveranties van de kolen aan de scholen. Het bestuur voelde er niets voor dit te controleren en vond het een kwestie van vertrouwen.

In 1924 stelde het bestuur f 50. – beschikbaar voor een schoolreisje in de grote vakantie.

In 1925 opende men een derde school in het gebouw van de voormalige school IV. Nu is in een gedeelte van het gebouw de muziekvereniging Crescendo nog actief. Hoofd werd de heer Lablanc. Later volgde de heer Snijders hem op.

Het voornemen was deze school naar de nieuwe uitbreiding van de gemeente Sliedrecht te verhuizen (de latere Prinses Julianaschool).

De schoolhoofd, de heer Kool verliet in 1927 de bovenschool. De heer Meijer volgde hem op.

In 1928 laaide er binnen het bestuur een felle discussie op in hoeverre er mee gedaan moest worden met de oprichting of ondersteuning van een vereniging tot oprichting en instandhouding van Christelijke bewaarscholen. Men besloot in ieder geval een geldelijke bijdrage te geven.

Let op:

Het bestuurslid Van Ballegooijen stelde voor nieuwe personeelsleden voortaan niet aan een vaste school te benoemen.

Het bestuur drong er op aan, bij drie hoofden, over te gaan tot centrale inkoop van schoolmateriaal. In 1993 nog niet gerealiseerd en nog steeds een onderwerp van gesprek.

Gedachten over de oudercommissie in die tijd
Notulen 15 april 1929: “Het bestuur vindt een oudercommissie niet wenschelijk. Het hoofd, de heer Meijer, oppert de vaders zitting te laten nemen in een feestcommissie bij een feestdag in de buitenlucht. Hij zal hiervoor een plannetje maken.“

Tijdens de algemene ledenvergadering van 15 april 1929 besloot men de nieuwe Prinses Julianaschool te bouwen.