Nieuwsbrief per email


Om kosten te besparen zouden wij het op prijs stellen, als wij uw e-mailadres krijgen om de nieuwsbrief in het vervolg per mail te kunnen sturen. U kunt uw e-mailadres dan sturen naar het secretariaat: KLIK HIER.

Bij voorbaat dank.

 

De heer Kadijk vertelt

De heer Kadijk over de gebeurtenissen in de Biesbosch

Tijdens de tentoonstelling over de Merwedegijzelaars in het Sliedrechts Museum (16 mei – 13 juni 2009) ontmoette ik de heer Rent Kadijk. We raakten in gesprek. Hij vertelde me dat hij ten tijde van de razzia met zijn familie in de Sliedrechtse Biesbosch woonde en dat hij zich de gebeurtenissen die zich toen hebben afgespeeld nog goed kon herinneren. Omdat ik nooit andere mensen heb kunnen vinden die over de aanslag bij de Helsluis wilden of konden praten, heb ik de heer Kadijk gevraagd of ik zijn herinneringen mocht optekenen. Dat mocht, waarna ik hem vrijdag 14 augustus 2009 bij hem thuis heb opgezocht (in gezelschap van Gert Romijn, die het interview gedeeltelijk met zijn camera heeft vastgelegd). De heer Kadijk benadrukt dat onderstaand verhaal zijn verhaal is, ofwel zijn herinneringen aangevuld met wat hij na de oorlog van anderen – waaronder zijn ouders -over de gebeurtenissen heeft vernomen.

Van origine komt de heer Kadijk uit het noorden (Groningen) van het land. Op vierjarige leeftijd verhuisde het gezin naar Zuid-Holland. De familie Kadijk, die negen kinderen telde, betrok een boerderij in de Sliedrechtse Biesbosch gelegen langs de Beneden-Merwede in het latere natuurgebied kort en Lang Ambacht. In de jaren ’70 van de vorige eeuw werd het gebied door Dordrecht ingelijfd, waarna het werd omgedoopt tot ‘De Merwelanden’.

De heer Kadijk (1931) was nog jong toen de oorlog uitbrak, maar weet zich vooral van de laatste oorlogsjaren nog veel te herinneren. In de boerderij kwamen veel mensen over de vloer, er werd zelfs onderdak aan onderduikers geboden. Iets wat de heer Kadijk overigens pas na de oorlog verteld werd. Hij wist nooit beter dan dat deze mensen, waaronder een Jodin, ‘gewoon’ op de boerderij werkzaam waren. Op zich niet zo vreemd, want in de personeelswoning van de akkerbouwboerderij Kadijk verbleven van maandag tot en met zaterdag altijd werknemers, veelal uit het Brabantse Land van Heusden en Altena. Onder hen ook drie vaste werknemers uit Sliedrecht, die een vrijstelling hadden en dus niet naar Duitsland hoefden om daar voor de bezetter te werken.

De heer Kadijk vertelt: “Het Joodse meisje was via de heer Timmers uit Gorinchem bij ons ondergebracht. Eind 1938, na de Kristallnacht, was ze met haar familie uit Duitsland gevlucht. Het gezin kwam in Dordrecht terecht, waar ze een hoedenwinkeltje op de hoek van de Voorstraat met het Scheffersplein begonnen. Rond 1942 was het daar ook niet meer veilig en werden er onderduikadressen geregeld, de kinderen apart van de ouders. Een van de dochters kwam bij ons in huis. Omdat ze geen uitgesproken Joods uiterlijk had, werd ze niet verborgen maar draaide ze mee op de boerderij waardoor wij kinderen dus dachten dat ze een dienstmeisje was. Ook zaten er drie onderduikers op een nabij onze boerderij gelegen ark, ‘de Pieter’ geheten. In april 1944 werd het onrustig in de regio. In Giessendam had de jonge landwacht Westdijk bakker Wouter Smit dood geschoten, ik meen met zijn jachtgeweer. In de periode daarna kwam het mijn vader ter ore dat het verzet, wat toen trouwens nog niet zo genoemd werd, wraak wilde nemen op de groep steeds brutaler wordende NSB-ers. Een tip over onderduikers diende als lokaas om de landwachters in de Sliedrechtse Biesbosch in de val te laten lopen. Hoewel mijn vader niets moest hebben van het nationaalsocialisme, keurde hij deze actie niet goed. Hij was sowieso tegen gewapend verzet, maar hij vermoedde ook dat de Duitsers hard terug zouden slaan als het verkeerd af zou lopen. Het zekere werd in ieder geval voor het onzekere genomen: onze onderduikers vertrokken. De drie uit de ark vertrokken op eigen gelegenheid, voor de Joodse onderduikster werd een ander adres gezocht. Ze keerde niet meer maar zou de oorlog wel overleven, dit in tegenstelling tot haar ouders. We hadden na de oorlog nog een enkele keer contact met haar, tot ze naar New York emigreerde.

Helsluis

De aanslag bij de Helsluis 
Mijn ouders wisten dat de actie tegen de landwachters in de nacht van 9 op 10 meei 1944 uitgevoerd zou worden. Het was op een dinsdag en ik herinner me dat de spanning om te snijden was. Mijn vader stond continu voor het raam. Lange tijd bleef het stil, maar ‘s nachts rond 01.00 uur hoorden we schoten. We lagen in bed en wachtten in spanning af wat er zou gaan gebeuren. Een half uur later kregen we bezoek. Omdat er steentjes tegen de ramen gegooid werden, wist mijn vader dat het goed volk was. Het waren drie van de zes verzetsmensen die bij de aanslag betrokken waren. Een van hen, Co Bakker, bleek zwaargewond. Hij werd in onze boerderij opgevangen tot hij in de vroege morgen werd opgehaald. In de slaapkamer van mijn ouders werd er een matras voor hem neergelegd. Van slapen zal niet veel gekomen zijn. Bakker was op zijn hoede en had zijn pistool continu binnen handbereik, want de aanslag had dan wel niet in de zeer directe omgeving van de boerderij plaatsgevonden, het was niet ondenkbaar dat er een spoor naar ons huis zou leiden. Als kinderen hebben wij die nacht overigens niets meegekregen van de onverwachte logé. We gingen de volgende morgen al vroeg naar school en Bakker bleef tot een uur of 10.00 ‘s ochtends in de slaapkamer van mijn ouders wachten tot hij werd opgehaald. Pas later hoorden wij, de oudste kinderen, van onze ouders wat er zich die nacht had afgespeeld. Het verzet had de landwachters inderdaad met een verhaal over vermoedelijke onderduikers naar de Biesbosch gelokt. De zes mensen van het verzet lagen in hun tweepersoonskano’s op de boot van de landwachters te wachten. Sluiswachter Van Alphen was op de hoogte van de actie en had de sluis die nacht een stukje open laten staan. Toen de boot van de landwachters er om 01.00 uur nog niet was, besloten de mannen in de kano’s te vertrekken, teleurgesteld dat het verwachte treffen uitbleef. En toen kwam het er alsnog van. Toen de kano’s de Helsluis bereikten, kwam daar de boot met de landwachters hen tegemoet. Middenin de kolk van de Helsluis kwam het alsnog tot een treffen. Twee van de zes raakten daarbij gewond, maar het verlies aan de kant van de landwachters was groter. Er vielen twee doden: Okkerse en Westdijk. De laatste was de vader van de jonge landwacht die Wouter Smit een maand eerder had doodgeschoten. Landwacht Wim Ceelen had de derde dode kunnen zijn, maar het verhaal gaat dat zijn luiheid hem het leven heeft gered. Omdat hij voor in de boot onderuit gezakt zat, trof een van de kogels niet zijn hoofd, maar zijn alpinopet waar ie dwars doorheen ging … De mensen van het verzet hadden allemaal kans gezien zich na de aanslag uit de voeten te maken: drie meldden er zich bij onze boerderij, de andere drie vluchtten naar Dordrecht. Maar daarmee kreeg de geschiedenis geen happy end.

Represaille
Zoals mijn vader al voorspeld had, werd het nu spannend. De Duitsers wilden de onderste steen boven, waarna er zeker een passend antwoord op deze aanslag zou komen. Toen wij, de kinderen, de volgende ochtend zoals gebruikelijk in de roeiboot stapten om naar de overkant te varen om naar school te gaan, zagen we dat men al met een speurhond op de hoek van de polders Kort en Lang Ambacht/ Polder Stededijk nabij onze boerderij bezig was. We schrokken, dit zou wel eens linke soep kunnen worden. Door toedoen van een politieagent uit Hardinxveld werd de hond echter het water in geleid. De agent deed het voorkomen of de zwaargewonde man van het verzet daar de rivier over zou zijn gestoken. Daar liep het spoor uiteraard dood. Ik moet er niet aan denken wat er gebeurd was, als de hond de weg naar onze boerderij wel had gevonden. We hebben toen echt heel veel geluk gehad. Het nieuws van de aanslag ging verder als een lopend vuurtje en je merkte dat iedereen gespannen en alert was. Op school meende ik ook enige nervositeit bij onze onderwijzer te bemerken, waardoor ik tot op de dag van vandaag het vermoeden heb, dat ook hij iets te maken had met de actie van het verzet. Het blijft bij een vermoeden, het is nooit echt duidelijk geworden welke mannen precies verantwoordelijk waren voor de aanslag en dus ook niet wie de dodelijke schoten hebben gelost. Zaterdag 13 mei 1944 werd de landwacht Westdijk begraven. Een grote stoet vertrok met veel opsmuk, zoals vlaggen en vaandels, vanaf zijn woning op de Rivierdijk. Er waren veel NSB-ers en jongelui van de Jeugdstorm bij aanwezig. In de week daarna volgde de represaillemaatregel van de bezetter.

Op dinsdag 16 mei werden er enkele vooraanstaande burgers van hun bed gelicht. De Duitsers hadden hiervoor een lijst opgesteld, waarop onder andere de namen van de heren Touwe, Groenewold, Lanser, De Heer, Beenhakker, Verhoeve, Drapers, Hofman en dominee Van Tol stonden. Enkele van hen konden nog gewaarschuwd worden, maar Touwe, Verhoeve, Drapers en Hofman werden met nog enkele andere mannen waar ik de namen niet van weet als gijzelaar – zij kregen als eerste de naam Merwedegijzelaars – naar Kamp Vught afgevoerd. Daar worden ze begin september, kort na Dolle Dinsdag, vrijgelaten. Later is de grote groep jonge mannen van tussen de 18 en 26 jaar bekend geworden onder de naam Merwedegijzelaars. Ook het inrekenen van deze jonge kerels zie ik nog zo voor me. Twee van hen werkten bij ons op de boerderij: Gerrit van der Kreeft en Piet van der Sluijs. Zij woonden in Sliedrecht en kwamen iedere ochtend per boot naar de boerderij om daar te werken. Ze hadden alle twee een Ausweis en waanden zich daarmee veilig. Dat bleek een misrekening, want toen ze op de vroege ochtend van 16 mei 1944 over wilden varen, werden ze toch opgepakt en afgevoerd naar Kamp Amersfoort. Van daaruit werden ze vervolgens op transport gezet naar Duitse kampen. Gerrit van der Kreeft keerde nooit meer terug’

De heer Kadijk vertelt het verhaal alsof het gisteren gebeurd is. Zelf denkt hij dat zijn herinneringen zo goed bewaard gebleven zijn, omdat hij als jongen van 13 veel hoorde en zag. De boerderij lag gunstig daar in de Biesbosch, er kwamen veel crossers over de vloer en dan waren er ook nog de onderduikers. ‘Natuurlijk praatte je daar nooit met iemand over’, aldus de heer Kadijk. ‘Dat was veel te gevaarlijk. Ik werd gedwongen alles voor mezelf te houden. Niet zo gek, dat dit zijn weerslag op me had. Door de spanning kon ik me zeker niet altijd even goed concentreren op school’.

Op de vraag of vader en moeder Kadijk na de oorlog zijn onderscheiden voor hun dappere daden antwoordt de heer Kadijk ontkennend. ‘Het verzet heeft zich daar wel voor ingespannen, maar mijn vader heeft dat eigenlijk altijd afgehouden. Hij was er de man niet naar zich hiervoor op de borst te laten kloppen. Mijn ouders deden waarvan ze vonden dat ze het moesten doen, ze zochten het zeker niet zelf op. Het waren sterke mensen, die goed in het leven stonden en vanuit hun christelijke achtergrond hun hulp boden. Mijn moeder was zeer ordelijk, maar misschien juist daarom was er altijd heel veel mogelijk’ blikt de nu 77-jarige Kadijk terug.

Hij bleef ook na zijn huwelijk in 1962 op de boerderij wonen. Tot 1999 zette hij er het boerenbedrijf voort: tot 1994 samen met zijn broer, de jaren daarna samen met zijn zoon. In 2004 verhuisden de Kadijks naar Hardinxveld-Giessendam. De markante boerderij in de Sliedrechtse Biesbosch, voor velen in de oorlogsjaren een veilig toevluchtsoord, is kort daarna gesloopt.

21 Liniecrossers

Liniecrossers

De Liniecrossers waren 21 personen die, zonder eigenbelang, hun leven in de waagschaal gesteld hebben om Nederland te bevrijden van de bezetters.
Zij brachten militaire berichten en personen over van bezet naar bevrijd gebied en op de terugweg namen zij medicijnen mee naar bezet gebied om aldaar te distribueren. 

Zij allen maakten deel uit van de Albrecht groep. 

Het startpunt van de Albrecht route in bezet gebied was het huis De Wilgenhorst in Sliedrecht dat via het Kleindiep in open verbinding stond met de Beneden Merwede. 

Het eindpunt in bevrijd gebied was hotel Centraal in Lage Zwaluwe dat via de haven in verbinding staat met de Amer. 

De Wilgenhorst
De Wilgenhorst
Hotel Centraal Lage Zwaluwe
Hotel Centraal in Lage Zwaluwe

De oorspronkelijke Albrecht route liep van De Wilgenhorst in Sliedrecht, Kleindiep, Beneden Merwede, Werkendam, door de Biesbosch, via de Amer naar Drimmelen. 

De eerste personen die deze weloverwogen en doordachte route ondernamen waren Bertus (Bertus van Gool) en Alblas (Ko Bakker).
Na een barre tocht arriveerde zij in Drimmelen, alwaar de meegenomen militaire berichten werden overhandigd aan de geallieerde en afspraken werden gemaakt over het onderhouden van een vaste dienst tussen het bezette en bevrijde gebied. 

Op de terugweg bleek echter dat de bezetter diep was geïnfiltreerd in de Biesbosch. 

De situatie was hierdoor dusdanig veranderd dat zij besloten dat Alblas terug zou gaan naar Drimmelen om verslag uit te brengen van de nieuwe situatie en dat Bertus dan alleen de terugtocht zou ondernemen.
Bertus kwam thuis na een helse tocht van twee dagen door de Biesbosch, waarbij hij de geleende roeiboot achter had moeten laten omdat de Duitsers hem onder vuur hadden genomen. 

Thuis gekomen kon hij meteen weer aan de slag om er voor te zorgen dat al die stapels binnengekomen militaire berichten weer hun weg zouden vinden naar bevrijd gebied. 

Deze keer bleef hij in de Wilgenhorst en stuurde hij Koos ( Koos Meijer ) en Grijze Jan ( Jan Visser ) met de opdracht om voor een meer westelijke route te gaan.

Deze route liep vanuit Sliedrecht de Wilgenhorst, Kleindiep, Beneden Merwede, Helsluis, Huiswaard sloot, de Overlaat, Nieuwe Merwede, Amer naar de haven van Lage Zwaluwe. 

De nieuwe Albrecht route was nu een feit en konden er regelmatige diensten onderhouden worden om de inlichtingen stroom vanuit Rotterdam naar Eindhoven te transporteren. 

De meeste Liniecrossers waren geen geleerde, academici of militairen, zij waren: schipper, schilder, griendwerker, ect. 

Ook dat gold voor Bertus, de machinebankwerker waarvan uit een gevonden dossier in Hamburg op het bureau van de contraspionage stond, 

Er is een man door wiens vingers alle berichten over troepenverplaatsing en geschutsopstellingen vanuit het bezette gebied naar de inlichtingendienst in Eindhoven gaan. Deze man wordt Bertus genoemd, moet academisch gevormd zijn en tussen Dordrecht en Gorinchem wonen. 

De Duitsers hadden wel een Bertus op het oog, die inderdaad tussen Dordrecht en Gorinchem woonde, maar die kon dat niet zijn want dat was maar een eenvoudige machinebankwerker. 

Dit tot groot genoegen van luitenant kolonel Somers, hoofd van de inlichtingendienst uit Eindhoven. Hij had dit goed ingeschat door Bertus, de eenvoudige machinebankwerker welke in de ogen van de Duitsers slechts kruimelwerk kon verrichten, aan te stellen als crossmaster. 

Het huis De Wilgenhorst, start en landingsplaats van de crossings en onderkomen van Bertus en zijn vrouw, stond via een sloot in verbinding met het Middeldiep dus gemakkelijk bereikbaar per roeiboot of kano. Onder de dikke vloer van het huis was een ondergrondse ruimte die uit verschillende compartimenten bestond, gescheiden door dikke muren, welke toegankelijk waren via verschillende ingangen. 

De meest voor de hand liggende ingang naar het grootste compartiment was gemakkelijk toegankelijk voor de Duitsers die daar niets vreemds aan kon ontdekken, niet wetende dat er achter de compartimenteringsmuren nog een ruimte was met een aparte ingang.

Dit huis was ook de plaats waar berichten werden verzonden via een zogenaamde S’phone. Met dit type zender stond men rechtstreeks in verbinding met rondcirkelende geallieerde vliegtuigen welke regelmatig boven Sliedrecht vlogen. 

Hier werd de post verzameld, overgetypt, verdeeld, waterdicht verpakt en verzwaard zodat zij in geval van nood tijdens een crossing overboord gezet konden worden. Als dit het geval zou zijn dan kon men alsnog kopieën, hetzij met enige vertraging, later versturen. 

De liniecrossers waren eenvoudige, toch wel gesloten personen. Sommigen waren gelovig en anderen weer niet. Zij deden niet uit financieel belang of eerzucht hun werk maar, zij wilden niet onderdrukt worden, zij wilden zich niet de wet laten voorschrijven en zij vochten voor hun vrijheid. 

Een van de redenen dat er zo weinig van de gebeurtenissen is overgebleven komt doordat de liniecrossers zelf al niet te spraakzaam waren en zich niet op de borst sloegen, maar ook omdat de kinderen en andere nabestaande er nooit bij stil hebben gestaan om hierover te praten en te vragen wat er in die tijd gebeurd was. 

Ab D. van Gool

Line-Crossers

Op een dinsdagavond in februari zouden wederom een groep Nederlandse jongens de stoute schoenen aantrekken om van het bezette gebied uit zichzelf te gaan bevrijden. Een van hen, een lange, donkere jongeman had pas op het laatste moment besloten om mee te gaan, zodat er met haast het een en ander klaar gemaakt moest worden.

Het vetrek was voor hem vastgesteld om kwart voor zes. Gelukkig werd dit wegens het weer uitgesteld tot de volgende dag. Nu was er tijd om alles klaar te maken en goed te regelen en om niet te vergeten verloofde en moeder gerust te stellen, die begrijpelijkerwijze tegen het plan waren. Maar na lang wikken en wegen was ook deze hindernis uit de weg. De volgende avond, woensdagavond, stonden op de plaats van inscheping 5 jonge mannen en een van het ander geslacht te wachten op het grote moment, het moment waar allen zo naar verlangden en toch ook weer tegen op zagen. Wat zou er met hun gebeuren, zouden ze werkelijk het bevrijde gebied bereiken of zouden ze in handen vallen van hunne vijanden, waar ze juist voor wilden vluchten? Lang tijd om hierover te denken was er niet, want de schipper gaf het bevel “Aan Boord”! Na een kort afscheid waren allen in de boot en werd hun een plaats aangewezen met de opmerking dat zachtjes praten een eerste vereiste was en roken absoluut verboden. De boot werd los gegooid, laatste handdrukken en daar ging het. Het avontuur tegemoet.

Langzaam zakte de boot de rivier af, tot de ingang van de Biesbosch breikt werd. Een laatste blik op het zo gevaarlijke en toch vertrouwde Sliedrecht; toen de sluis door en daar zaten ze nu, van alle kanten omringd door riet en nog eens riet.

Inmiddels hadden 3 andere boten zich bij hen gevoegd, zodat het konvooi nu uit 4 boten bestond met elk 6 á 7 man aan boord; alle vastberaden en besloten om de vrijheid op te zoeken. Na een afgesproken plaats bereikt te hebben, werd hier gewacht. Er werd beraadslaagd en er werden bevelen uitgedeeld door de commandant aan de diverse schippers en na maansondergang klonk het bevel tot vertrek. Een voor een vertrokken de boten. Daar ging het de Nieuwe Merwede op, de stroom zou de boten spoedig meeslepen. Maar oh, wat een golven en wat een witte koppen. Dat zou nog erger worden verderop met zo een storm. Totdat opeens een luid commando klonk: “Alle boten terug, onverantwoordelijk”. Wat is dit nou, gaat het niet, moeten ze nu weer naar hun dorp terug? Weer in gevangenschap? Inderdaad, ze moesten allen weer naar de plaats van samenkomst terug. Daar werd de verdere nacht doorgebracht tot ‘s morgens 6 uur.

De 4 boten verspreiden zich, elk naar hun plaats van inscheping.

De lange jongeman uit boot nr.3 was bijna radeloos, wat nu te doen, weer terug gaan naar zijn moeder en verloofde betekende dezelfde scenes als de vorige dag, Hij wist, dat hij dan nog op groter tegenstand zou stuiten bij een nieuwe poging.

Dan maar niet terug naar huis. Een zijner vrienden, de schipper van de boot, die de situatie begreep, nodige hem uit die dag bij hem te blijven, hetgeen natuurlijk met vreugde aangenomen werd.

Zijn donkere ogen begonnen weer te glinsteren na de teleurstelling van de afgelopen nacht. ‘s Morgens in alle vroegte klopten zij aan de deur van de woning van den schipper. Daar moest natuurlijk het een en ander verteld worden, totdat er eindelijk besloten werd om nog een paar uurtjes te gaan slapen. De dag passeerde verder zonder bijzonderheden. ‘s Avond werd er weer afscheid genomen, maar toch niet zo als die vorige avond. Het was net of de stemming anders was.

De afvaart begon in de mist, dus niet erg hoopvol, maar het kon immers heel goed na een paar uur opklaren. Weer kwam boor nr.3 op de afgesproken tijd bij het rendez-vous aan. Hier was echter niets te zien van de andere boten. Zouden ze niet komen wegens de mist? Na een uurtje wachten werd er echter riemengeplas gehoord en inderdaad, daar waren ze. Een boot ontbrak er nog. Terug gekrabbeld, angst gekregen? Maar neen, na een half uurtje kwam ook de laatste boot aan. Deze had in de zware, dikke mist de ingang van de Biesbosch niet dadelijk kunnen vinden. Deze vertraging was niet erg, want zolang de mist bleef, kon er toch niets van doorvaren komen, tenminste wat de Nieuwe Merwede betrof. Er werd weer naar de ingang van deze rivier geroeid, Na hier enkele uren gelegen te hebben, steeds maar in de mist, die door de warmste kleren heentrekt, werd er gevraagd, of er nu gevaren zou worden of niet. Ja, wat te doen, bij zo een mist, zonder kompas. Boot nr.3 had geen schipper, die met zijn ogen dicht de weg wist te vinden, zodat dat onverantwoordelijk was. De andere boten wilden wel gaan. Dus wat te doen? Boot nr.3 besloot terug te gaan en verder even af te wachten, dus werden de riemen uitgelegd. Na honderd meter teruggevaren te zijn, leek de mist opeens dunner. “Draaien”, luidde het bevel van de schipper. Maar oh, waar even tevoren de boten lagen was nu niets meer te zien. Ze waren vertrokken!!

Zou boot nr.3 ook nog gaan? De mist was dunner maar niet weg. Ook deze tocht mislukte voor de mannen van deze boot weer. En maar goed ook, want na 5 minuten was de mist weer even dik als tevoren. Verstijfd van de mist en stijf van al de kleren, die hij droeg, lag de donkere jongeman op het stro in de boot, voorzover liggen mogelijk was met zoveel personen in een roeiboot. Al die kleren, ja, hij droeg 2 kostuums over elkaar, een overall, winterjas, 8 stel ondergoed, 2 overhemden enz. Dat was en eerste een vereiste voor de kou ten tweede mocht er zo weinig bagage meegenomen worden, zodat alles zoveel mogelijk aan het lichaam aangetrokken moest worden.

‘s Morgens, dus vrijdagochtend, keerde de boot voor de 2e maal naar Sliedrecht terug. Nu werd de moed langzamerhand een beetje opgegeven, vooral omdat boot nr.3 alleen achtergebleven was. Het plan werd geopperd om een ervaren schipper te pakken zien te krijgen dan ‘s avond een 3e poging te wagen. Weer mocht de jongeman bij zijn vriend de dag doorbrengen.

Toen daar opnieuw het hele verhaal gedaan moest worden, kwam ook de vraag naar een ervaren schipper voor de dag. En daar was uitkomst, want de vader van den huidige schipper was bereid om deze functie over te nemen. Een man van 63 jaar, daar konden de jongens zich wel op verlaten. Goed bekend met het water. Nu was er niets meer wat de reis tegen kon houden, indien het weer het maar enigszins toeliet.

Geslapen werd er die dag verder niet. Nu was er weer hoop, vanavond moet het gelukken. En inderdaad ‘s avond was het helder weer, zelfs te helder, moed houden maar. Om 10 uur lag de boot weer bij de Nieuwe Merwede en waarachtig het mooie weer had er toe bijgedragen dat er nog meer boten klaar lagen. Nu werd de lust om te vertrekken zo groot dat ze niet eens konden wachten, tot de maan onder was. Zou het nu werkelijk doorgaan? Er hing een lichte nevel laag over het water, sterren aan de hemel, de maan ging langzaam onder en omstreeks half elf dreef boot nr.3 stroomaf naar de bevrijding. Nu werd het uitkijken en stil zijn. De mist werd wel dikker, maar de sterren bleven. Nabij de Kop van het Land, het gevaarlijke punt, was de schipper even in de war en geraakte te dicht onder de wal. Dit mocht niet, de boot moest midden op de rivier blijven. Vlak achter boot nr.3 kwamen er nog 2 andere boten, zodat er te veel boten bij elkaar waren. En op het zelfde moment klinkt het onheilspellende “Halt, Halt Halt” van den Duitsen post over het water. Vanzelfsprekend dekten allen in de boot, behalve de schipper die dapper “Fullspeed” doorroeide. Dit was dan ook juist op tijd want daar vielen de schoten al, maar de kogels floten vrolijk over de boot heen. Ondanks het verbod “Spreken Verboden” begon een der vrouwelijke reizigers te roepen en te jammeren. De lange jongeman die een der jongedames naast zich in de boot had liggen, haalde reeds de zakdoek voor de dag om daarmede de mond te snoeren, maar gelukkig, het was niet meer nodig. De stroom nam de boot snel mee en er vielen geen schoten meer. De mist had de boot gered en zou de Brabant-Vaarders nog een de reddende hand bieden.

De Crossroutes door de Biesbosch
Klikken op het plaatje is vergroten

Voordat er enkele minuten verstreken waren na de schietpartij, klonk opeens het gezoem van een motor over het water. De mannen van boot nr.3 keken naar links en daar passeerde op ongeveer 20 a 25 meter afstand de motor-patrouilleboot van de Moffen. Zij voelden zich reeds in het Duitse Concentratiekamp, het geluk was echter met hun. Twee der andere boten echter moeten minder gelukkig geweest zijn volgens andere Brabant-Vaarders, die achter de patrouilleboot 2 roeiboten gekoppeld gezien hadden Wat zou er met deze jongens gebeuren? Zij zullen geen Engels eten en Engelse sigaretten krijgen, misschien de kogel, de galg of in het gunstigste geval naar Duitsland.

Zo voer boot nr.3 in de steeds dikker wordende mist verder, totdat de schipper besloot even in het riet aan de kant te wachten en rustig uit te zoeken, waar ze op dat moment precies waren. Er waren namelijk enkele meningsverschillen hierover ontstaan, die in gebarentaal geuit werden. Na hier enige tijd gelegen te hebben en zich door middel van enkele sterren, die nog heel flauw te zien waren, georiënteerd te hebben, werd er besloten weer verder te gaan.

Het gekwaak van de eenden was reeds te horen en dat was het teken dat het einddoel in het zicht was, want nabij de eendenkooien moest men op zijn qui vive zijn, wat de juiste richting zou zijn om de zuidelijke wal op te zoeken. Inmiddels werd ook het ruisen als van een waterval gehoord, hetgeen betekende, dat de Moerdijk nabij was. Doordat deze opgeblazen is, en gedeeltelijk in het water ligt, maakt het met kracht tegen het ijzerwerk stromende water een dergelijk geluid. Zo werd dan de Zuidwal bereikt of was het juist de andere wal? De wal waar de Duitsers zaten of de wal der bevrijding. Afwachten, niet aan land gaan, wegens het gevaar voor landmijnen en er werd gewacht tot op een gegeven ogenblik riemengeplas gehoord werd.

Wat zou dit nu weer zijn? Vijanden of …… Vrienden.

Het antwoord kwam al heel gauw. Er werd geroepen: “Zijn jullie Hollanders” en het antwoord over het water was een uitbundig “Ja,ja, ja hier Hollanders” . Toen was ook voor de jongens van boot nr.3 het ogenblik gekomen aan het roepen te gaan en het tafereel wat in de boot plaats had is niet in woorden vast te leggen. De Brabant-Vaarders vlogen elkaar haast om de hals.

Ze hadden vrije bodem bereikt. Het laatste restje Vermouth dat een der mannen als hartversterking voor de zenuwen had meegenomen, werd nu in de boot op de goeie afloop opgedronken.

Daarna weer eens geroepen, maar het antwoord kwam nog van ver weg en luidde, dat ze maar naar de haven moesten komen.

Waar was echter die haven, ze mochten de wal nu nier meer loslaten, want zaten ze weer eenmaal uit de wal, dan konden ze wel eens juist bij de verkeerde wal terechtkomen dus dan maar wachten tot het iets lichter werd. Na zo een poosje gewacht te hebben en af en toe eens geroepen te hebben, bemerkte men opeens dat de boot gevaar zou kunnen lopen door het vallende water op de stenen vast te komen zitten. Dit mocht in elk geval niet gebeuren. Dan maar verder varen en de haven proberen te bereiken. Door steeds met een riem de wal aan te stoten, bleef de boot dicht onder de wal. Het antwoord op het roepen kwam al maar dichterbij, totdat op een gegeven moment het antwoord precies zuidelijk uit het land kwam en men tegelijkertijd geen stenen meer voelde. Dus dat moest de haven zijn en inderdaad het was zo. Na enkele ogenbikken stootte de boot tegen de steiger en vielen de jongens in de armen van enkele Hollandse soldaten en 2 Tommies. De Hollanders lieren de eer over aan de Tommies om hun eerst de hand te drukken.

De bagage werd onder uitbundige drukte ontscheept en zo stonden ze dan nu werklijk op Neerlands bevrijde bodem.

Okay!! Het woord, dat haast een stopwoord zou worden, klonk echt zo gezellig, toen alles klaar was.

Wat een vreemde gewaarwording. Jongens in het burger met een geweer net Landwachters, maar met een heel andere mentaliteit. Ze hielpen mee om de bagage te dragen, toen de jongens te voet naar de kazerne moesten. Hier was de verrassing nog groter, want wat hun daar allemaal te wachten stond, na alle meegemaakte spanning, koude en ontroering. Eten om van te watertanden en ze kregen het, zoveel ze maar wilden. En natuurlijk niet te vergeten, de eerste Engelse sigaretten en chocolade.

Er kwamen die nacht 41 Brabant-Vaarders veilig aan.

De verdere nacht tot ‘s morgens 9 uur werd doorgebracht met praten en eten, eten en nog eens eten.

Na even gefouilleerd te zijn, ging het te voet naar de Engelse kazerne, waar eveneens de bagage onderzocht werd. Vandaar werden ze door de gemoedelijke en beleefde Tommies in Jeeps geladen en ging het in sneltreinvaart naar Made, waar weer dampend eten te wachten stond. Na een kort verhoor ging het verder naar Breda in auto’s. Daar stonden diverse verhoren te wachten, totdat ’s avonds Tilburg bereikt werd.

De Kromhout-Kazerne. Hier had voor hun de naam Brabant-Vaarders afgedaan en waren ze “Line-Crossers”. Jongens, die door de linie gekomen waren en nu getest moesten worden of ze politiek betrouwbaar waren. Daar waren bekenden, die de vorige avond de tocht gewaagd hadden en ook goed overgekomen waren. Nu waren ze opgesloten in een kamp. Maar hoe? Goed eten en heel goeie behandeling, alleen ze mochten niet naar buiten en niet naar boven, want daar zaten de verdachten, collaborateurs enz. Zo was het dus zaterdagavond.

De volgende dag, zondag, kwamen de verhoren en dat was niet mis. De lange jongeman kreeg een verhoor van 2 uur lang. De tijd gaat dan echter zeer snel, want de doos met sigaretten staat steeds open voor het gebruik en voor de dames is er chocolade. Maandag weer zo’n dag, totdat ‘s avonds om 5 uur de namen afgeroepen werden die mochten vertrekken naar Civil-Affairs. Enkelen moesten blijven als verdachten. Weer kwamen de militaire wagens voor en nu ging het de werkelijke vrijheid tegemoet. 

Ze kwamen aan bij een schoenenfabriek in Tilburg en hier werden ze door de soldaten overgeleverd aan burgerlijke autoriteiten, aan de evacuatie-dienst. Oh, wat een verrassing, daar diverse bekende gezichten te zien, waarvan sommige zelfs in uniform. Het was daar een heel gezellige boel, piano-muziek en ‘s avonds filmvoorstelling. Het zou hier wel om uit te houden zijn.

Toen de bagage weg gebracht moest worden in een aparte zaal, hoorde de donkere jongen opeens zijn naam noemen en liep hij een heel goeie bekende tegen het lijf uit de Betuwe.

Thuis had hij en zijn familie zich al zo dikwijls afgevraagd, waar zouden ze toch zitten en nu een van hun hier. Toeval, Nederland is maar klein.

Hier waren ze met vele Line-Crossers gezellig bij elkaar. Kregen ze gratis eten en onderdak en alle inlichtingen, die ze nodig hadden om ieder zijn weg verder te kunnen laten gaan. De bediening bestond er uit meisjes, die dit mooie werk geheel belangeloos en uit liefdadigheid deden. Een woord van dank voor hen is hier werkelijk op zijn plaats.

Dit was het huis van gaan en komen, er kwamen nieuwe en er gingen er weg. Velen namen dienst als Oorlog-Vrijwilliger, anderen vonden werk. De lange, donkere jongen had de bedoeling naar Walcheren te gaan om deel te gaan nemen in de Droogmaking hiervan. Nadat hij ongeveer een week in de schoenenfabriek geweest was vertrok hij. Men kan daar toch niet altijd op een ander leven en verder niets doen. Hij was nu in Bevrijd-Nederland en wilde daarvoor gaan werken. Mocht dit echter niet gelukken, dan zou er altijd nog wel plaats in het leger zijn. Hij had hierover reeds inlichtingen ingewonnen.

‘s Maandags vertrok hij gepakt en gezakt, nieuwe avonturen tegemoet gaande, naar Walcheren.

Hij had zijn doel bereikt en had nu slechts te wachten op de bevrijding van het overige deel van Holland.

Zou hij lang moeten wachten?

Einde

De nieuwe burgemeester bezoekt de HVS

Op de vrijdag 11 juni 2021 heeft de nieuwe burgemeester dr. J de Vries onze vereniging bezocht.

In het “Onderhuys” werd hij bijgepraat over onze Historische Vereniging en de samenwerking met De Stamboom en het Sliedrechts Museum. (HPS)

De burgemeester kreeg na afloop van deze ochtend het Sliedrechts Woordenboek mee.

Het Bestuur.        

Klik op een foto voor een grotere afbeelding

Nieuwsbrief juni 2021

NieuwsIn deze nieuwsbrief de volgende onderwerpen

  • De Jaarvergadering
  • 40-Jarig jubileum van de HVS
  • Schenkingen
  • Unieke luchtfoto’s van Sliedrecht en omgeving

 

Alle leden van de HVS hebben de bijbehorende verslagen voor de jaarvergadering thuis ontvangen.

Het Onderhuys gaat weer open

Beste lezer en bezoeker,

Nu de versoepelingen toelaten weer bezoekers te ontvangen kunt u vanaf maandag 14 juni weer onze vereniging in het Onderhuys bezoeken. (natuurlijk nog wel met kapje en verdere RIVM richtlijnen).

Onze mensen staan graag voor u / jullie klaar, een bezoekje wordt na zo’n lange tijd van afwezigheid zeer op prijs gesteld.

Het Bestuur.

Dialectverhaaltjes 2021

Terug naar de vorige pagina

Bijzondere woorden

Bijzondere woorden in het Sliedrechts dialect.

Het Sliedrechts dialect heeft (net als de dorpen in de omgeving) een heel rijke eigen woordenschat. Er komen daar veel woorden en uitdrukkingen voor, die je in de Van Dale tevergeefs zult zoeken. Ook zijn er nogal wat woorden die in het Sliedrechts een andere betekenis hebben als hun omschrijving in het Standaard Nederlands.
Hieronder een greep uit die rijke Sliedrechtse woordenschat, ondergebracht in thema’s en allemaal voorzien van een voorbeeldzin waarin het betreffende dialectwoord gebruikt wordt.
__________________________________________________________________

Spellechies

Afgooitolle. Aoichie is een pikeur met afgooitolle.
Een afgooitol is een zogenaamde werptol. Een min of meer peervormig model en van hout gemaakte tol waar een dun touw omgewikkeld werd. Met een snelle handbeweging werd de tol afgeworpen en het touw teruggetrokken. De kunst was om de tol zo lang mogelijk draaiende te houden. De tol had een metalen punt waar de tol op draaide. Vandaag de dag wordt dit spel niet of nauwelijks meer door de jeugd gespeeld. Misschien wel een idee voor het Baggerfestival: ‘Slierechs kampioenschap afgooitolle’.

Buutvrij, Lôôsie. In de Prutsebuurt kò je aarəg goed buutvrij doen. Want daer wazze een hôôp lôôsies.
Tegenwoordig noemt men dit ‘verstoppertje spelen’. Een buut is een mikpunt. Hierop moest worden aangetikt. Hoe ging dat ook al weer? In een groep werd afgeteld wie de buut was. De buut was niet alleen een speldeelnemer, maar ook een van te voren bepaalde plek waarop aangetikt moest worden. Degene die op de buut stond mocht niet kijken tijdens het verstoppen van de andere deelnemers. Daarna moest de buut gaan zoeken naar de verstopte deelnemers. Op het moment dat de buut iemand ontdekte moest men terug hollen naar de buut en deze aantikken, dat wil zeggen, de ontdekte persoon holde samen met de buut naar de plek waar de buut is. Als de buut aan het zoeken was, moesten de deelnemers ongezien naar de buut hollen, aantikken en ‘buutvrij’ roepen
Een lôôsie is een plek waar je je verstoppen kunt.

Voor ‘t echie. We speule nou nie meer voor spek en bôône, we doen ’t nou voor ‘t echie.
Spelen voor het echt. Deze uitdrukking werd in Sliedrecht vroeger al gebruikt. Vandaag de dag wordt het vaker uitgesproken in Nederland. Soms zijn uitdrukkingen zoals ‘voor ‘t echie’ een bepaalde tijd in de mode, zoals dat op dit moment het geval is.

Florse. De kaainder van hiernaest zatte nae die zwaere regenboi lekker in de plasse te florse.
Voor de uitdrukking ‘florse’ bestaat geen Nederlands woord. Het is puur ‘Slierechs’. De betekenis ervan is: ‘met water knoeien’.

Grondjieklaauwe. Ik doch dà jij al kon zwemme, maor volləges mijn bè je aan ‘t grondjieklaauwe.
Doen alsof men kan zwemmen. Een zwembeweging maken in ondiep water zolang met de voeten de grond geraakt kan worden.

Handjieraeje. In de kroeg wier d’r met handjieraeje bepaold wie d’r een rondjie mos geve.
Elke speler neemt 3 lucifers (of muntjes) in de linkerhand. Zonder dat de andere spelers dat kunnen zien, stoppen de deelnemers achter hun rug 1, 2 of 3 lucifers in de linkerhand. De vuist van de rechterhand met het gewenste aantal lucifers wordt gesloten op tafel gelegd met de nagels zichtbaar (sneetje boven). Stel: er zijn 3 spelers, dan kunnen er maximaal 3 x 3 = 9 lucifers in het spel zijn en minimaal 3 x 0 = 0. Speler 1 begint met raden: hoeveel denk jij dat er totaal in onze handen zit. Hij zegt 5, zelf heeft hij er 2, speler 2 zegt 6, hij heeft er 3 en speler 3 zegt 4, hij heeft er 1. Totaal zijn er dus 2 + 3 + 1 = 6. Dit betekent dat speler 2 het juiste aantal heeft geraden, hij hoeft dan niet meer mee te raden. De overige spelers gaan verder, net zo lang tot er 1 verliezer is en die moet een rondje geven.

Kaesiewege. Kijk toch is hoe handig die kaainder aan ’t kaesiewege zijn.
‘Kaes’ is kaas en ‘wege’ is wegen. Vroeger een spel van kinderen op straat. Met de ruggen tegen elkaar gaan staan en de armen verstrengelen en dan elkaar om de beurt optillen.

Neppe. Gijs Schallək kon goed neppe met d’n bal. Ze konne hum mêêstal nie houwe, want hij kwam d’r bekant aaltijd deur.
Passeerbeweging(en) maken bij het voetballen.

________________________________________________________________

Het weer

Brêêje waaind. Met ‘n brêêje waaind, hè je kans op hôôg waoter, zeker as ‘t ok nog giertij is.
Doorgaans een noordwesten wind. Een windrichting die het water opstuwt tegen de Nederlandse kust. Afhankelijk van de maanstand , kan er een springvloed ontstaan.

Bubbeltjies op ’t waoter. As t’r ‘s zeumers op ‘t waoter of in de modder bubbeltjies komme, daolt ‘t weerglas naer aander weer.
Luchtbellen op het water ziet men weleens in het voorjaar als plots een bui valt, in het begin met grote druppels. Wie in de meimaand in de polder fietst of wandelt kan dit verschijnsel in een sloot waarnemen.

Dêêmstig. Is ‘t nou zô dêêmstig of is m’n bril zô onte (vuil)?
Heiig. Er hangt een floers van nevel over het land.

Droes in ’t waoter. D’r komt al droes in ‘t waoter, as ‘t zô deurgaot zal de rəvier eerdaegs wel zitte.
Beginnend grondijs in de rivier

Dubbeltjies ijs. As ie bij ‘t dubbeltjies ijs ‘n grôôte gasbel opzoekt, en je daer met ‘n spijker ‘n gaetjie in slaot, krijg ie ‘n steekvlam, à je d’r ‘n brandende lucifer bijhoudt.
Misschien wel een typisch Sliedrechtse uitdrukking. Het vroegere muntstuk van tien cent uit de tijd van de Nederlandse gulden, was een klein muntstuk. In sloten kunnen door moerasgas kleine gasbelletjes ontstaan die in het ijs te zien zijn. Vroeger, in de jaren vijftig, kon je ook voor een dubbeltje een ijsje kopen.

Glimmerties. As ie de ringe van ‘t fərnuis ophaolde en d’r zatte glimmerties aan die van d’r plek gonge, kreeg ie binne vierentwintig uur regen.
Dit zijn nog gloeiende deeltjes roet die uit de schoorstenen van huizen kwam bij het oppoken van de kachel. Nog voor dat in Nederland het aardgas massaal werd ingevoerd, waren huizen voorzien van een op kolen gestookte kachel. In de jaren zestig van de vorige eeuw werden de kolenmijnen in Nederlands Limburg gesloten en werden huizen aangesloten op het aardgas.

Hordrôôg. ‘t Is al weke lang zukke hordrôôge weer dat de grond geborste is van de drôôgte.
Het betekent kurkdroog Waarschijnlijk een verbastering van ‘gortdroog’ , waar net als in de Zeeuwse dialecten de –g- een –h- geworden is.

Hel. De zon schijn vəndaeg zôô hel, dà ‘k echt m’n zonnebril nôôdig het.
In het Sliedrechts dialect wordt het woord ‘hel’ gebruikt in de betekenis van ‘fel’. Mogelijk een afkorting van ‘helder’. Aan boord van schepen, in ieder geval aan boord van sleephopperzuigers, wordt het magazijn in het voorschip de ‘hel’ genoemd.

Glippe. As de hiele en de vreef và je schoene gonge glimme en glippe kreeg ie ‘s aanderendaegs regen.
Met ‘glippe’ wordt in dit geval slippen bedoeld.

Klotse aa je klompe. Moeder waorschauwde ons, dà me niet te grôôte klotse onder ons klompe mosse laete komme, aanders kò je je bêêne wel-is breke. Plakkende sneeuw onder aan je klompen. In de tijd dat veel mensen nog op klompen liepen, kon het in de winterdag bij sneeuwval gebeuren dat de sneeuw in dikke lagen onder aan de klompen bleef plakken. Dit veroorzaakte onregelmatig lopen en bevorderde de kans op vallen.

Kouwchie waaind. Met dà kouchie waaind en ‘n staertie van de vloed haole me Slierecht nog wel voor d’n donker met de zaailbôôt.
Briesje, een zachte maar frisse koele wind. In feite is dit een term uit de koopvaardij; een gewone zeeterm voor wind. Een briesje kan oplopen tot een fikse of stijve bries.

Nippig koud. Jij mè je: “ ‘t is nie koud. Ik vingk ‘t aanders nippig koud, daerom gao ‘k from (terug, weerom) om ‘n troi aan te trekke.
Met deze uitdrukking wordt ‘vinnig koud’ bedoeld. ‘Vinnig’ betekent ‘scherp’ of ‘bijtend’.

Schaelijk zonnechie. Dà schaelijk zonnechie kon wel-is ‘n flinken boi oplevere.
Felle zonneschijn tussen de buien door.

Dialectverhaaltjes 2020

 

Terug naar de vorige pagina

Taalverschijnselen

Sliedrechtse taalverschijnselen opzoeken

In 2006 verscheen een woordenboek van het Sliedrechts dialect, getiteld SLIERECHS VAN A TOT Z (ruim 8500 lemma’s). U kunt dit woordenboek inzien op deze website. Dit woordenboek is geconstrueerd vanuit een Exel database van het Sliedrechts dialect.
Een database die tot op de dag van vandaag nog steeds bijgewerkt wordt. Maar er is veel meer uit die database te halen. Alle Sliedrechtse taalverschijnselen kunnen nl. apart opgezocht en afgedrukt worden.

Desgewenst kunnen we u (zonder kosten) het Exel databestand van het Sliedrechts dialect toesturen; vergezeld van een handleiding hoe die taalverschijnselen te selecteren en uit te printen. Een mailtje naar pietpols@gmail.com is voldoende. Laat hem dan s.v.p. even weten hoe u het ontvangen wilt: per mail. op CD of op een USBstick

Hieronder een kort overzicht van de taalverschijnselen die te vinden zijn in de database.

  • Zo zijn daar de verkleiningsuitgangen: -chie-, -echie-,– ie-, -jie-, -ksie-, -pie- -sie-, -tie-, -tjie-, Je kunt de betreffende woorden zo opzoeken en uitprinten vanuit de kolommen G, H, I, of J. van het Exelbestand.
  • Zoek je de Sliedrechtse persoonlijke of bezittelijke voornaamwoorden ? Of de werkwoorden, zelfstandig naamwoorden, bijwoorden enz.? Ze zijn te vinden in de kolommen D en E.
  • Het Sliedrechts heeft een veel grotere variatie aan klinkers dan het Standaard Nederlands (SN). Een voorbeeldzin:
    Vraag maar eens aan Arie Baars hoe laat het laag water is in de haven.
    Dat is in het Sliedrechts: Vraeg maor is aan Aorie Baers hoe laet het lêêg waoter is in de haove.
  • Andere Sliedrechtse klanken zijn oa.: -êê-(als in weer) -ôô- (als in door) -aai- en -aau-.
  • Een interessante klinker is de -ôô- (als in door). In de tijd dat het Standaard Nederlands nog woorden met één of twee -o’s- kende, hadden de Sliedrechtse kinderen geen enkele moeite met de juiste schrijfwijze. Ze wisten: Op de deuren zitten sloten met één –o-, want die noem je in het Sliedrechts slote. Maar tussen de weilanden liggen slooten, met dubbel –oo-, want dat zijn in het Sliedrechts slôôte. Ook met de spelling van ij–ei en met au–ou hadden Sliedrechters geen enkele moeite, want ze worden in het Sliedrechts veschillend uigesproken. Dit alles is te vinden in de kolommen G, H, I, of J. van de Exceldatbase van het Sliedrechts.
  • Zo zijn ook de woorden met klankverschuivingen en verdwenen medeklinkers op te zoeken in de kolommen G, H, I of J met de volgende
    lettercodes:


ə
woorden met een een stomme e, fəsoen.
j d = j, gleeje
eu oo = eu, zeun
oi ui = oi troi
v w = v vrat
-n verdwijnende n, aaigelijk.
-t verdwijnende t, aeverechs.
omme komme = komen
ulle schullep = schulp
urre durreps = dorps
zie horlozie

Alle woorden en uitdrukkingen hebben ook een thematische aanduiding gekregen.
Bijvoorbeeld, uitdrukkingen over geld en handel kunnen zo getoond worden. Je vindt ze in kolom A onder een zoekletter. Thema’s zijn:
a Arbeid,Werken.
b Boerenbedrijf.
c Gereedschap en keukengerei.
d Dieren
e Eten en drinken.
f Beroepen.
g Geld en Handel
h Het weer.
k Kleding.
l Lichamelijk

m Mensen.
n Sliedrechtse namen.
n at Natuur.
o Aan de waterkant.
q Uitstapjes.
r Kerk en geloof.
s Sport en spel.
t Tijd en plaats.
u De rest, niet in te delen.
v Vervoer, transport.
w Wonen.

Het Sliedrechts dialect heeft honderden woorden en uitdrukkingen die in vergelijkbare SN-vorm niet in de Van Dale voorkomen, of die een andere betekenis hebben dan het vergelijkbare SN-woord. Deze interessante taalschat is echter goed te traceren, omdat ze allemaal met een voorbeeldzin in kolom M van de database staan.

Kenmerken van het Sliedrechts

Eerst even een breed verspreid misverstand rechtzetten:
Dialect is geen slordige verbastering van het Standaard Nederlands (SN). Het is bijna andersom. Het Standaard Nederlands is pas in de 16 e eeuw door taalkundigen geconstrueerd, omdat er toen behoefte was aan een eenheidstaal voor regeringsdocumenten en de Bijbelvertaling. Dialecten zijn de oorspronkelijke en authentieke taalvormen van ons land.
Dialect is veel meer dan ‘plat praote’ Het is een rijk cultuurhistorisch taalfenomeen.
Ons Sliedrechts dialect heeft een eigen woordenschat, eigen spreekwoorden, een eigen grammatica en een eigen typische zinsbouw.
Hieronder meer daarover.

Een eigen woordenschat
Het Sliedrechts heeft veel woorden die je tevergeefs in de Van Dale zult zoeken.
Zoals bijvoorbeeld:
Deemstig – nevelig, heiig.
Kwisbille – onrustig heen en weer lopen.
Rêêpe – hard werken.
Aorig – vreemd, zonderling.
Bunzig – afkerig, bang.
Ieverstaer – ergens.
Jôôke – jachtig werken.
Onterik – viezerik:
Oprêêje – opruimen.
Gaerze – Rennen.

Een andere woordenschat
Het lijken herkenbare woorden, maar toch staan ze niet in de Van Dale. Soms ook woorden die uit het SN verdwenen zijn, maar die nog wel leven in ons dialect, zoals bijvoorbeeld:
Hekse – knieholtes.
Vaareke – stoffer.
IJzig – eng, angstig.
Bosse – een schatting maken.
Klaphekke – kletskous.
Lillijkers vange – geërgerd kijken.
Laerze – veel drinken.

Spreekwoorden en zegswijzen
Enkele voorbeelden:
‘t Mot eerst warre, wil ’t rêêje. – Pas als de boel behoorlijk in het honderd gelopen is, komt er klaarheid.
De lucht veraaremoeit. – Er komen steeds meer donkere wolken opzetten.
Ze wier mè blek en vaareke naegetrommeld. – Men was blij dat ze ophoepelde.
De zon schijnt de pitte in de grond. – Felle zonneschijn.
Om krôôsies gaon. – Kapot gaan.
Hij ziet de lucht voor kemijnekaes aan. – Hij is helemaal in de war.
Een verhaol deur ’n laokese bril bekijke. – Met een korreltje zout nemen.

Grammatica
Ons dialect kent strenge grammaticale regels die door iedere dialectspreker, zonder dat men het zich bewust is, moeiteloos toegepast worden

Naamvallen
De oude naamvalsvormen met -e- of -s- zjn in het Sliedrechts nog volop in gebruik.
We geve Wimme een boek en Annies een bos blomme (meewerkend voorwerp, 3 e naamval).
Hè jij gistere Moeders en Janne nog gezien ? (lijdend voorwerp, 4 e naamval).
Pseudo-dialectsprekers zeggen soms: Moeders zat lekker TV te kijke. Dat is helemaal fout. ’Moeder’ is hier onderwerp, dus 1 e naamval. Dan komt er nooit een -s- achter. Goede dialectsprekers zullen deze fout nooit maken.
Is dat sleepbôôtjie van Volkere of van Prinsies ? (2 e naamval).
“Naer voorene met dien bal!” brulde de trainer.
Ze liep van bovene naer beneejene.
Dienen oto ? Diene fiets? Is dat d’n humme of d’n heure? Of is tie van heullies? Is ’t heulliezen oto? Heullieze fiets?
Dà ’s Janne pet. Miene jas. Huibpies otoped.
Allemaal naamvallen in het Sliedrechts.

Verkleinwoorden
Verkleinwoorden in dialect zijn geen slordige verbastering van het Nederlands zoals sommigen wel menen. Integendeel! Het zijn heel typerende taalvormen, die strakke taalkundige regels volgen. Het Sliedrechts heeft verkleiningsuitgangen die verschillen van het Standaard Nederlands. Hierna volgen ze:
kje = ksie: koeksie, haeringksie.
tje = chie: sleechie, mouwchie, CDchie, ballechie.
dje = jchie: brôôjchie, draejchie.
tje = echie: hielechie, trulechie.
je = jie: putjie, handjie.
pje = pie bezempie, zêêmpie.
tje = tie jaertie, pooortie.

Meervoudsvormen
De meervouds -n- valt gewoonlijk weg.
Mooier zijn meervoudsvormen zoals: Wà voor aaier (eieren) wil jij? Wittes of bruines?
en: Die kaainder (kinderen) wille gêên klaaine aerepel (aardappels), maor grôôtes.

De klinkers
Kinderen die goed Sliedrechts spraken, hadden een voorsprong bij het taalonderwijs.
Zij hadden geen enkel probleem met het verschil tussen: -auw- en -ou- of met -ei- of -ij- (korte of lange ei-ij). De -auw- is in het Sliedrechts -aauw-, met een lange -aa- klank. Bijvoorbeeld: blaauw, gaauw, kaauwe, maauwe, raauw. De -ou- blijft als de Standaard Nederlandse -ou- uitgesproken. Bijvoorbeeld: hout, koud, mouw, nou, stout of zout.
Een soortgelijk klankverschil doet zich voor bij de -ei- en -ij-. In het Sliedrechts klinkt -ei- als -aai-, dus ook met lange -aa- klank. Bijvoorbeeld: braaie (breien), haai (hei), klaainighaaid, maaid (meid), vriendelijkhaaid. De Sliedrechtse -ij- ligt dicht bij de Nederlandse uitspraak. De kindertjes schreven dus moeiteloos: blij, dijk, fijn, strijkijzer, wijnazijn, zwijn.
Ook de oude spelling van één of twee -(o)o-’s was voor een vroegere generatie geen probleem op school. Als je in het Sliedrechts een –ôô- uitsprak (zoals die in hoor, koor, door klnkt), bijvoorbeeld bij woorden als: bôôte, grôôte, kôôle (kolen, groente), pôôte (poten, voeten) of slôôte (sloten, watergang), dan schreef je automatisch: booten, groote, koolen, pooten en slooten.
Hoorde je in het Sliedrechts echter een open -oo- klank, zoals in: kole (steen)kolen, ope (open), slote (sloten, meervoud van slot), gezope of gebroke, dan schreef je een enkele –o-, zoals later de algemene spelling werd.
Bovengenoemde verschillen in uitspraak gaan terug op oudere vormen, voordat ze in Nederland zijn gaan samenvallen tot één klank.
Maar het Sliedrechts heeft ook nog een aantal andere klanken. Denk maar eens aan de -aa- . Bijvoorbeeld in de zin: Vraeg is aan Aorie Baers hoe laet ’t lêêg waoter is in de haove. Of wat dacht u van: In ’t begin van de week zette moeder ’t vuilste wasgoed in de wêêk. Of woorden als: waarek, kaarek, boi (bui) en kroiwaoge.
Het is mogelijk om alle woorden met een bepaald taalverschijnsel op te zoeken in onze database. U wilt bijvoorbeeld weten welke verkleinwoorden in het Sliedrechts de uitgang -chie- hebben. Of welke woorden een -ae- klank. Of welke meervoudsvormen eindigen op -er-. Kijk dan onder de knop TAALVERSCHIJNSELEN OPZOEKEN op deze website.

RFID Pasjeshouder

Pasjeshouder rood en grijsWe hebben een nieuw artikel in ons webwinkeltje.

Een RFID Pasjeshouder: Berg je pasjes veilig op!!
Om ze te gebruiken, druk op de knop en tot 5 kaarten komen getrapt uit de houder.

Verkrijgbaar in de kleuren Rood en Grijs. De prijs is € 5,– per stuk.

 

Opening nieuwbouw achter het Sliedrechts Museum

Vrijdagmiddag 5 juli 2019 vond de heropening van het Sliedrechts Museum plaats. Het museum is verbouwd en er is achter het museum een nieuwe aanbouw gerealiseerd, waar de Genealogische Vereniging “De Stamboom” en de Historische Vereniging samen met het Sliedrechts museum een nieuw onderkomen hebben gekregen.

Na enkele toespraken van Ad van Willigen (voorzitter van het Sliedrechts Museum) en Gerrit van Dijk (Voorzitter Stichting Vrienden van het Sliedrechts Museum) was het woord aan Zwanie Erkelens (voorzitster van Genealogische Vereniging De Stamboom). Door haar werd een gerestaureerd schilderij met daarop Pieter Visser (1798 – 1868) aangeboden aan het museum. Daarna hield Burgemeester Bram van Hemmen een toespraak. De burgemeester had nog een verrassing voor Dhr. Laurien Pijl (Penningmeester van de Stichting Vrienden van het Sliedrechts Museum), die namens de koning lid werd in de orde van Oranje Nasau.

Burgemeester Bram van Hemmen knipte samen met museum voorzitter Ad van Willigen een lint door met een ouderwetse schaar, die een beetje bot was.

Zaterdag 6 juli 2019 was de druk bezochte open dag, gratis toegankelijk voor het publiek.

Vanaf nu is het museum weer tijdens de gebruikelijk openingstijden te bezoeken.

 

Open dag op 6 juli van 11:00 tot 17:00 uur

Het Sliedrechts Museum is vanaf zaterdag 6 juli 2019 weer geopend voor publiek. De verbouwing is klaar en de Genealogische Vereniging De Stamboom en de Historische Vereniging Sliedrecht hebben inmiddels hun intrek genomen in de nieuwbouw van het museum.
De officiële opening voor genodigden is op 5 juli 2019 en zal verricht worden door burgemeester Bram van Hemmen.

Op 6 juli houden de Stamboom – HVS en het Museum (tezamen HPS) open dag van 11:00 tot 17:00 uur. Met diverse aktiviteiten en presentaties presenteren de leden van de HPS zich en kunt u een kijkje nemen in het museum en de nieuwbouw.

Oproep!

TelefoonWij zijn op zoek naar foto’s, dia’s of filmmateriaal van de jaren 70, 80 of 90.
Dit mogen opname zijn van speciale gebeurtenissen, huizen en dergelijke, maar wel van en over Sliedrecht.
Mocht u iets bezitten en dit van de hand willen doen, dan houden wij ons als HVS aanbevolen, en komen het graag bij u ophalen.
U kunt hiervoor bellen naar Peter Bons 0184-419456 of mailen pcbons@kpnmail.nl

Een bijzondere gebeurtenis tijdens de jaarvergadering

Na de pauze van de jaarvergadering werd afscheid genomen van Wout van Rees als bestuurslid en penningmeester. Wout werd door voorzitter Peter Bons bedankt voor zijn inzet in de afgelopen 15 jaren en werd benoemd tot Erelid van de Vereniging.
Na de toespraak van Peter Bons werd Wout verrast door de binnenkomst van zijn familieleden en bekenden, in het kielzog van Burgemeester van Hemmen van Sliedrecht.
De Burgemeester hield een toespraak met hier en daar een kwinkslag. Het uiteindelijke doel van de komst van de Burgemeester was de mededeling dat het de Koning behaagd had Wout te benoemen tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Na het opspelden van de bijbehorende versierselen sprak Wout op zijn eigen wijze een dankwoord. Na afloop was er voor de aanwezigen gelegenheid om Wout en zijn vrouw Joke te feliciteren.