16 – Openbaar onderwijs

In eerdere afleveringen hebben we het onderwijs in Sliedrecht beschreven vanaf het eind van de 16e eeuw tot het jaar 1907. Daarna hebben we speciale aandacht geschonken aan het Gereformeerd onderwijs en dat van de “Vereniging van het Christelijk Onderwijs”.

In de vorige uitgave pakten we de draad weer op bij het openbaar onderwijs. We gaan nu verder vanaf het jaar 1916.

Openbare Scholen in 1916
Sliedrecht kende toen de volgende openbare scholen: School 1 in het oosten van Sliedrecht, ongeveer op de plaats waar nu het woonwagenkampje aan de Rivierdijk is. School 2 was te vinden direct ten westen van de Boschlaan. School 3 was gehuisvest in het gebouw dat later bekend zou worden als ‘De Korf’ en ook jarenlang diende als ambachtsschool. School 4 stond op de plaats waar nu het verenigingsgebouw van Crescendo tegenover de Grote Kerk is. School 5 was de voorganger van de “Blauwe School” te Baanhoek en ongeveer op dezelfde plaats te vinden.

School-1601School 3
Een overzicht van een gedeelte van de Kerkbuurt. Links boven de Chr. Ger. Kerk, aan de onderkant de Boerenstoep. Verder links op de foto de panden van Van Mourik en Van Beuzekom.

Het witte gebouw is de vroegere school 3. Ook wel bekend als de Frahmeschool, genoemd naar een vroeger schoolhoofd.

“De Standenschool”
School 3, in de volksmond “De Standenschool” geheten, wordt in 1916 omgezet in een school waarbij de U.L.O.afdeling wordt afgesplitst van de lagere school. De school gaat negen klassen tellen en is bestemd voor leerlingen die na de eerste zes jaren verder zullen leren. Het lesprogramma is hierop aange­past.

Volgens schoolhoofd Berger, die een toelichting op de uitbreiding van het leerplan geeft, zal School 3 een school worden die opleidt tot toelating tot de 2e klas van de H.B.S. en voor enkele leerlingen zelfs tot de 3e klas. Verder moet het mogelijk zijn het U.L.O. diploma te behalen te Sliedrecht.

De school telt intussen 92 leerlingen. De nieuwe cursus opent met 20 leerlingen. De schoolcommissie staat sympathiek tegenover de ideeën.

Energieprobleem
De schoolcommissie levert in 1917 een bijdrage van f 30,00 voor de schoolreizen van de openbare lagere scholen. Op de kosten van het licht moet bespaard worden. De leerkrachten dienen er, volgens de schoolcommissie, op toe te zien dat de lampen niet onnodig branden! Een ander energieprobleem is het gebrek aan kolen… De scholen worden als gevolg hiervan voorlopig op zaterdag gesloten. De lessen van die ochtend worden verschoven naar de vrije woensdagmiddag.

Ook is er weer sprake van een damescomité tijdens de handwerklessen. Zij zouden de vorderingen in het vak Nuttige Handwerken beter kunnen beoordelen dan de mannelijke leden van de schoolcommissie…

Zorgenkindje
Door het uitbreken van besmettelijke ziekten wordt een enkele school in 1918 gedurende vier weken gesloten. Bovendien eist de Spaanse griep zijn tol.

Het schoolhoofd van de U.L.O. (school 3) moet de verantwoordelijkheid dragen voor alle klassen van zijn school. De U.L.O. afdeling zal starten in klas 4. Van alle andere openbare scholen zullen de daarvoor in aanmerking komende leerlingen, na het met goed gevolg doorlopen hebben van klas 3, gerekruteerd worden.

De school blijft echter een zorgenkindje. Ook nu weer moet de schoolcommissie, na gedaan schoolbezoek, in de pen klimmen. Tot het College richt men de volgende woorden:

“Naar het oordeel van de Commissie kan de verkeerde toestand die aan school 3 heerscht niet verbeteren wanneer niet zoo spoedig mogelijk een einde wordt gemaakt aan de combinatie der klassen 1 en 2 en aan die van 3 en 4, aangezien naar het oordeel van de Commissie de leerkracht voor 3 en 4 niet voor zijne taak is berekend voor gelijktijdig de leiding van twee klassen op zich te nemen en de orde in combinatie klassen 1 en 2 alles te wenschen overlaat.”

Voorstel tot schoolbouw
In 1918 wordt door het College van Burgemeester en Wethouders de bouw van een nieuwe school voorgesteld. De wens is in 1920 de nieuwbouw in gebruik te kunnen nemen.

Hoewel het aantal leerlingen zodanig is dat school 5 wel erg vol is, is de bouw volgens de schoolcommissie niet urgent. Een aantal leerlingen wordt overgeplaatst naar school 4. Bij het schoolhoofd komen hierdoor veel klachten binnen! De leerlingen moeten te ver lopen vanaf Baanhoek tot de Grote Kerk… Een betere oplossing zou geweest zijn om op school 5 één van de grote lokalen te splitsen en zodoende te komen tot een school met zeven lokalen, wat toch op afzienbare tijd nodig zou worden.

De hoofden van school 3 en 4 brengen een gunstig rapport uit over de onlangs ingevoerde nieuwe viermaandelijkse leerlingrapporten.

Het aantal leerlingen op school 3 is gegroeid naar 125 tegenover 45 in 1915.

Het schoolreisje voor de scholen 1, 4 en 5 gaat naar Scheveningen en Den Haag. Nog steeds bestaat er voor de leerlingen de mogelijkheid om landbouwverlof te krijgen.

De nieuwe speelplaats van school 3 kent veel wateroverlast en biedt geen schaduw aan de leerlingen.

Toch nieuwbouw
Een tweetal hoofden van scholen vertrekt in 1919 uit Sliedrecht. De heer Faber (school 1) wordt opgevolgd door de heer A. van Eerden. Voor de heer Huisman (school 4) komt de heer E. van Zoest in de plaats.

Het voorstel tot het openbaar zijn van de vergaderingen van de Schoolcommissie stuit niet op bezwaren. Wel dienen de beoordelingen bij de commissieleden te blijven. Ook met de publicering van ’t jaarverslag wordt op verzoek van de Bond van Nederlandse Onderwijzers, afdeling Sliedrecht, ingestemd.

Het eerdergenoemde “Dames-Comité” krijgt toegang tot de scholen. Volgens de wet hebben de dames echter geen bevoegdheden tot schoolbezoek.

School-1602School 6
Voor school 4, schuin tegenover de Grote Kerk, komt voor 1 april 1919 een zevende lokaal gereed. Plannen voor een nieuwe school op de aangelegde uitbreiding buitendijks zijn ingediend bij het ministerie in Den Haag. Het gaat hierbij om de nieuwbouw van school 6 in de Wilhelminastraat.

Zieke leerkrachten
De leerlingen van school 3 worden op basis van het rapport zonder examen toegelaten tot de Dordtse H.B.S. Een aangename verrassing voor de kinderen en het hoofd van de school.

De toestand op school 3 is volgens een Schoolcommissielid weer eens onhoudbaar: “Een onderwijzeres is reeds geruime tijd ziek, de tijdelijke onderwijzeres is ziek. Het is typerend hoe men “geeft” om school 3. Nog tijdens de vergadering van de Schoolcommissie wordt met de burgemeester gebeld om een vervangster voor haar aan te stellen.

Andere leerkrachten zijn regelmatig ziek. Een geval spant wel de kroon. Een der onderwijzers is niet al te sterk, kampt met een zwakke stem en was naar zeggen doof aan één oor en bovendien slecht van zicht. Hoe is het mogelijk dat zo iemand is goed gekeurd voor het onderwijs?

Voor ’t eerst wordt een vader van één der schoolgaande kinderen op de voordracht voor een benoeming in de Schoolcommissie geplaatst, weliswaar op een tweede plaats na het periodiek aftredende lid.

Nieuwe onderwijswet
De nieuwe onderwijswet van 1920 maakt een einde aan de werkzaamheden van de aloude Schoolcommissie. Maandag 30 mei 1920 wordt een nieuwe commissie geïnstalleerd door Burgemeester Drijber.

De Schoolcommissie is voortaan samengesteld uit belangstellenden en personeelsleden van de openbare en bijzondere scholen. Opmerkelijk daarbij is de benoeming van een tweetal damesleden.

Leden bij de installatie zijn: mevrouw Kalis-Visser, mevrouw Smelt-Brinkhorst en de heren Hage, Smeding, Van Wijngaarden, Van der Graaf, Van Neutegem, Kooyman, Berger en Van Zoest. Voorzitter wordt de heer Van Neutegem, hoofd U.L.O. school voor bijzonder onderwijs. Secretaris de heer Kooyman.

Het eerste besluit dat de nieuwe Schoolcommissie neemt, is handhaving van het uitreiken van “Belooningen en Eereblijken”. Een soort diploma dat wordt verstrekt aan de leerlingen die de school gaan verlaten na voldaan te hebben aan de leerplicht.

Het tweede betreft een advies tot het handhaven van de bestaande situatie aan school 3, waarbij de stamschool (klas 1 t/m 6) en de kopschool (klas 7, 8 en 9) onder één hoofd moeten blijven. Het voorstel van B& W om geen eerste klas meer te vormen aan school 3 wordt hiermee verworpen, waardoor het voortbestaan van de school wordt gered.