2025-16 – Zomaar op een ochtend

Het is lente, u weet wel, zo’n dag dat je voelt dat de zomer d’r aankomt. De natuur is fris groen en vrouwen dragen luchtige kleding, in Vlaanderen noemen ze dat een schoon kleedje en iedereen heeft het naar z’n zin. We stappen juist voor elf uur ‘s morgens binnen in een oud café op de markt om koffie te drinken. Het café draagt de naam Den Leeuw, het was vroeger ook een herberg en op de binnenplaats was vroeger een leerlooierij. Door de tijd heen is er nauwelijks iets aan het interieur van het café veranderd. Mooier kan een café eigenlijk niet zijn. Op de markt staat de kerk, verder het raadhuis, een enkel winkeltje, de dienst voor het toerisme, restaurantjes en cafés met terrassen. We zitten binnen omdat het terras vrijwel vol zit.  

2025-16 - Zomaar op een ochtend
Café Den Leeuw

De koffie wordt geserveerd, elk kopje op een schaaltje met een vers koekje, een chocolaatje en een klein glaasje advocaat met slagroom. Dat hoort bij de koffie vinden ze. We hebben uitzicht op de kerk, daar staat een wagen van een marktkoopman. De kraam staat aan de zijkant open, kippen aan ‘t spit draaien rond en worden al geurend gaar. De lucht van het gebraad trekt over de markt en de kerk in. Vanwege het mooie lenteweer staan de deuren van de kerk open. Als de kerk om elf uur uitkomt zijn de kippen gaar. Slim van die marktman. Een deel van de kerkgangers nemen een vers gebraden kippetje mee in een zo’n handige warmhoudzak. 

De meeste kerkgangers zoeken een terrasje op of gaan de cafés in. We herkennen twee oudere dametjes, ‘t zijn waarschijnlijk zussen of vriendinnen. Ze komen Den Leeuw binnen en bestellen twee koffietjes. Er is altijd wat te praten, met elkaar of met de mensen met wie je een tafel deelt. Gezellig, want zo hoor je nog eens wat. Als ‘t met de koffie gedaan is bestellen de dames meestal een glas port; een porto, zeggen ze dan. Al pratend nippen ze van de porto en krijgen blosjes op de wangen. Daarna betalen ze ‘t gelag bij Mieke, de baas van Den Leeuw en lopen terug naar de kerk waar de marktkoopman zijn laatste kippetjes verkoopt. Ondertussen is het plezierig druk in ‘t café en worden pinten geschonken. Elk biersoort kent zijn eigen glas. Een door Mieke getapte Westmalle trippel, aan tafel geserveerd met een vrolijke lach en een bakje nootjes, nou, da’s zalig genieten. 

‘t Schrijverke