Een week of drie is het rustig in ons land, vakantietijd. In Sliedrecht is dit ook te merken.
Het verkeer, op straat, in winkels en overal waar je normaal activiteiten ziet, is het nu stil. Een gangbare Nederlandse term hiervoor luidt: ‘komkommertijd’. Weinig nieuws. Het gezegde is ontleend aan aan de tijd dat komkommers geoogst werden. Tegenwoordig zijn er altijd komkommers. Vroeger waren er zelfs komkommers met een witte schil. Die zie je niet meer.

De uitdrukking ‘komkommertijd’ komt in meerdere landen voor. In Engeland heet het ‘cucumber time’. De Duitsers noemen het ‘Sauergurken zeit’. In Polen, zeggen ze ‘sezon na ogórki’. In Frankrijk is het dan ‘Saison du concombre’. In al deze landen bedoelen ze het zelfde als wij. Een andere uitdrukking is: ‘tot in de pruimentijd’, ook ontleend aan de zomerperiode wanneer de pruimen rijp zijn. Het gezegde wordt gebruikt als groet waarbij niet precies bedoeld wordt tot wanneer. Dus als je tegen iemand zegt ‘tot in de pruiimentijd’, kan het nog wel even duren voor je elkaar weer ziet. Met ‘niet te pruimen’, wordt iets onsmakelijks bedoeld. Zo is een ‘droogpruim’ vaak een saai iemand. Wie chagrijnig overkomt zou je een ‘zuurpruim’ kunnen noemen. ‘Pruimen doen ruimen’ betekent dat pruimen laxerend kunnen werken.
De Nederlandse dichter, toneelschrijver en historicus Pieter Corneliszoon Hooft leefde van 1581 tot 1647. Hij was drost (beheerder) van het Muiderslot en baljuw van Naarden (vertegenwoordiger van de landsheer). Collega’s van P.C. Hooft werden lid van de Muiderkring, voerden discussies, aten gezamenlijk en dronken daar waarschijnlijk een glas wijn bij. Als de gasten van P.C. Hooft na enige tijd het Muiderslot weer verlieten werd de uitspraak ‘tot in de pruimentijd’ ook al gebezigd.
De Nederlandse dichter, jurist en politicus Jacob Cats, 1577 – 1660, was regelmatig te gast op het Muiderslot. Het verhaal gaat dat de vakbroeders onderling wel eens taalkundige grappen uithaalde.
Op een zeker moment, waarschijnlijk na een wijnrijke maaltijd, nam P.C. Hooft een kaars van tafel en liet enkele druppels kaarsvet op de jas van Jacob Cats druipen en sprak: ‘Vet smet’. Hierena stond Jacob Cats op en gaf Hooft een klap voor z’n kop en zei: “Ik tik”. Waarmee Jacob Cats de wedstrijd voor het uitspreken van het kortste gedicht won.
‘t Schrijverke.