
Om kosten te besparen zouden wij het op prijs stellen, als wij uw e-mailadres krijgen om de nieuwsbrief in het vervolg per mail te kunnen sturen. U kunt uw e-mailadres dan sturen naar het secretariaat: KLIK HIER.
Bij voorbaat dank.

Om kosten te besparen zouden wij het op prijs stellen, als wij uw e-mailadres krijgen om de nieuwsbrief in het vervolg per mail te kunnen sturen. U kunt uw e-mailadres dan sturen naar het secretariaat: KLIK HIER.
Bij voorbaat dank.
Ja, maar waarom zeggen we dat eigenlijk? En waarom vieren we oud en nieuw met oliebollen en nog veel meer. Ooit zijn we er mee begonnen. Ongeveer 2200 jaar geleden terug in de Romeinse tijd vindt dit zijn oorsprong. De namen van de maanden kregen we van de Romeinen. De maand januari is vernoemd naar de Romeinse god Janus. Dat komt omdat Janus twee gezichten had waarmee hij zowel vooruit als achteruit kon kijken. Of dat nu klopt of niet is minder van belang, het is een aanname uit die tijd.

En, waarom ligt de jaarwisseling voor ons gevoel midden in de winter terwijl het niet precies midden in de winter is? Daarvoor moeten we weer terug in de tijd van de Romeinen. In het jaar 46 voor Christus hebben de Romeinen de maandkalender vervangen voor een zonnekalender.
Uit berekeningen van toen bleek dat de omloop van de aarde om de zon min of meer 365,25 dagen duurde. De Romeinen stelden vast dat een jaar 365 dagen duurt en een keer in de vier jaar een zogenaamd schrikkeljaar, een dag extra dus. Het jaar werd verdeeld in twaalf maanden, de ene keer een maand met 30 dagen en de andere keer een maand met 31 dagen en in februari 29 dagen en een keer in de vier jaar 30 dagen. Maar dat bleek niet juist.
Na de dood van de Romeinse keizer Augustus in het jaar 14, werd de achtste maand naar hem vernoemd, de maand die eerst Sextilis heette, kreeg 31 dagen en februari werd ingekort, maar niet genoeg. Paus Gregorius XIII herzag de jaartelling in 1582 op basis van de officiële berekening van de Paasdagen volgens het concilie van Nicea in het jaar 325. Gregorius XIII stelde dat na 4 oktober 1582 de datum 15 oktober 1582 volgde. De kalender werd toen met tien dagen hersteld. Deze niet juiste correctie heeft de afstand van 1 januari tot het exacte midwinter moment verder vergroot.
De meteorologisch winter begint op 1 december en eindigt 28 of 29 februari, de tijd van de koudste drie maanden. De astronomische winter begint evenwel 21 december tijdens de winterzonnewende en is ook nog afhankelijk van de positie van de aarde ten opzichte van de zon.
Al langer bestaan zeer nauwkeurige tijdmetingen zoals atoomklokken. We zijn gewend aan de manier waarop de wereld de jaarwisseling viert, gedenkt of hoe dan ook ervaart. Vrede op aarde is de wens van onvoorstelbaar veel mensen. Hoe komt het dat sommige leiders zo moeizaam volgen?
‘t Schrijverke
Op 18 november 1960, nu 65 jaar geleden, zonk de snijkopzuiger ‘Lake Fithian’ in twee minuten. Het gebeurde op de Hooghly River, ongeveer 50 kilometer ten zuiden van de miljoenenstad Calcutta in India. Achttien bemanningsleden komen hierbij om, waarvan twee uit Sliedrecht.

Het baggerwerktuig is eigendom van de Amsterdamse Ballast Maatschappij, in 1919 gebouwd als vrachtschip in Wisconsin USA en in 1929 omgebouwd tot snijkopzuiger. De Ballast, zoals het baggerbedrijf in Sliedrecht werd genoemd, kocht de snijkopzuiger rond 1950 voor een groot werk in Egypte. Het Suezkkanaal zou dieper en breder gemaakt moeten worden. Eenmaal op locatie worden de oorlogsdreigingen in Egypte groter en het baggermaterieel wordt voor enige tijd overgebracht naar Aden, een stad in Jemen. In november 1958 wordt de ‘Lake Fithian’ versleept naar India voor een baggerwerk op de Hooghly River. Deze rivier komt uit in de Golf van Bengalen en heeft een trechtervormige monding. Stroomopwaarts wordt de rivier smaller. Bij opkomend getijde ontstaat daardoor een soort van minivloedgolf waardoor het water in korte tijd twee meter hoger wordt. De Lake Fithian is in februari 1959 begonnen met het baggerwerk. In mei 1960 wordt een gloednieuwe snijkopzuiger, de ‘Queen of Holland’, van de Ballast ingezet op de Hooghly River.
Een schaalmodel van deze zuiger staat in de hal van het gemeentekantoor aan de Industrieweg, uitgeleend door het Nationaal Baggermuseum.
De ramp gebeurde in de nacht van 18 november 1960. Het baggerwerk werd onderbroken vanwege reparaties in de machinekamer van de Lake Fithian. Het achterschip was met de wal verbonden met een drijvende leiding voor het opspuiten van de gebaggerde specie. Tijdens het repareren was het schip verankerd met de werkpaal achterop en aan de voorzijde met een anker aan stuurboord en een anker aan bakboord. De ankerdraden zitten aan boord vast op lieren die met een zogenaamde vang (rem) geborgd zijn. De bemanning is aan het werk in de machinekamer op het moment dat de vloed opkomt, die, zoals gezegd, ongeveer twee meter hoger water meebrengt. Waarschijnlijk is de vang van een van de twee ankerdraden gaan slippen waardoor de vloedgolf met plotseling opkomende wind de snijkopzuiger opzij zette en deed kapseizen. Een deel van de bemanning kon naar de wal zwemmen, de mensen in de machinekamer hadden geen kans.
Op de foto ziet u ‘The Sunday Statesman’ van 20 november 1960 waar op de voorpagina melding wordt gedaan van de ondergang van de Lake Fithian. In het boek ‘Baggertaal en Molenpraat’ van Huib Kraaijeveld wordt deze geschiedenis weergegeven. Het boek is te verkrijgen bij de Historische Vereniging Sliedrecht.
‘t Schrijverke
De Sliedrechter ir W. Bos Jzn schreef meerdere boeken over de historie van ons dorp. Een van zijn boeken, uitgegeven in 1968, draagt de titel ‘Sliedrecht, dorp van wereldvermaardheid’. Dat laatste woord ontleende hij aan de ontwikkeling van de baggerindustrie die zijn oorsprong heeft in Sliedrecht, waarschijnlijk in het jaar 1277. In dat jaar werden onder aanvoering van de Hollandse graaf Floris de Vijfde dijken aangelegd in het gebied wat sindsdien de Alblasserwaard heet en is vernoemd naar het veenriviertje de Alblas. Vóór 1277 was de naam van dit gebied ‘Lande tussen de Watere van de Lecke ende Den Donck’. De nog schaarse bevolking bestond uit vissers en boeren. Tweemaal per etmaal heerste eb en vloed over het gebied. Zandplaten in de Merwede en een aantal hoger gelegen plaatsen boden een leefgebied voor de mens. Denk maar aan het centrum van Oud-Alblas, de Schoonenberger heuvel, Den Donk en Hoog Blokland. Op een kaart uit de Romeinse tijd komt de nederzetting Tablis voor, mogelijk is dit nu Oud-Alblas.

De Sliedrechter Leendert Volker Tijszoon (1798-1847) was griendbaas en eigenaar van een perceel grond in de Biesbosch. Leendert Volker overleed op 49-jarige leeftijd en zijn zoon Adriaan Volker Leendertzoon (1827-1903) was 20 jaar oud toen hij het griendbedrijf van zijn vader moest voortzetten en zorgen dat er brood op de plank kwam voor zijn moeder, jongere broers en zussen. Adriaan werkte al vanaf zijn tiende, elfde jaar samen met zijn vader. Ze bleven de hele week van huis en een werkweek duurde in die tijd zes lange dagen.
Met tien jaar ervaring, opgedaan door hard werken, zag de intelligente Adriaan meer dan alleen het griendwerk. Hij werd aannemer en begon met het bouwen van kribben in de rivier tussen Papendrecht en Gorinchem. In het jaar 1854 vestigde hij zich als aannemer van openbare werken, zoals dat toen werd genoemd. Adriaan Volker verpachtte zijn griendperceel en ging baggeren.
Adriaan Volker en Pieter Adrianus Bos (1833-1908) vormden samen de combinatie Volker & Bos, het baggerbedrijf was de aannemer van de Nieuwe Waterweg, opgeleverd in 1872.
De foto is gemaakt van een schilderij uit 1895 van W.M. Koldewey waarop vader Leendert en zijn zoon Adriaan aan het werk zijn in de Biesbosch. Het schilderij werd Adriaan Volker aangeboden door zijn vier kinderen: Leendert, Abram, Arie Cornelis en Elisabeth.
‘t Schrijverke
De Historische Vereniging Sliedrecht bestaat in 2026 vijfenveertig jaar. In het jaar 1981 is de vereniging opgericht en vanaf die tijd is er een enorme hoeveelheid aan informatie over de geschiedenis van Sliedrecht op papier gezet. In een document uit 1064 wordt voor het eerst het dorp vermeld. Om precies te zijn op de 2e mei van dat jaar. In een acte van de bisschop van Utrecht wordt het bestaan van het dorp Sliedrecht beschreven. Of voor het jaar 1064 al sprake zou zijn van een nederzetting waar Sliedrecht uit voortgekomen is, valt niet te achterhalen. Zo ongeveer vanaf het jaar 850 is bekend dat in onze regio groepen mensen zich vestigden.

Op de website www.historie-sliedrecht.nl is een schat aan informatie te vinden over de ontstaansgeschiedenis van Sliedrecht. Evenals de uitgebreide site met meer dan 20.000 foto’s van vroeger en nu. Vele gebeurtenissen zijn beschreven en uitgegeven in boekvorm in allerlei formaten, Tweemaal per jaar wordt een een fraai uitgevoerd periodiek samengesteld en thuisbezorgd bij de leden van de Historische Vereniging Sliedrecht, afgekort de HVS. Het mooie blad is ook los te koop, maar u kunt ook lid worden, wel zo handig. Een handje helpen als vrijwilliger bij de HVS is trouwens een gezellige en nuttige tijdsbesteding.
Er blijft wel eens drukwerk over en dat wordt dan opgeslagen. Boeken, periodieken, plaatjesboeken en nog meer. Volop interessante informatie dus. Zo is het idee ontstaan om de voorraad te gaan selecteren en te koop aan te bieden. Uiteraard voor schappelijke prijzen. Aanstaande dinsdagmiddag de 9e december organiseert de HVS een boekenmarkt. Waar? In het Onderhuys van de HVS. Waar kunt u dat vinden? In de Van Goghstraat op nummer 15, de achterzijde van het Sliedrechts Museum. In de directe omgeving is altijd wel een parkeerplek te vinden en als u op de fiets komt is het nog gemakkelijker. Een aantal vrijwilligers van de HVS staan voor u klaar. Er is vers gezette koffie met een koekje. Voor een gezellig praatje is altijd gelegenheid. Eigenlijk wel een mooi moment om te zien hoe de HVS gehuisvest is. Wij delen deze ruimte met de Genealogie Vereniging De Stamboom.
U bent welkom op dinsdag de 9e december. Het Onderhuys is op 9 december geopend van 14.00 tot 16.00 uur in de middag.
‘t Schrijverke
Zo ongeveer zes dagen in de week rijden er busjes door Sliedrecht om pakketten te bezorgen. Niet alleen in Sliedrecht, maar in alle gemeenten in ons land. In de maanden november en december hebben de pakjesbezorgers het extra druk. Er gaat geen dag voorbij of in de nabije omgeving wordt een pakket bezorgd en soms bij jezelf. Alhoewel er in je eigen dorp door winkeliers van alles wordt aangeboden, vinden veel mensen het kennelijk prettig om iets te bestellen vanuit een makkelijke stoel thuis met de tablet of laptop op schoot.

Uitverkoop had je ‘t begin van het jaar en na de zomer nog een keer. Maar alles verandert.
Op internet, in kranten, weekbladen, tv-reclame en waar niet, worden continu aanbiedingen gedaan. Black Friday duurt al langer dan een dag. Het lijkt maar niet op te houden. Dagelijks bezoeken containerschepen de Rotterdamse zeehavens met goederen voor Nederland en de rest van Europa. Er zijn schepen die 24.000 containers in één keer vervoeren. Zo’n schip is 400 meter lang en 60 meter breed, containers tot hoog aan dek. De inhoud van al die containers komt meestal uit het verre oosten. De vaartijd van Shanghai naar Rotterdam duurt 30 tot 40 dagen.
Vroeger waren er ook pakjes en pakketten, maar wel anders, vaak via het postkantoor. Er was zelfs een tijd dat postbodes zowel in de ochtend als in de middag een bezorgronde deden. Die mannen liepen met een grote lederen tas om hun schouders waar heel de vracht in zat.
Grotere pakketten werden opgehaald en bezorgd aan de deur door bodebedrijven. Bode Vlot, Bode Den Dikken en Bode Pijl waren bekend om hun dienstverlening. De gebroeders Huyzer voeren met hun beurtvaartschip tussen Sliedrecht en Rotterdam. Aan de loswal in Sliedrecht was altijd bedrijvigheid. Op de foto ligt het schip ‘De Drie Gebroeders’ van Huyzer voor de wal. Met de giek wordt de lading gelost. De bodewagen van Huyzer staat gereed, de pakketten worden op volgorde van de te rijden route ingeladen. Huyzer had al een vrachtauto. Sommige bodes reden met paard en wagen. Wie wat aan te bieden of te ontvangen had, plaatste een bord voor de deur met de naam van de bode. Vroeger had je genoeg aan beurtvaarder Huyzer, ‘t postkantoor en een bode, tegenwoordig hebben we China Shipping Line nodig. ‘t Neemt toe, men weet niet hoe’, schreef ooit de dichter Jacob Cats (1577-1660).
‘t Schrijverke
Zaterdag de 15e november 2025 was het weer zover: Sinterklaas arriveerde in Sliedrecht.

Hij kwam met zijn veegpieten per schip aan in de haven van Sliedrecht. Na een enerverende zeereis vanuit Spanje, waarmee de onvoorspelbare, vaak woeste Golf van Biskaje werd getrotseerd, zette men voet aan de wal op het vertrouwde autosteiger. Met de deining nog in de benen schreed de Goedheiligman richting de Schuttevaerkade. De Sliedrechtse burgervader heette Sinterklaas en zijn gevolg welkom. Honderden kinderen, begeleid door hun ouders en oma’s en opa’s juichten enthousiast, ondanks het druilerige weer. Met smartphones werden de taferelen gefotografeerd en gefilmd. De iets oudere kinderen informeerden op voorhand bij de man in zijn rode gewaad met mijter, alsmede bij zijn gevolg, hoe het gesteld was met de cadeaus die nog aan boord lagen en niet vergeten moesten worden. De kleinere kinderen, de meesten veilig vastgehouden, keken afwisselend blij en terughoudend naar de folklore.
Op klanken van muziek maakten de roetveegpieten sierlijke bewegingen en via de Havenstraat liep het gezelschap naar het raadhuis op het Langeveldplein. Vanaf het bordes werden de toegelopen belangstellenden nogmaals uitbundig gegroet. Hierna verdween de groep achter de eikenhouten deuren van het inmiddels meer dan honderd jaar oude gemeentehuis. Begrijpelijk, want na zo’n reis vanuit het zonnige Spanje naar het natte Sliedrecht moet zelfs een Sinterklaas even bijkomen: de Sinterklaasshow in De Stoep volgde immers al spoedig.
Sinterklaas en zijn Stuurman Piet zijn sinds jaar en dag bekend met de haven van Sliedrecht. Voorheen kwam er heel wat meer manoeuvreerkunst aan te pas om laverend tussen de baggermolens de loswal te bereiken. Met de tegenwoordige satellietnavigatie is dat een stuk eenvoudiger en het baggermaterieel heeft plaats gemaakt voor pleziervaartuigen en binnenvaartschepen. Vroeger bezocht Sinterklaas zo ‘n beetje alle lagere scholen en sprak sommige kinderen toe. In zijn grote boek stond precies of je iets goed of fout gedaan had. ‘Wie goed is krijgt lekkers, wie stout is de roe’, zong de schoolklas. Op zijn tocht door Sliedrecht liet de Sint zich rijden in een fraaie open koets, vergezeld door door slechts één Piet en die was helemaal zwart. ‘s Avonds thuis mocht je een schoen zetten bij de schoorsteen en zingen: ‘Ik hoop dat hij ‘m vol doet met ja wist ik het maar…’.
‘t Schrijverke
In de jaren na 1910 werd de buitenuitbreiding van Sliedrecht opgespoten. De Huibert de Baatsplaat werd uitgegraven waardoor de haven ontstond. Door het plan ‘Sliedrecht Vooruit’ van de Sliedrechtse arts Langeveld kwam een gebied tot stand waarop woningen werden gebouwd en een industriegebied. Op de achtergrond van de foto ziet u de Sliedrechtse haven met huizen.

Links staan de huizen iets terug, dit is het Van den Houte Willemsplein, apotheker en planoloog J.A.F. Van den Houte Willems functioneerde later als secretaris van de Stichting Sliedrecht Vooruit. De Sliedrechtse Debating Club ontstond rond het jaar 1896.
De Franse overheersing van de lage landen was al over, maar eindigde pas echt door de Slag bij Waterloo op 18 juni 1815. Herwonnen vrijheden bloeiden weer op, men wilde de vooruitgang van het land nastreven en de maatschappij vooruit helpen. Zo werd in 1814 de Sociëteit ‘Ken U Zelven’ opgericht en daarna een Vrijmetselaarsloge. De Sliedrechtse Debating Club kende zijn oorsprong uit leden van de sociëteit en de Loge. De Debating Club is er niet meer, de Vrijmetselarij in Sliedrecht is in ruste gegaan, de sociëteit bestaat nog steeds.
Het plan van de Stichting Sliedrecht Vooruit was voor het dorp van groot belang. Betere woningen en dito leefomstandigheden plus de aanleg van een industriegebied leidde tot toename van de welvaart. De sterke opkomst van de baggerbedrijven in Sliedrecht bracht met zich mee dat scheepswerven en machinefabrieken hierop inspeelden en ontwikkelden als specialisten in de bouw van baggermaterieel. ‘De Klop’ vestigde zich in 1916 aan de Industrieweg te Sliedrecht. Oorspronkelijk was ‘De Klop’ een kleine reparatiewerf aan de Vecht, waar de Sliedrechtse ondernemer Van Noordenne een belang in had. Door het plan van de Stichting Sliedrecht Vooruit werd de werf naar Sliedrecht overgebracht. Fort aan de Klop is een verdedigingswerk, aangelegd in 1819 als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
Op de voorgrond ziet u een zandschipper aan het werk. In de haven bij de werf werd later een dwarshelling gebouwd, Begin jaren 1970 werden ‘De Klop’ en Van Rees samengevoegd en in 1974 werd de nieuwe werf IHC Sliedrecht in gebuik genomen. Waar ‘De Klop’ in 1916 werd gebouwd, is nu Van Beest gevestigd, een wereldleider op het gebied van sluitingen.
‘t Schrijverke
Programma’s op tv voor jongeren zijn vaak heel informatief en interessant bovendien. Kent u het programma Klokhuis? ‘t Bestaat al vele jaren. Het wordt speels gebracht en het heeft altijd wel een onderwerp waarvan je denkt: ‘hé, dat wist ik nog niet’;. Dat is ook de bedoeling, jongeren leren ervan en ouderen eigenlijk net zo goed. In begrijpelijke taal wordt in woord en beeld iets duidelijk gemaakt.

Als het goed is weet u dat er over Sliedrecht best veel boeken geschreven zijn. Denkt u maar aan de boeken van professor ir. W. Bos Jzn. Nieuw worden zijn boeken niet meer te koop aangeboden, maar in de Sliedrechtse bibliotheek kunt u ze inzien en lenen. In een van deze boeken schrijft Bos ‘Sliedrecht, dorp van wereldvermaardheid’. Met deze term geeft hij aan dat Sliedrecht bekend is geworden vanwege de baggerindustrie. Al voor het jaar 1900 zwierven Sliedrechters uit over de gehele wereld voor het aanleggen van havens en het werk dat daar mee samenhangt.
Aanstaande donderdag, de 6e november is er op de zender NPO3, 18:45 uur, een uitzending van Klokhuis waar u weer een keer kennis kunt maken met een onderwerp waar Sliedrecht om bekendstaat: de wereld van waterbouw, oftewel baggeren. De filmploeg van Klokhuis is een tijdje geleden op bezoek geweest in het Nationaal Baggermuseum. Waarom? Nou, om dat in dat museum het verleden, het heden en de toekomst van dit vakgebied te ervaren is.
Het is overigens niet de eerste keer dat Klokhuis tv opnamen heeft gemaakt in Sliedrecht. Het is al de derde keer dat de NPO, de Nederlandse Publieke Omroep, naar ons dorp kwam om een leerzaam programma op te nemen. Na een introductiegesprek is de filmcrew naar buiten gegaan om met behulp van een baggerbeugel modder uit een sloot te baggeren. Tenslotte was de baggerbeugel het gereedschap waarmee de baggerpioniers aan het werk gingen. Vervolgens wordt in beeld gebracht hoe de techniek van baggerbeugel tot de moderne sleephopperzuigers zich ontwikkelde.
Maar je moet het ook wel in het echt zien. Daarvoor is de complete Klokhuisgroep aan boord gegaan van een sleephopperzuiger om het baggerproces begrijpelijk te filmen. Dat kunt u allemaal horen en zien als u donderdag de zesde november naar Klokhuis kijkt. Op bijgaande foto ziet u de Klokhuis bemanning, met in het midden een Sliedrechtse vrijwilliger van het Baggermuseum die mocht helpen met de regie.
‘t Schrijverke
De 2e januari van het jaar 1919 was er voor ‘t eerst een weekmarkt in Sliedrecht op het huidige Doctor Langeveldplein. De oude foto is voorzien van stempels die de plaats en tijd van handelen aangeven. Aangenomen dat dit juist is, dan zou 2 januari 1919 een maandag zijn geweest. Met een vergrootglas is links een groep mensen te zien die dicht op elkaar staan, waarschijnlijk vanwege de foto. Wat meer naar het midden wordt koopwaar aangeboden op handkarren en kruiwagens of op een kleed op de grond. Marktkramen werden toen kennelijk nog niet gebruikt, in ieder geval niet op die dag.

De buitenuitbreiding die we nu de ouwe uitbreiding noemen, is in delen aangelegd door het baggerbedrijf Den Breejen & Van den Bout uit Hardinxveld of Giessendam, toen nog twee aparte dorpen, later, in 1956 zijn ze samengevoegd. Dat ging niet vanzelf, er waren nogal wat protesten.
De Huibert de Baatsplaat, ooit een zandplaat in de Merwede, werd uitgebaggerd waardoor de Sliedrechtse haven ontstond. Met het zand werd een deel van de nieuwe buitendijkse uitbreiding opgespoten. Tegelijk ontstond de Industrieweg. Op de achtergrond zijn loodsen te zien van de
Scheepsbouwwerf & Machinefabriek ‘De Klop’, sinds 1916 in Sliedrecht. .
Het gebouw links is café Koorevaar, op de zijmuur staat met grote letters ‘Café Biljart’.
De bioscoop was er nog niet. Het huis in het midden werd gebouwd door Teeuw, handel in scheepsbenodigdheden. Rechts daarvan de eerste huizen van de Emmastraat. Meer was er in 1919 nog niet. De foto is zo goed als zeker gemaakt vanuit Oranjestraat 1, het vroegere huis van de arts Folmer. Later kreeg dit huis andere functies, zoals politiebureau.
Het Sliedrechtse raadhuis moest in 1919 nog gebouwd worden, later, in 1923 in gebruik genomen. Het eerste raadhuis van Sliedrecht staat in de Kerkbuurt, gebouwd in 1853. Na 1923 werd het oude raadhuis Consultatiebureau voor Zuigelingen, zo heette dat toen. Daarna is het verhuurd aan het Leger des Heils. In het jaar 1961 werd het gebouw gekocht op initiatief van ir W. Bos Jzn en ing J.B.A.Visser, die met deelname van meerdere Sliedrechtse ondernemers het restaureerden. Vanaf 1963 is dit Rijksmonument het Sliedrechts Museum.
Of op de eerste Sliedrechtse weekmarkt je gulden al een daalder waard was weet ik niet.
‘t Schrijverke
De herfstvakantie in onze regio duurt nog even en er is in ons eigen Sliedrecht nog veel te
ontdekken. Het Nationaal Baggermuseum en de BaggerPrijktijkTuin zijn open op de middagen van woensdag 22 oktober tot en met zaterdag 25 oktober 2025. De voorleesbaggermevrouw Carlien vertelt wel een uur lang een verhaal voor de jongeren, dat doet ze woensdagmiddag 22 oktober.

Dat voorlezen gebeurt vaker en de kinderen vinden het prachtig. ’t Is ook nog eens knus en gezellig. Er worden ook twee soorten puzzel tochten gehouden. Een voor de kleinste bezoekers en een voor de iets oudere jongeren. Dat zijn dan eigenlijk de baggerbollebozen die het al gauw snappen. Wel heel leuk om te doen. Trouwens er lopen ook ervaren rondleiders in het museum waar je best wel eens iets aan mag vragen. Ze verklappen natuurlijk niks, ze helpen gewoon een beetje.
De BaggerPraktijkTuin is geopend gedurende de zomertijd. Komend weekend gaat de wintertijd
weer in, de klok moet dan een heel uur worden teruggezet. Blijft wel een gedoe steeds die wisseling van zomer en wintertijd. Zaterdag 25 oktober is wel de laatste middag dit jaar dat in de BaggerPraktijkTuin gespeeld kan worden met alle aanwezige attracties. Dijken bouwen, de
graafmachine bedienen, met op afstand bestuurbare schepen varen of jezerlf testen met de
baggersimulator, ’t kan allemaal. Na aanstaande zaterdag gaat de tuin dicht voor onderhoud en
reparatie in de wintertijd.
De stoombaggermolen ‘Frieland’ is speciaal voor de herfstvakantie op zateredagmiddag de 25e
opgetuigd om te bezoeken. De baggermolen is dan ook onder stoom. Kom in de machinekamer
kijken en bewonder de fluisterstille stoommachine. Het wordt pas en heleboel herrie aan boord als de baggeremmers gaan ronddraaien. Als je in de besloten ruimte komt, binnenin de baggermolen, gaat er een wereld voor je open om zelf te beleven hoe de bemanning van zo’n baggerwerktuig een werkweek aan boord bleven. Overdag baggeren en ’s avonds na werktijd vaak nog het een en ander repareren. Aan boord van de baggermolen ‘Friesland’ werken zes bemanningsleden. Wie van deze zes het beste eten kon bereiden was ook de kok. Een of twee keer in de week ging de kok/dekknecht met de roeiboot naar de vaste wal om inkopen te doen. Waar hard gewerkt wordt moest stevige kost worden gegeten. Wie wil weten hoe het er aan boord van een baggermolen er aan toe ging moet maar eens ter plekke komen kijken. Zaterdagmiddag de 25e is er heel wat te beleven.
’t Schrijverke
De meeste mensen kennen wel iemand met de voornaam Bas. Maar een Bas die in een groep muziek maakt met een contrabas komt waarschijnlijk minder voor. Onlangs trof de schrijver dezes een Bas die bas speelde, overigens niet geheel toevallig. In het land ten zuiden van Nederland wonen de Vlamingen. Als die van de een naar de andere plaats gaan of op stap zijn, noemen ze dat ‘op verplaatsing’.Recent was ‘t Schrijverke andermaal op verplaatsing en bezocht in goed gezelschap een oude boerenschuur waaruit muziek klonk, Eenmaal binnengekomen bleek dat er veel volk zat. Het waren bewoners uit het dorp en de directe omgeving. Die mensen zaten daar gewoon gezellig met elkaar te praten over van alles en nog wat, alles wat in het dagelijkse leven kan passeren.

Om de sfeer verder te veraangenamen was een groep van vier muzikanten bezig. Een gitarist, een dame met een accordeon, een vioolspeler en een contrabas. En die man die de contrabas bespeelde is Bas. De muziek die ten gehore werd gebracht was niet elektronisch versterkt, iets wat je maar al te vaak meemaakt en waardoor het al gauw veel te opdringerig gaat klinken. In dit geval was de bedoeling van de muziek er op gericht op met elkaar te kunnen praten en tegelijk te kunnen genieten van muzikale klanken. Het deed me denken aan Ierse of Schotse volksmuziek met af en toe een Franse musette en andere prettig in het gehoor liggende klanken.
In Vlaanderen is het dan een goede gewoonte er een glas bij te drinken, natuurlijk met mate. Binnen in de schuur heerste de gemoedelijkheid. Buiten was er ook het nodige te doen. Vanwege het begin van de herfst werden er veel appels geperst waarvan het sap meteen geproefd kon worden. Het meeste sap werd gereserveerd voor verwerking tot fruitwijn of dranken die na destilleren worden verkregen. Op hetzelfde erf, ook buiten, staat een apart huisje dat dienst doet als bakkerij voor brood en speculaas. Hier wordt echt brood gebakken zonder toevoegingen of kunstgrepen. Een eerlijk product zoals bakkers dat vroeger maakten. Stevig brood en goed doorbakken op een stenen vloer, verhit met dorre takken.
En ondertussen speelde Bas onvermoeibaar op zijn contrabas. Terwijl de geur van vers gebakken brood om de neus kringelde bestelden we zo af en toe een vorstelijke pint. Maar ja, in zulke situaties vliegt de tijd en moet men weer aanstalten maken huiswaarts te keren. Vooruit maar, als het brood op is gaan we weer.
‘t Schrijverke
Bij het uitvoeren van baggerwerk kan er altijd iets bijzonders gebeuren. We gaan terug in de tijd. Begin mei 1940 vaart ‘Loodsboot 19’ van Rotterdam naar Hoek van Holland. Het schip heeft 937 stuks goudstaven aan boord uit de kluis van de bijbank van de Nederlandse Bank aan de Boompjes in Rotterdam met de opdracht de kostbare lading buitengaats over te laden op een Engels marine fregat die het goud naar Londen moet brengen. Echter ‘Loodsboot 19’ bereikt zijn doel niet en vaart op een magnetische mijn ter hoogte van Maassluis: explodeert en zinkt. Enkele dagen later, 10 mei 1940, wordt Rotterdam gebombardeerd, begin Tweede Wereldoorlog.

Het wrak van de loodsboot wordt geborgen en 816 goudstaven worden in beslag genomen door de Duitsers. Een Sliedrechts baggerbedrijf krijgt in 1940 opdracht van de bezetter om met een baggermolen te gaan zoeken naar de 121 goudstaven die op de bodem van de rivier zouden moeten liggen. De baggermolen werkt naast het aangewezen gebied en er wordt ‘niets’ gevonden. De oorlogshandelingen nemen toe en de goudstaven die op de bodem van de rivier liggen ontsnappen aan de aandacht.
Na WO II moet Rotterdam herrijzen. Er is vraag naar industrieterreinen. Besloten wordt de Spaanse Polder op te spuiten. Dezelfde baggeraar als in 1940 werkt met een baggermolen ter hoogte van Maassluis / Vlaardingen voor zandwinning, het is dan 1946. De met zand geladen bakken worden met sleepboten naar de Spaanse Polder gevaren. En dan gebeurt er wat bijzonders. In de emmers van de baggermolen komt niet alleen zand boven water, maar ook blinkende voorwerpen die uit de baggeremmers worden gehaald. ‘Het lijkt wel goud’, zeggen de mannen aan boord. En ja hoor, dat blijkt ook zo te zijn. Het werk wordt onder extra toezicht voortgezet en elke baggeremmer die boven water komt wordt geïnspecteerd op aanwezigheid van een goudstaaf.
Van de 121 goudstaven worden deze op zeven na opgebaggerd. En dan gebeurt er weer wat bijzonders: bij het controleren blijken er drie goudstaven verdwenen te zijn. Stiekem meegenomen door enkele baggeraars. Het gonsde in Sliedrecht van de geruchten; wie zijn die mannen en waar zijn de goudstaven? Vanavond, 9 oktober, wordt er een lezing over gehouden in de aula van het Grienden College, ‘t begint 19:00 uur. Bent u verhinderd? Nou, het verhaal van de goudstaven vertellen ze ook weleens in het Nationaal Baggermuseum. Vraag er maar naar.
’t Schrijverke
De dijk in het westen van Sliedrecht heet Baanhoek. Er wordt wel beweerd dat de nederzetting ‘Baanenhoek’ er eerder was dan Sliedrecht, eigenlijk Oversliedrecht. Sliedrecht ten zuiden van de Merwede verging tijdens de Sint Elisabethsvloed 1421 en Oversliedrecht is nu Sliedrecht.
Tussen de spoorbrug en de grens van Papendrecht stond ooit een korenmolen. Deze molen werd aangedreven door paarden als er onvoldoende wind was. De molen werd de Rosmolen genoemd. Als je in Sliedrecht zei: ‘van de Kaai (oost) tot de Rosmolen (west)’, bedoelde je het hele dorp.

Zou er een foto of tekening zijn van deze Rosmolen? En wanneer is ‘t ie afgebroken?
De naam Rosmolen werd in Sliedrecht opnieuw in gebruik genomen toen het voormalige rusthuis, aan de Stationsweg de functie kreeg als open jongeren centrum. Dat was eind jaren zestig van de vorige eeuw. De naam van het gebouw werd De Rosmolen. Het was de tijd waarin men van jazz en blues naar rock and roll, overging. Min of meer gelijktijdig met de Merseybeats uit Engeland en bands als The Beatles en Roling Stones. De jongeren die in De Rosmolen bijeen kwamen vermaakten zich doorgaans met nog modernere en waarschijnlijk andere muziekkeuzes. De geschiedenis van De Rosmolen kreeg een wending en de naam van het jongerenwerk moest anders worden. Eind jaren zeventig vorige eeuw werd gekozen voor de naam Elektra, dit is de naam van een vrouw met een hoofdrol in twee Griekse tragedies, de een is van Sophocles, de andere van Euripides. De naam Elektra betekent ; ‘de stralende’.
De derde Rosmolen is een van eikenhout gebouwd drijvend werktuig met aandrijving door vier paarden en werd ingezet voor het uitvoeren van baggerwerken. In het centrum van Rotterdam was vroeger een kreek, een gantel, die uitmondde in de Nieuwe Maas. Rond 1594 gaven de Staten van Holland opdracht voor het uitdiepen en rechttrekken van deze kreek. Het werk werd wegens geldgebrek stilgelegd en hervat in 1604. Het baggerwerk werd uitgevoerd met een Rosmolen.
Bij de oplevering van het werk werd de gebaggerde haven van Rotterdam de Leuvehaven genoemd. Het is de oudste gegraven haven van Rotterdam. Later werden er bruggen gebouwd.
Van dit bijzondere baggerwerktuig, de Rosmolen, bestaat een prachtig schaalmodel, te zien in het Nationaal Baggermuseum Sliedrecht.
‘t Schrijverke
De Dijkstraat werd in de jaren vijftig vernoemd naar wethouder A.W. de Landgraaf. Bovenaan links is het nog de Dijkstraat. Het eerste pand links werd vroeger het ‘vogelenwinkeltje’ genoemd omdat er diervoeders, goudvissen en aanverwante artikelen verkocht werden door de weduwe Lakerveld. Het beeld eronder laat zien dat het nu een woonhuis is. Na de vogelenwinkel zat groenteboer Koppelaar, die de zaak beëindigde. Bertus Lanser, ook een groenteboer. Het pand waar het zonnescherm uithangt is de kruidenierswinkel van de Coöperatie, met een woonhuis bij.

De Coöperatie opende in 1954 een nieuwe winkel op de hoek van de Thorbeckelaan en de Simon Stevinstraat. Daar kwam later de fietsenzaak van Kramer in. Nu is er onder meer een makelaar gevestigd.
Het pand van de Coöperatie in de Dijkstraat werd gekocht door Kees Verschoor met een kledingzaak. Deze handelaar startte met een werkkledinglijn onder de naam KLM, wat staat voor Kan Langer Mee. Kees Verschoor verkocht ook regenkleding onder de slogan ‘Met Kees Verschoor droog de regen door’. De zaak in werkkleding vertrok naar een industriegebied en het pand werd verhuurd aan een chinees die er een restaurant in begon, de eerste chinees in Sliedrecht. Het Chinese restaurant werd voortgezet op het Winklerplein en het pand is nu een woonhuis.
Aan de rechterzijde van dezelfde foto staat het huis van de familie Van Aken, een schildersbedrijf. Na Van Aken komt de bakkerij van Van der Wiel, zit nu aan het Winklerplein. Henk Batenburg nam de bakkerij over. Hij was eerst de voorman bakker bij de Coöperatieve Bakkerij aan de zuidzijde van de Dijkstraat. In dat pand vestigde zich Rook Verhoef die een elektrotechnisch installatiebedrijf begon. Verhoef verplaatste de zaak naar de Industrieweg en het karakteristieke pand werd omgebouwd tot een woonhuis.
Bovenaan links is de Westerbrug, gebouwd in 1936. Als het nodig was werd de brug over het Klein Diep door de havenmeester met de hand open gedraaid waarbij het contragewicht er voor zorgde dat het opendraaien makkelijk ging. Op de achtergrond van de foto rechtsboven, is de Klein Diepstraat en een deel van de huizen van de Dijkstraat, die staan er nog altijd. Het kleine stenen gebouwtje naast de Westerbrug is een urinoir (pisbak). Vroeger stonden er meer van in Sliedrecht.
De schaduw rechtsboven was de kapperszaak van Sels. Tegenover Sels administratiekantoor Kooijman.
‘t Schrijverke
Het water van het Middeldiep bestaat nog maar voor een klein gedeelte. We kennen het nu als de halteplek van de Waterbus. Het Middeldiep liep van oost naar ‘t centrum van Sliedrecht tot aan de Kerkstraat. Daar was vroeger een brug. Onder de brug ging het Middeldiep over in het Kleine Diep. Vanaf de Kerkstraat liep het Kleine Diep naar het westen. In de A.W. De Landgraafstraat lag een brug, de Westerbrug, een hefbrug, en van daaruit ging het kleine diep verder naar het westen tot aan de vroegere scheepswerf van Van Eijk, zit nu een ijzerhandelaar. De Ouwe Uitbreiding, aangelegd vanaf 1910, was dus een eiland. In de Oosterbrugstraat, de naam zegt het al, was ook een brug. Dat was een draaibrug, geplaatst in 1924.

Het Kleine Diep en het Middeldiep stonden direct in verbinding met de rivier, de Beneden Merwede. Voordat in Nederland de Deltawerken werden uitgevoerd waren de verschillen tussen hoog en laag water aanmerkelijk meer dan tegenwoordig. Lager gelegen buitendijkse woningen moesten bij hoog water voorzieningen treffen om het rivierwater niet in huis te krijgen, Op de deursponningen werden sleuven aangebracht waar tussen men planken kon schuiven. Bekisting plaatsen noemde men dat. Om het waterdicht te maken werd ouderwetse dikke groene zeep gebruikt die in de sleuven en naden van de planken werd gesmeerd, soms werden ook klei of paardenvijgen gebruikt.
In het Middeldiep begon ooit scheepswerf Lanser en was er de zandoverslag van de firma Bons. Woonarken lagen er ook.
Voordat de Ouwe Uitbreiding door Baggerbedrijf T. den Breejen & Van den Bout werd opgespoten met zand, bestond het gebied uit twee zandplaten in de rivier. De Huibert de Baatsplaat en de Kerkeplaat. Op de Huibert de Baatsplaat begon Johannis Kraaijeveld, de grondlegger van Boskalis, ooit zijn baggerbedrijf. Om van de vaste wal, de dijk, naar de Huibert de Baatsplaat te komen maakte men gebruik van een trekpont.
Op de Watersnoodramp van 1953 volgde de Deltawet. Open verbindingen met de zee werden afgesloten met dammen en waterkeringen. De Deltawet wordt regelmatig vernieuwd. Zo zijn in de periode 1994 tot 2000 in Sliedrecht de dijken verhoogd of verstevigd. Het Middeldiep en het Kleine Diep werden gedempt. Alleen het stukje bij de Waterbus is er nog. Op dit moment is het niet zeker of de Waterbusverbinding tussen Sliedrecht en Dordrecht blijft bestaan.
‘t Schrijverke
Ooit een foto gemaakt van een luchtfoto uit 1953. U ziet Sliedrecht in de zomertijd na de Watersnoodramp van februari 1953. De zwart/wit foto is destijds gemaakt door KLM Airo Carto. De foto kwam in bezit van de gemeente Sliedrecht en heeft jarenlang aan de wand gehangen van een keet van de afdeling plantsoenen in het burgemeester Feitsmapark. Van daar uit werd het park onderhouden. Meer van deze keten werden opgeheven en de mensen van het groenonderhoud betrokken een centrale plek op de gemeentewerf aan de Lelystraat. De luchtfoto kreeg ‘t Schrijverke van Dirk de Waard die helaas niet meer onder ons is. De foto kreeg een plek in het Sliedrechts Museum. Op dit moment is de fraaie foto waarschijnlijk in depot gezet.

Het linkergedeelte laat de dijk zien van oost, onderaan, naar west, boven. Op de originele foto is de spoorbrug nog net te zien. Op de rivier scheepvaart en een sleepboot met sleep. In het midden ziet u het watertorenterrein met het Sliedrechtse Waterleidingbedrijf. Destijds was Sliedrecht een van de eerste gemeenten in Zuid-Holland met een eigen waterleidingbedrijf. De watertoren staat nu troosteloos te wachten op de toekomst.
Aan de onderzijde van de foto is de locatie van de Sliedrechtse gasfabriek. Toen een modern bedrijf dat in de plaats kwam van de eerste gasfabriek die in de buurt heeft gestaan van de Jan Steenstraat / Vermeerstraat, dicht bij de dijk. Rechts van de gasfabriek was het pijpleidingenbedrijf van Van de Grijp. Het terrein is particulier eigendom en biedt ruimte aan opslag. Er is een haven met ruimte voor allerlei vaartuigen in de sector pleziervaart. Het gedeelte grenzend aan de rijksweg A15 is een centrum voor handel in gebruikte vrachtauto’s.
Uiterst rechts op de foto ligt de rijksweg met een enkele rijbaan. In 1962 is de A15 uitgebreid tot twee maal twee rijbanen. Sliedrecht had vroeger drie aansluitingen op de A15. In het westen heette dat Wijngaarden, nu Sliedrecht West. In het oosten de aansluiting Sliedrecht Oost. De centrale aansluiting is opgeheven. Dit vond plaats tussen 2000 en 2006. De oude aansluiting op de Stationsweg is goed te zien. Evenals de parallelwegen naast de rijksweg. Rechts bovenaan, in het midden, ziet u de nieuwbouw ten noorden van de Rembrandtlaan. De open zandvlakte is de plek waar het Burgemeester Winklerplein nu is.
‘t Schrijverke
Het gebouw is de Meelmaalderij van Van Ballegooijen in Sliedrecht. De datum van de foto is niet precies bekend, waarschijnlijk van kort voor of kort na de Tweede Wereldoorlog. De activiteiten van de meelmaalderij werden beëindigd en het gebouw werd aangekocht door de Firma Van Beest. Jaren lang heeft deze accommodatie gediend als fabriek waar allerlei maten en soorten sluitingen werden gemaakt. Als je er in de zomerdag voorbij kwam hoorde je het sissen en stampen van de machines waar stukken rondstaal in vormen werden geperst. Mannen in blauwe ketelpakken, tegenwoordig noem je dat een overall, bedienden de machines en verrichten daar hun noeste arbeid. Halverwege de jaren vijftig, vorige eeuw, werden voor dit werk vaak buitenlandse werknemers aangetrokken omdat er een tekort aan Hollands personeel was. De gehele dag de zelfde handelingen uitvoeren werd bovendien niet altijd als aangenaam ervaren.

In de nieuwe fabriek van Van Beest aan de Industrieweg worden sluitingen gemaakt door machines, gestuurd door computertechniek. Een geheel ander soort vakmanschap is hiervoor noodzakelijk.
Er worden sluitingen gemaakt van klein tot verrassend grote afmetingen. Buiten Nederland worden de sluitingen greenpins genoemd. Van Beest is inmiddels uitgegroeid tot een van de grootsten ter wereld en misschien wel de allergrootste. De producten worden wereldwijd geëxporteerd. Het is een prachtig ingericht en goed georganiseerd bedrijf, kunnen we in Sliedrecht trots op zijn.
Vroeger was naast Van Beest de werf van de Hollandsche Aanneming Maatschappij, afgekort de HAM, een baggerbedrijf waarvan de Sliedrechter Van Hattem de grondlegger is. Naast de HAM bevond zich de werf van Bos & Kalis, ook zo’n baggergigant, Op oude foto’s, die u allemaal kunt vinden op de website van de Historische Vereniging Sliedrecht, zijn mooie plaatjes te vinden van baggermaterieel dat in de haven lag om bij deze werven gerepareerd te worden. Wat nu de jachthaven is was voorheen het domein van Sliedrechtse baggerbedrijven.
Het gebouw op de foto is weg. Ook de werven van de HAM en Bos & Kalis zijn er niet meer. Nu staat er het Gemeentekantoor. Daarnaast is Van Vliet Sliedrecht gevestigd, dit bedrijf verzorgt transporten voor het vervoer van zand, grind, grond en wegenbouwmaterialen. Met regelmaat ligt er een schip voor de wal voor de aanvoer van zand. Op het dak van het Gemeentekantoor is een webcam geplaatst, wie hierop inlogt kan vanaf smartphone of computer een kijkje nemen op de Sliedrechtse haven.
‘t Schrijverke
Op de foto ziet u de vroegere T-kruising Stationsweg – Rembrandtlaan. Een oude foto. Op dit punt werden destijds de stoplichten geplaatst, die stonden vroeger op de kruising Kerkbuurt, Kerkstraat – Stationsweg. In de wandeling noemen we dit stoplichten, logisch eigenlijk, omdat je er meestal voor moet stoppen. Officieel heet dit een verkeersregelinstallatie, maar dat zegt niemand.

De stoplichten bovenaan de Stationsweg konden daar weg omdat de Kerkbuurt autovrij werd. Het werd een winkelpromenade. Stel je eens voor dat de Kerkbuurt er nu zou uitzien als rond 1960, dan zouden we in Sliedrecht misschien wel het meest bijzondere winkelgebied van de regio hebben. Waarom neigt de mens naar dingen onherstelbaar te verbeteren? De Belgische stad Brugge is ooit uit armoede gebleven zoals het was, met als gevolg dat jaarlijks miljoenen mensen de stad komen bewonderen.
Niet verder filosoferen en terug naar de foto. De Rembrandtlaan had toen klinkerbestrating. Op de hoek ziet u een gebouw dat er nog staat. Gebouwd in 1953 voor het Algemeen Ziekenfonds Sliedrecht, AZS. Een overzichtelijke organisatie. Kon je zo naar binnen lopen en je werd deskundig te woord gestaan. Tegenwoordig moet je inloggen of bellen voor een afspraak. Na een keuzemenu zegt de computer: ,,Er zijn nog vijf wachtenden voor u, blijft u aan de lijn, u wordt zo spoedig mogelijk geholpen.” Met geduld en geluk krijg je naar tien minuten een echt mens aan de telefoon die vaak een collega moet raadplegen die dag net niet werkt.
Na het AZS betrok de Rabobank het gebouw, de naam staat op de gevel. De bank liet later een kantoor bouwen aan het Bonkelaarplein. Worden nu appartementen. In het AZS kantoor was een prachtig gebrandschilderd raam, het is eruit gehaald toen de Rabobank er in trok. Dat raam, een kunstwerk van de glazenier Toon Berg, is enkele jaren geleden opgespoord door de Historische Vereniging Sliedrecht. Het raam stond in de kelder van een verzekeringsmaatschappij in Arnhem. Het raam staat nu te pronken in het Sliedrechts Museum.
De stoplichten hebben plaatsgemaakt voor een rotonde, eind 2010 in gebruik genomen. Alle rotondes in Sliedrecht zijn aangelegd in de periode 1994 – 2010.
‘t Schrijverke
Een week of drie is het rustig in ons land, vakantietijd. In Sliedrecht is dit ook te merken.
Het verkeer, op straat, in winkels en overal waar je normaal activiteiten ziet, is het nu stil. Een gangbare Nederlandse term hiervoor luidt: ‘komkommertijd’. Weinig nieuws. Het gezegde is ontleend aan aan de tijd dat komkommers geoogst werden. Tegenwoordig zijn er altijd komkommers. Vroeger waren er zelfs komkommers met een witte schil. Die zie je niet meer.

De uitdrukking ‘komkommertijd’ komt in meerdere landen voor. In Engeland heet het ‘cucumber time’. De Duitsers noemen het ‘Sauergurken zeit’. In Polen, zeggen ze ‘sezon na ogórki’. In Frankrijk is het dan ‘Saison du concombre’. In al deze landen bedoelen ze het zelfde als wij. Een andere uitdrukking is: ‘tot in de pruimentijd’, ook ontleend aan de zomerperiode wanneer de pruimen rijp zijn. Het gezegde wordt gebruikt als groet waarbij niet precies bedoeld wordt tot wanneer. Dus als je tegen iemand zegt ‘tot in de pruiimentijd’, kan het nog wel even duren voor je elkaar weer ziet. Met ‘niet te pruimen’, wordt iets onsmakelijks bedoeld. Zo is een ‘droogpruim’ vaak een saai iemand. Wie chagrijnig overkomt zou je een ‘zuurpruim’ kunnen noemen. ‘Pruimen doen ruimen’ betekent dat pruimen laxerend kunnen werken.
De Nederlandse dichter, toneelschrijver en historicus Pieter Corneliszoon Hooft leefde van 1581 tot 1647. Hij was drost (beheerder) van het Muiderslot en baljuw van Naarden (vertegenwoordiger van de landsheer). Collega’s van P.C. Hooft werden lid van de Muiderkring, voerden discussies, aten gezamenlijk en dronken daar waarschijnlijk een glas wijn bij. Als de gasten van P.C. Hooft na enige tijd het Muiderslot weer verlieten werd de uitspraak ‘tot in de pruimentijd’ ook al gebezigd.
De Nederlandse dichter, jurist en politicus Jacob Cats, 1577 – 1660, was regelmatig te gast op het Muiderslot. Het verhaal gaat dat de vakbroeders onderling wel eens taalkundige grappen uithaalde.
Op een zeker moment, waarschijnlijk na een wijnrijke maaltijd, nam P.C. Hooft een kaars van tafel en liet enkele druppels kaarsvet op de jas van Jacob Cats druipen en sprak: ‘Vet smet’. Hierena stond Jacob Cats op en gaf Hooft een klap voor z’n kop en zei: “Ik tik”. Waarmee Jacob Cats de wedstrijd voor het uitspreken van het kortste gedicht won.
‘t Schrijverke.
In Sliedrecht zijn drie musea. In 1963 werd het Sliedrechts Museum, Kerkbuurt 99, geopend. Van 1853 tot 1923 was dit het raadhuis van Sliedrecht, inmiddels een Rijksmonument.
De gehele historie van Sliedrecht wordt tentoongesteld. Het initiatief voor een Sliedrechts Museum komt van ir. W. Bos Jzn die een aantal Sliedrechters aan zijn zijde vond zoals ing. J.B.A. Visser.

Een bestuur werd gevormd en het Sliedrechtse bedrijfsleven deed mee de financiering rond te krijgen. In 1064 wordt in een oud document voor het eerst melding gedaan van het bestaan van het dorp Sliedrecht aan de zuidzijde van de rivier en Oversliedrecht aan de noordzijde.
De watersnoodramp Sint Elisabethsvloed van 1421 verzwolg Sliedrecht. Oversliedrecht werd Sliedrecht. Deze geschiedenis en de roemrijke opkomst van de baggerbedrijven werd aanvankelijk in één museum ondergebracht.
Het Nationaal Baggermuseum, ook een Rijksmonument, is het tweede. Het onderdeel baggeren werd zo omvangrijk dat uitgezien werd naar een apart museum. Van 1972 tot 1974 werd hiervoor het huis Molendijk 16 betrokken. In 1976 stelden de Erven Volker het huis Molendijk 204 beschikbaar, in 2026 vijftig jaar op deze locatie. Van 1963 tot eind 1999 was er één bestuur voor beide musea. Vanaf 1 januari 2000 werden afzonderlijke besturen ingesteld. Molendijk 208 werd later toegevoegd en ingericht als bibliotheek, archief en kantoor. Ruim tien jaar geleden werd de BaggerPraktijkTuin geopend. Vermaak met water, zand en modder om te ervaren wat baggeren is. Door de Deltawet werd het Klein Diep gedempt en de stoombaggermolen ‘Friesland’ verplaatst naar de haven van Het Plaatje, dichtbij ‘t museum.
Het derde museum in Sliedrecht is het Verzetsmuseum van de Linie Crossers, gevestigd Molendijk 16 in de dijkvilla ‘Wilgenhorst’. De benedenruimte is ingericht als museum. In Wereld Oorlog II riskeerden mannen en vrouwen hun leven door informatie van bezet naar bevrijd gebied te brengen. De vaarroute van Sliedrecht naar bevrijd Noord-Brabant door de Biesbosch in beeld en geluid kan intensief beleefd worden. Terwijl in dit huis de bezetters woonden, werkten de leden van het verzet in de kelderruimten. In het hol van de leeuw werden plannen bedacht en uitgevoerd ter ondersteuning van de geallieerden die vanuit het zuiden oprukten om ons land te bevrijden.
Contact via liniecrossers.nl
‘t Schrijverke
Fop Smit, geb. Alblasserdam 1777, overl. Nieuw Lekkerland 1866, was een belangrijk man.
Hij begon een sleepdienst en startte met scheepsbouw in Kinderdijk. Ondernemer Fop Smit legde de basis voor de huidige zeesleepdienst Smit Internationale, Royal IHC en SBM Offshore. Fop Smit trouwde in 1806 met Jannigje Pieterse Mak, uit dit huwelijk werden acht kinderen geboren.

De Stoomboot Rederij ‘Fop Smit’ werd opgericht en onderhield vervoer over het water tussen Rotterdam en Gorinchem. Ook tussen Moerdijk en Hoek van Holland werd een vaardienst opgezet die later werd overgenomen door de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij RTM.
In Kinderdijk bouwde Fop Smit een elektriciteitscentrale voor zijn scheepswerf. Deze voorziening was een van de eerste in de regio. Het verhaal gaat dat als Fop Smit rond tien uur in de avond naar bed ging zette hij de hoofdschakelaar van de centrale uit. Vele woningen in de omgeving waren aangesloten op de elektriciteitscentrale en daar ging het licht om tien uur ook uit. “Meneer Smit gaat naar bed”, zij men dan,
De opkomst van de spoorwegen maakten sneller reizen mogelijk en de belangstelling voor vervoer over water nam af. De vaardiensten over water werden opgeheven. Het rijkswegennet in Nederland groeide en het autoverkeer nam enorm toe. Files ontstonden vanaf 1955. Tegen het eind van de 21e eeuw ontdekte men opnieuw de mogelijkheden van vervoer over het water.
De Drechtsteden kwamen tot een initiatief, samen met de Provincie Zuid-Holland, vervoer over water nieuw leven in te blazen. De waterbus werd in 1999 geboren, eerst onder de naam ‘Fast Ferry’, later de Waterbus. Moderne snelle schepen verbonden de Drechtsteden met Rotterdam.
De reiziger kon filevrij en met de fiets mee aan boord, vanuit de Drechtsteden van en naar het centrum van Rotterdam.
Het comfortabele vervoer over water kost geld en dat leidde tot strubbelingen mede door hoge brandstofprijzen en tegenvallende reizigersaantallen. Fast Ferry werd Waterbus en later Aquabus. Vanaf 1 januari 2022 ging de concessie ’Personenvervoer over water Rotterdam – Drechtsteden’ van start en nam Blue Amigo de exploitatie over van Aquabus.
Het openbaar vervoer in ons land dekt ongeveer 40 % van de kosten, de rest wordt betaald uit belastinggelden. Fop Smit was destijds een ondernemer zonder staatssteun. Tijden veranderen.
‘t Schrijverke
Oranjestraat 1 in Sliedrecht, staat te koop. Het is een monumentale woning die opvalt, komend vanuit de Kerkstraat richting het Doctor Langeveldplein. De woning is beeldbepalend voor de bouwstijl jaren twintig van de 21e eeuw. Gebouwd in 1916 voor de huisarts dokter H.C.R. Folmer. In het voorjaar van dit jaar werd de verhalenbundel ‘Sliedrecht 80 jaar bevrijd’ huis aan huis bezorgd. Een zoon van de huisarts, Herman Folmer, geboren in 1933, vertelt zijn belevenissen.
De foto voorop de omslag is gemaakt vanuit het dakraam van de voormalige dokterswoning en laat zien de uit Sliedrecht wegtrekkende Duitse soldaten, mei 1945.

Na de functie van dokterswoning werd het gebouw aangekocht door de gemeente Sliedrecht en ingericht als politiebureau. Destijds kende Sliedrecht gemeentepolitie. Het bijna 25 leden tellende politieapparaat was oorspronkelijk gehuisvest in benedenverdieping van de westvleugel van het raadhuis. Vanwege uitbreiding van ambtelijke ondersteuning werd de ruimte van de westvleugel ingericht als kantoor en vertrok de gemeentepolitie naar Oranjestraat 1. Sliedrecht was een van de laatste gemeenten waarvan het politiekorps werd overgedragen aan de rijkspolitie. Een nieuw politiebureau werd gebouwd aan de Rijnstraat in de jaren tachtig, vorige eeuw. De locatie wordt nu omgebouwd voor de brandweer.
Het politiebureau Oranjestraat 1 kreeg een nieuwe bestemming. De afdeling Welzijn en Educatie van de gemeente Sliedrecht betrok het gebouw en verbleef daar tot de Zetsteen werd geopend. De Zetsteen kwam op de plek waar ooit het gebouw stond van de ULO school, later School II. Op de begane grond was School III. Verleden tijd. Er staat nu de ‘Oranjehof’, appartementen.
Halverwege de jaren tachtig, vorige eeuw, dreigde het huis Oranjestraat 1 gesloopt te worden. De Nederlandse Middenstandsbank, nu de ING Bank, wilde het huis slopen ten gunste van een modern kantoorpand. Met een kleine meerderheid in de gemeenteraad kon de sloop van het karakteristieke pand worden voorkomen. Het huis is daarna meerdere keren van eigenaar gewisseld. Uiteindelijk werd het een zorginstelling ‘Huis de Merwede’, en inmiddels verhuisd naar Hardinxveld-Giessendam. Het huis staat nu weer te koop.
De Historische Vereniging Sliedrecht hoopt dat het huis Oranjestraat 1 behouden blijft en dat er geen gebouw voor in de plaats komt wat niet past bij de bestaande bouwstijl.
‘t Schrijverke
Een Sliedrechter die vroeger iets meer dan gewoonlijk opviel was Joost van der Zwaan. Op bijgaande foto ziet u hem staan bij zijn draaiorgel in de Kerkstraat op de plek waar vroeger een brug was. Onder de brug ging het Klein Diep over in het Mideldiep. In de jaren vijftig, 21e eeuw, na de Watersnoodramp van 1953, werd het Klein Diep en het Middeldiep gedempt. Het brugdek zit nog altijd in de Kerkstraat. De leuningen zijn eraf gezaagd, jammer eigenlijk.

De geboren Sliedrechter Joost van der Zwaan begon als jong maatje aan boord van een baggermolen. Zijn aangeboren handelsgeest kreeg de overhand en hij ging aan de wal werken. Joost verkocht chocola, vis en groenten en ging daarmee bij mensen langs de deur.
Hij deed van alles, tot en met ijsco’s en patates frites, patat zogezegd. In de Kerkbuurt had Van der Zwaan vroeger een winkel in tweedehands goederen waar ook oude meubels werden opgeknapt. Een soort kringloopwinkel zou je nu zeggen. Hij was een vrije vogel en ondernam wat hem goed leek.
Van der Zwaan en zijn vrouw woonden in de Dijkstraat, nu de A.W. de Landsgraafstraat. De woningen aan de oostzijde van de straat zijn vervangen voor nieuwbouw. Dicht bij zijn huis was de Westerbrug over het Klein Diep. Achter het huis de opslagruimten. Daar stond ook het draaiorgel. Als hij de dijk op wilde met het draaiorgel, moest het door een lager gelegen deel van de straat geduwd worden. Joost riep dan aan jongens die stonden te kijken: “Help eens even”. Als je hem dan geholpen had zij hij: “Misschien krijg je van mijn vrouw wel een ijsje”. Vertelde je dan aan zijn vrouw over het beloofde ijsje, zei ze meestal: “Ik weet van niks en ik heb geen tijd”. Die vrouw had het ook altijd druk. Vaak zat ze buiten aardappels te schillen die in een grote teil water lagen te wachten tot ze werden gesneden, voorgebakken en verkocht als patat.
In de glorietijd van Joost van der Zwaan was hij voorzitter van de buurtvereniging ‘De Vrolijke Buurt’. De buurtburgemeester of buurtvader werd hij genoemd. De buurtvereniging betrof de Dijkstraat, Rijshoutstraat, Klein Diepstraat en de Dwarsstraat. In 1955 werd het tien jarig jubileum gevierd en Joost werd rondgereden in een open koets. Zijn zoon Arie opende later ‘Het Zwaantje’ op de hoek van het Burgemeester Winklerplein en de Simon Stevinstraat. Tegenwoordig ‘Candle Light’.
‘t Schrijverke
Bij mooi weer een dag varen is altijd een aangename tijdsbesteding. Lang geleden, toen de scheepvaart op de rivier minder intensief was en schepen met beperkt vermogen traag voorbij voeren, kon je met een roeiboot naar ‘de overkant’ varen. Soms had men een buitenboordmotor.

Het merk ‘boatmaster’ was vroeger bekend. Driekwart PK had zo’n ding en ongeveer een liter mengsmering was voldoende om de rivier over te steken en weer terug. Het kwam ook voor dat de jeugd met een kano vanuit de Sliedrechtse haven naar de Biesbosch peddelden en daar een strandje opzochten. Op een dag vertrokken we met een kano die een beetje lek was vanuit de haven. Twee moesten peddelen en een zat in ‘t midden om met een leeg conservenblik het lekwater uit de kano te hozen. Onverantwoord en jeugdige overmoed. Het lukte wel, de heen en terugreis werd met succes volbracht. Tegenwoordig kan zoiets niet meer. Het was in de zomer, schoolvakantie, zesde klas lagere school, vroeger dus.
Beter is een vaartocht met een groep en tijdens de reis goed verzorgd worden. Aantrekkelijk?
Nou, de kans ligt voor ‘t grijpen. Op zaterdag zaterdag 6 september 2025 vertrekt een comfortabele rondvaartboot vanuit de Sliedrechtse haven voor een vaardagtocht naar Rotterdam. Dat is op zichzelf al interessant, maar op 6 september bijzonder. Waarom? Nou, die dag is het hoogtepunt van de Wereldhavendagen Rotterdam. Vanaf de rondvaartboot ziet u alles eerste rang. Dat wordt een galavoorstelling van allerlei speciale vaartuigen. We varen ook de Waalhaven in. Met 310 hectaren het grootste gegraven havenbassin ter wereld. In 1907 werd het werk aangevangen door het Sliedrechtse baggerbedrijf Adriaan Volker. In het hart van Rotterdam op de Nieuwe Maas aanschouwen we vanaf de rondvaartboot een veelheid van attracties op het water en aan de wal.
Wilt u dit meebeleven? Dat kan. Bel naar 06 126 32 173 en reserveer uw vaardagtocht. Programma 09:00 uur inschepen via het autosteiger in de Sliedrechtse haven. Aankomst eind van de middag op de plek waar we zijn vertrokken. Aan boord koffie/thee met gebak en rond de middag een voortreffelijke scheepslunch. Wie organiseert dit? De Historische Vereniging Sliedrecht in samenwerking met Rederij De Zilvermeeuw. Het kost vijfentachtig euro per persoon.
’t Schrijverke
In 1990 werd het eerste Sliedrechtse Baggerfestival georganiseerd. Het idee komt van Christiaan Theodoor Spijkerboer (geboren 1935 overleden 2011) van 1987 tot 1991 burgemeester van Sliedrecht. Hij vond dat Sliedrecht wel wat meer uiting mocht geven aan het karakter van het dorp dat wereldbekendheid heeft verworven als de grondleggers van waterbouw; baggeren. Zo ontstond een tweedaagse manifestatie met allerlei feestelijkheden en activiteiten voor jong en oud.

Een sliert van marktkramen vanaf het Burgemeester Winklerplein, Rembrandtlaan, Kerkbuurt, Kerkstraat, Merwestraat en Havenstraat. Er lag een groot ponton in de haven met een podium voor het optreden van artiesten die rond 1990 populariteit genoten. Lee Towers, Anita Meijer en bands als de Zeeuwse popgroep Blof. Lee Towers arriveerde met een supersnelle speedboot die op het podium landde. Een stunt uit de film ‘Amsterdamned’ (1988) maar dan in Sliedrecht.
Wie het eerste Baggerfestival heeft meegemaakt is nu 35 jaar ouder. Het programma voor dit jaar begint al op donderdag 3 juli. Bekijk het volledige programma op telefoon, tablet of computer, toets in baggerfestival 2025 en u ziet alles. Deze keer wordt het Baggerfestival begin juli gehouden, een week later vanwege de Navo Top in Den Haag. Door veiligheidsmaatregelen mochten in ons land geen bijzondere gebeurtenissen gehouden worden in het laatste weekend van juni.
Op meerdere plekken in Sliedrecht is veel te beleven. Wie het Baggerfestival wil ervaren in de zin van wat is nou eigenlijk baggeren en waarom is Sliedrecht de oorsprong van deze vorm van wereldwijde waterbouw, doet er goed aan het terrein van het Nationaal Baggermuseum te bezoeken. Het hoogtepunt ligt daar op zaterdag 5 juli. De baggermolen ‘Friesland’ onder stoom en is in werking. Dichtbij de ‘Friesland’ ligt een IHC Beaver water te draaien. Gratis toegang. In de BaggerPraktijkTuin kan je zelf baggeren. In het museum staat een simulator van Royal IHC voor een echte baggerbeleving. Met een 3D bril wandel je door en over een groot baggerwerktuig, let op niet overboord te vallen. Er wordt een wedstrijd gehouden om in 45 minuten tijd een snijkopzuiger te bouwen. Demonstraties met modelbouwschepen en er komt een sleephopperzuiger gemaakt van Lego die kan varen.
‘t Schrijverke
Het afvoeren van afvalwater via een stelsel van ondergronds liggende buizen is van groot belang voor de volksgezondheid. Uit opgravingen in Mesopotamië is gebleken dat een vorm van riolering al 8000 jaar v. Chr. bestond. Mesopotamië of Tweestromenland is het gebied rond de rivieren Tigris en Eufraat, we kennen het nu als Irak. Het oudste riool wat nog steeds in gebruik is ligt op het Griekse deel van Kreta, circa 2000 jaar v.Chr. aangelegd.
Rioolstelsels in Nederland zijn van een latere tijd. Civiel ingenieur Charles Liernur ontwierp een rioolstelsel voor de gemeente Amsterdam in het jaar 1870. Het laat zich raden hoe de bevolking van zo’n stad in die tijd met het afvalwater omging. Na een simpele manier van opvangen met een emmer of houten ton, werd het geloosd in de grachten: een open riool. Waterleidingssystemen zoals wij die nu kennen bestonden toen niet. Van waterdrinken kan je ziek worden, was een bekend gegeven. Op het platte land was het nog wel te doen om water uit een sloot te drinken. In dicht bevolkte steden ging dat niet. Men brouwde vaak tafelbier van nauwelijks een half procent. Vanuit die tijd komt misschien wel het gezegde ‘water wordt een feest als het bij de brouwer is geweest’.

De aanleg van riolering en een deugdelijk waterleidingnet werd door de overheid gezien als een prioriteit ter bevordering van de volksgezondheid. Hoe ging dat in Sliedrecht? Het dorp Sliedrecht begon aan een bloeiperiode rond 1900. De sterke ontwikkeling van waterbouwkundige werken door de Sliedrechtse baggeraars leidde naar technische vooruitgang die samen met de scheepswerven in onze regio in de praktijk werden gebracht. Sliedrecht kreeg een spoorverbinding, een eigen waterleidingbedrijf, de buitenuitbreiding werd aangelegd voor woningbouw, een industrieterrein en een haven. Een nieuwe grotere gasfabriek werd in Sliedrecht oost gebouwd. De eerste gasfabriek stond vroeger op de plek waar nu de Vermeerstraat zuid is.
In Sliedrecht ligt nu meer dan 160 kilometer riolering. Vroeger waren niet alle woningen hierop aangesloten. De Stationsweg werd aangelegd in 1885 met aan weerszijden een sloot. Pas later werden huizen gebouwd, die met een brugje aansloten op de weg. Het afvalwater liep gewoon in de sloot via een septic tank. Op de foto is aan de linkerkant te zien hoe de Stationsweg er toen uitzag. Voor een foto liepen de plaatselijke bewoners hun huizen uit,
‘t Schrijverke
Het graafschap Holland zou volgens oude documenten zijn gesticht in het jaar 863, lang geleden. De macht om orde en regel te handhaven werd in handen gelegd van graaf Dirk de eerste.
Hij verkreeg deze rechten van de voornaamste adellijke heren en stedelijke magistraten. Dit leek toen een idyllisch beeld volgens sommige geschiedschrijvers, het moet eerder worden beschouwd als een mythe. In de tiende eeuw was met grote regelmaat sprake van verwarring en strijd tussen de drie machten, de graaf, de adel en de steden. In de steden heersten de magistraten. De adel hadden het bezit van landgoederen, genaamd heerlijkheden. Die heerlijkheden werden vaak verkregen door het onderling sluiten van huwelijken, erven en soms gewoon landjepik.

Oversliedrecht, het huidige Sliedrecht, bestaat uit drie heerlijkheden. Van west naar oost gezien als volgt. Niemantsvrient, (Niemandsvriend), Lockhorst en Naaltwijk. De heerlijkheid Lockhorst is de grootste van de drie en omsluit de kleinste heerlijkheid Niemantsvrient. In dit gebied werd tol geheven. Het Tolhuis stond in Sliedrecht, ongeveer op de plek waar de Tolsteeg op de dijk uitkomt. De dijk lag direct aan de rivier waardoor de roeiers de scheepvaart konden zien. De voorbijvarende kooplieden haatten de tol, vandaar de naam Niemantsvrient. Een oude bron vermeld dat het land eerst Colyns of Colinsambacht heette, vernoemd naar Teylinck Colinck, de adel die de heerlijkheid toen in bezit had.
Het oude Sliedrecht lag aan de zuidzijde van de Merwede. Het bestond uit drie delen, Lang Ambacht, Kort Ambacht en Craayenstein. In 1250 zou het kasteel Craayenstein zijn gesticht door mogelijk graaf Dirk I. Later regeerde graaf Floris de vijfde over het gebied. Na zijn dood in 1296 nam de Zeeuwse edelman Wolfert van Borsele zijn intrek in Craayestein. Wolfert werd vermoord in Delft en de magistraten van Dordrecht namen in 1299 het kasteel in. Kasteelheer werd Aernout van Craayenstein, diens zoon Herbaren erfde het. Uiteindelijk vervielen de goederen van Craayenstein aan Sophia van Craayenstein, de weduwe van Dirk van Teylingen. Via zijn dochter kwam Craayenstein en Oversliedrecht in het bezit van Willem van Naaltwijk, het derde ambacht van Sliedrecht.
Wie zich in de historie verdiept, ontdekt dat door het sluiten van huwelijken, vererven en het uitvechten van geschillen allerlei bezittingen ontstonden.
t Schrijverke
De eerste school in Sliedrecht stond in het centrum en was tegen de Grote Kerk aangebouwd.
Op de foto ziet u in het midden de voordeur. Aan de linkerzijde de drie ramen met de luiken (blinden) ervoor was de school. Aan de rechterzijde van de voordeur woonde het hoofd der school of te wel, de schoolmeester. De schoolmeester had meerdere functies. Hij gaf les op school, maar diende ook als koster en voorzanger in de kerk in de periode dat de kerk nog niet voorzien was van een orgel.

De foto is uit 1920 en komt uit het archief van de Historische Vereniging Sliedrecht. In het jaar 1874 werd de zogenaamde Kinderwet van Samuel van Houten aangenomen. De wet verbiedt fabrieksarbeid voor kinderen onder de twaalf jaar terwijl gemeenten lokaal de leerplicht mochten invoeren voor kinderen tussen de acht en twaalf jaar. Later in 1917 werd een grondwetswijziging aangenomen, genaamd ‘De Pacificatie van 1917’. Een maatschappelijk compromis waarmee een einde kwam aan de jarenlange schoolstrijd in Nederland. Het bijzonder onderwijs verkreeg evenveel recht op financiële steun van de overheid als het openbaar onderwijs. Het bijzonder onderwijs in Nederland is op een unieke manier geregeld. Soortgelijke systemen komen in andere landen wel voor, maar zijn niet altijd even uitgebreid of wettelijk geregeld als in Nederland.
Vorige week, beste lezer, zag u in deze krant een foto van het Naber orgel en kon u lezen over de speciale excursies met schoolkinderen in onder meer de Grote Kerk. Het orgel, gebouwd in 1852 door Carel Frederik August Naber, heeft een uitzonderlijk mooie klank. Alleen al de aanblik van het instrument is indrukwekkend. Naber heeft in de periode tussen 1827 en 1860 zeker veertig orgels gebouwd in Nederland. Eén van deze orgels werd gebouwd in 1840 voor de Hervormde Kerk in Paramaribo. Tussen Europa en Zuid-Amerika is het schip, met het orgel aan boord, in zwaar weer terecht gekomen en gezonken. De gevolgen van deze scheepsramp zijn tot nu toe nog niet te achterhalen. Registers van scheepsrampen in 1840 zijn nagezocht, maar tot nu zonder resultaat.
Koning Willem II liet Naber een nieuw orgel bouwen. Willem II nam de kosten voor zijn rekening.
Het schip, met het nieuwe orgel, is zonder problemen de oceaan overgevaren en veilig aangekomen. Dit Naber orgel staat sinds 1846 in de zogenaamde centrum kerk in Paramaribo.
‘t Schrijverke
Van 14 tot en met 22 mei werden in Sliedrecht voor scholieren excursies gehouden volgens het cultuurprogramma, bedacht door de Stichting Open Jongerenwerk Sliedrecht en uitgevoerd door twee leden van de Historische Vereniging Sliedrecht. Onderdeel van het programma betrof een bezoek aan de Grote Kerk met uitleg over de bouw van de kerk, de kerktoren en een demonstratie op het prachtige orgel, een Naber orgel, inmiddels geklasseerd tot een Rijksmonument.

Over het orgel in de Grote Kerk het volgende.
Carel Frederik August Naber werd 1 september 1796 geboren in Tecklenburg Duitland en vestigde zich op 29 jarige leeftijd in de Nederlandse stad Deventer waar hij ging samenwerken met Hendrik Quellhorst en kerkorgels ging bouwen. Naber en Quellhorst leverden vele kerkorgels in het oosten van ons land. De kwaliteit van de kerkorgels werd hoog gewaardeerd. Carel Naber wilde ook in het westen van Nederland hun vakwerk gaan aanbieden. Inmiddels had Naber contacten met de kerkgemeente Sliedrecht voor de bouw van een orgel. In de Grote Kerk verrees een werkelijk schitterend orgel in de verwachting hij zo’n zelfde of nog mooier orgel zou kunnen bouwen in een grote stad Er wordt veronderstelt dat dit misschien wel in Dordrecht zou kunnen zijn. Hoe dit afgelopen is onbekend. Het orgel werd in de Grote Kerk van Sliedrecht werd in 1852 in gebruik genomen.
Voor 1852 had men geen orgel in de kerk en bediende men zich van een zogenaamde voorzanger. De voorzanger in die tijd had meerdere functies, hij was koster van de kerk en schoolmeester. De eerste school van Sliedrecht met een bescheiden woonhuis stond tegen de kerk aangebouwd samen met meerdere huisjes.
De kerk is in 1752 volledig door brand verwoest. Ruim een jaar later werd met de herbouw begonnen. De kerktoren is wonderwel bespaard gebleven. In 1952 werd geconstateerd dat de toren steeds schever ging staan. Uit onderzoek bleek dat de fundatie van de toren zwak was geworden. De gemeente Sliedrecht is eigenaar van de toren en er werd een plan gemaakt om de fundatie te vernieuwen. Bij dit werk werden twee sarcofagen, stenen kisten, ontdekt met stoffelijke resten. De sarcofagen zijn overgebracht naar het Museum voor Oudheidkunde in Leiden. Een stenen afdekplaat van een van de twee sarcofagen is achtergebleven in Sliedrecht, die ligt naast de kerk aan de zuidwestzijde.
’t Schrijverke
Vrijwel alles heeft een naam. Neem als voorbeeld de naam Tablis. In Sliedrecht denken we daarbij aan een woningbouwvereniging die de naam Tablis als merknaam gebruikt. Namen komen ergens vandaan of kennen een oorsprong.

Wij wonen in een gebied dat ooit een deel was van het Romeinse Rijk dat bestond van 753 voor de jaartelling tot 476 na de jaartelling. De noordgrens was de rivier de Rijn die destijds bij Katwijk uitmondde in de Noordzee. De grens noemde men de Limes. Boven de rivier de Rijn kwamen de Romeinen niet. Daar woonden de west Friezen en ten oosten daarvan de Friezen. De Romeinen waren van dit volk beducht en hielden er liever afstand van. Bij wijze van spreken zou men de Friezen kunnen vergelijken met de avonturen van Asterix en Obelix die in het westen van Gallië een min of meer onoverwinlijk gebiedsdeel bewoonden. De Romeinen durfden daar niet zomaar binnen te vallen. De Galliërs hadden immers toverdrank die onoverwinnelijk maakte. Het Schrijverke denkt dat de Friezen toen al Beerenburg maakten.
In de derde en vierde eeuw beschikten de Romeinen al over landkaarten waarop de toen bekende wegen en waterwegen werden afgebeeld. Het volledige Romeinse Rijk was in kaart gebracht. Die kaart werd de Tabula Peutingeriana genoemd en getekend op perkament. Delen van het origineel zijn ondergebracht in musea in Wenen en Rome. In het Valkhof Museum in Nijmegen is een kopie van de kaart te zien. Nijmegen heette toen Novium Magum.
Op de Tabula Peutingeriana komt de naam Tablis voor. De naam Tablis betekent een statio, een plek tussen bepaalde gebieden waar men kon halt houden of rusten. Ons woord station zal hiervan afgeleid zijn. Tablis als statio was een plaats tussen Flenium, Vlaardingen, en Caspingium, wat we nu kennen als Asperen. Tussen Vlaardingen en Asperen lag een waarschijnlijk verharde weg die vanuit het westen richting Novium Magum liep. Bijzonder te weten dat in de derde of vierde eeuw Romeinse troepen via deze in kaart gebrachte route door het gebied hebben gelopen wat nu de Alblasserwaard is. De meeste rivieren waren in die tijd doorwaadbaar, denk maar aan onze Merwede. De naam Merwede is afgeleid van Silva Meriwido, dat moeraswoud betekent. De rivier stroomde door het land zonder dijken.
De statio Tablis is vrijwel zeker de plek waar nu Oud-Alblas ligt, een van de oudste dorpen in onze regio.
’t Schrijverke
De Biesbosch is ontstaan na de Sint Elisabethsvloed in het jaar 1421. Er zijn meer overstromingen geweest geweest. In 1421 verzwolg het water de voormalige Grote Waard ten zuiden van de rivier de Merwede.

De Hollandse graaf Floris de Vijfde ondertekende een document op 31 maart 1277 en stichtte het Hoogheemraadschap. Dijken werden aangelegd om het gebied wat voor 1277 bekend was als ‘Het Land tussen de Lecke ende Doncke en de Wateren’. De Alblasserwaard werd een polder. Het is vrijwel zeker dat Floris de Vijfde bewoners van het gebied liet meewerken aan het bouwen van dijken. Alhoewel er geen direct bewijs is, zou een boer annex aannemer, men noemde dit toen een entrepreneur, met de familienaam Schram in de heerlijkheid Lockhorst, grenzend aan de heerlijkheid Niemantsvrient, hebben meegewerkt aan het bouwen van de dijken.
De naam Alblasserwaard werd ontleend aan het veenriviertje de Alblas dat voorheen uitmondde in rivier de Noord bij Alblasserdam. Later werd een sluis gebouwd en nog weer later werd de sluis dichtgezet met een gronddam om hoge waterstanden in de Alblasserwaard te voorkomen. Een dam in de Alblas werd Alblasserdam.
De waterstand in de elfde eeuw was lager dan nu en het ingepolderde gebied lag hoger. De dijken om de Alblasserwaard waren in de elfde eeuw nauwelijks hoger dan ongeveer vijfentachtig centimeter. In het Waardhuis bij de molens van Kinderdijk is een schilderij te bewonderen waarop men kan zien dat de koeien vanuit de polder de dijk over lopen om te drinken in de rivier de Lek.
Die plaats heette vroeger Elshout, pas later ontstond ‘Der Kinderen Dijk’, Kinderdijk nu.
In de tijd van de Hoekse en Kabeljauwse twisten werd meer tijd en geld besteed aan onderlinge ruzies en het betwisten van grondgebied dan aan het onderhoud van dijken. Vele dijkdoorbraken volgden. In de Tielse Kronieken kan men lezen dat meer dan zeshonderd keer dijkdoorbraken voorkwamen in ons gebied. De meeste dijkdoorbraken ontstonden door hoog bovenwater en ijsgang.
Zaterdag 17 mei presenteren tien musea uit de Alblasserwaard zich in de tuin van de Koperen Knop Hardinxveld – Giessendam van 11.00 tot 16.00 uur. Gratis toegang. Uniek, gezellig en je fietst er zo naar toe. Wie de geschiedenis leert kennen begrijpt het heden beter.
‘t Schrijverke
De Nieuwe Merwede is gegraven tussen 1861 en 1774 als waterafvoer van de Boven Merwede en de Waal. De Ottersluis vormt de verbinding tussen het punt waar het Wantij overgaat in de Kikvorschkil en de Nieuwe Merwede. Deze rivier heeft een lengte van 20 kilometer en is 3,70 tot 5,30 meter diep en de breedte varieert van 325 tot 695 meter.
Voor 1930 werd veel zalm gevangen in de Nieuwe Merwede. De Sliedrechter Adriaan Volker Lzn (1827-1903) werd in 1870 eigenaar van het land bij de Ottersluis. Hij bouwde er een visserijkade met enkele gebouwen. Dit werd de zalmhaal genoemd. Hoe werkte dit? De kade werd ingericht met een ijzeren rail en een draaicirkel. De visnetten werden uitgezet in de rivier. Een stoomboot werkte in combinatie met de ijzeren rail op de zegenkade en trok de netten tegen de stroom in. De netten werden op de zegenkade binnengehaald. In de gebouwen aan de wal, de Noordkade, werd de visvangst verwerkt.In de dakpannen van het gebouw aan de Noordkade is een zogenaamd zigzag figuur aangebracht in de vorm van de letters A en V, hetgeen Adriaan Volker betekent.

Adriaan Volker Lzn verkocht de zalmhaal in 1881 aan de firmanten G.A. ten Houten en A.L. de Raadt. Van de drie bestaande gebouwen werd er een afgebroken. Het gebouw aan de Noordkade is tegenwoordig een recreatiewoning. Toen de zalmvisserij in het jaar 1931 werd stilgelegd is een van de gebouwen toegewezen aan de familie Van Wijk die er sinds vier generaties wonen.
De Ottersluis is gebouwd in 1864, een komsluis met twee spitsdeuren. De kom heeft een lengte van 39 meter en oogt kleiner door het in de kom aangebrachte remwerk. Zowel de Ottersluis en de Helsluis zijn een belangrijke verbinding tussen de Beneden Merwede en de Nieuwe Merwede.
In de laatste fase van Wereld Oorlog II werd door de Linie Crossers gebruik gemaakt van de twee sluizen als de route tussen Holland en Brabant. Met gevaar voor eigen leven werden mensen en goederen, zoals medicijnen, vervoerd tussen bezet en bevrijd gebied. Het monument (1966) op het Albrechtplein in Sliedrecht getuigt hiervan.
Wim van Wijk, visser, boer, jachtopziener, schrijver en gids in de Biesbosch, verzorgt een lezing op 15 mei voor de Historische Vereniging Sliedrecht in de grote zaal van het Grienden College. Zaal open 19.00 uur, de lezing begint om 19.30 uur.
‘t Schrijverke
De firma Rietveld Ontwikkeling B.V., wordt vandaag de dag geleid door de broers Johan en Arjan. Zij hebben onlangs een klassiek heiblok geschonken aan het Nationaal Baggermuseum.
Het blok werd sinds 1938 door hun familiebedrijf Rietveld & Zoon N.V. ingezet bij diverse waterbouwprojecten en stond na jaren trouwe dienst nog altijd op hun terrein. Na de overstap naar projectontwikkeling en bouwmanagement en bouwadvies ontstond de vraag: wat doen we met het heiblok, een object met emotionele waarde.

Omdat het heiblok gebruikt is bij waterbouwkundige werken werd contact gelegd met het Baggermuseum. De link met de baggersector is duidelijk en zodoende werd het heiblok van zeshonderd kilogram overgedragen aan het museum. Het heiblok werd gebruikt bij beton en waterbouwwerken in de Biesbosch tijdens de aanleg van een waterspaarbekken op de Petrusplaat.
Opa Rietveld en de vader van Johan en Arjan werkten hieraan mee. Een oud medewerker van Rietveld toonde een personeelsnieuwsbrief met de naam ‘Kontakt’ uit 1970. Hierin beschrijft Rietveld senior het project: “In de Biesbosch zijn we gestart met de bouw van twee loswallen voor de drinkwatervoorziening van de Gemeente Rotterdam”. Ook de uitdagingen worden levendig omschreven: “In de Biesbosch is het pompen of verz…”, aldus de editie van december 1970.
Felle zon, winterse storm en overstromingen maakten de uitvoering van het werk niet altijd even gemakkelijk. Damplanken in de teer zetten is op zich al een hele klus, maar als je dat moet doen in de felle zon is het afzien. “Je gezicht stond in de brand en je ogen deden zeer.” En aan het begin van de wintertijd, toen een noordwesterstorm het water tot 2,70 N.A.P. opstuwde, liep de bouwput vol. Er moest onmiddellijk een noodoplossing bedacht worden en dankzij een creatieve ingreep kon het werk toch doorgaan: “We hebben zelfs in het weekend een sleuf moeten gegraven naar de rivier om het overtollige water te laten afvloeien, Juist voordat het water in de rivier weer opkwam hebben we er een dijk in gegooid”. Doorwerken tijdens zo’n beetje alle denkbare weersomstandigheden moest wel, je kon niet anders. Bij deze werkzaamheden werd het heiblok gebruikt. Een apart stuk waterbouwkundige geschiedenis, overgedragen aan het Nationaal Baggermuseum door de gebroeders Rietveld.
‘t Schrijverke
Met Pasen logeren in een klooster in de omgeving van Rome, een eenmalige reisaanbieding trok de aandacht. De historie van Italië, de bouwkunst, de schoonheid van het land en niet in het minst de Italiaanse keuken gaf inspiratie om te gaan. Verblijf in een klooster is op zich al bijzonder, maar ook omdat er authentieke Italiaanse gerechten geserveerd zouden worden is een pluspunt.

Het vliegtuig landde op Aeroporto di Roma Fiumicino ‘Leonardo da Vinci’. De reisleider, in dit geval een jonge Nederlandse dame die in Italië woont, wachtte op ons in de aankomsthal. Pas dan zie je wie de reisdeelnemers zijn. Bij het vertrek van de luchthaven in Nederland zie je dat niet. Men staat klaar om aan boord te gaan van het vliegtuig en ‘t was een volle bak. Mensen die met Pasen naar een klooster gaan in Subiaco herken je niet meteen.
Van ‘t vliegveld naar Subiaco was nog ruim 60 kilometer. De reisleider sprak over de excursies en het klooster waar de Paaswake werd gehouden, daar kon je aan meedoen. In de keuken van het klooster werd lokaal gekookt. Nou, dat beloofde wat. De buschauffeur zei in ‘t Engels eigenaar van de bus te zijn en dat ‘ie gloednieuw was, van Chinese makelij. Hij was niet tevreden en vroeg gebreken te melden. Hij wilde de bus terug te geven aan de leverancier, de bus was op proef. Tijdens de excursies regende het soms. In de bus was lekkage.
In het klooster kregen we ruime kamers toebedeeld en de eerste kennismaking met de maaltijd viel heel goed. Dit is nog maar ‘t begin, het wordt elke dag lekkerder, blufte de reisleider.
De eenmalige aanbieding van deze reis was af en toe ook aan de reisleiding te merken. Niemand vond dit een probleem, wij allen deden dit ook eenmalig.
De bergachtige omgeving van het klooster is prachtig. Te voet bezochten we een grot waar de stichter van het klooster rond het jaar 500 mediterend verbleef. Een Paaswake meemaken voor de eerste keer, en dan ook nog in Italië, is apart. In het centrum van Subiaco kon je een Paasprocessie aanschouwen. Vanwege de regen werd dit in een kerk gedaan. Voorts hebben we de Sint Pieter in Rome bezocht en de oudheden van de havenstad Ostia. Villa d’Este in Tivoli met zijn paleis en tuinen is een fraai voorbeeld van kunst en cultuur uit de renaissance tijd.
Dit verhaal is een herinnering die opwelde bij het vernemen van het heengaan van paus Franciscus op Tweede Paasdag.
‘t Schrijverke
Het is lente, u weet wel, zo’n dag dat je voelt dat de zomer d’r aankomt. De natuur is fris groen en vrouwen dragen luchtige kleding, in Vlaanderen noemen ze dat een schoon kleedje en iedereen heeft het naar z’n zin. We stappen juist voor elf uur ‘s morgens binnen in een oud café op de markt om koffie te drinken. Het café draagt de naam Den Leeuw, het was vroeger ook een herberg en op de binnenplaats was vroeger een leerlooierij. Door de tijd heen is er nauwelijks iets aan het interieur van het café veranderd. Mooier kan een café eigenlijk niet zijn. Op de markt staat de kerk, verder het raadhuis, een enkel winkeltje, de dienst voor het toerisme, restaurantjes en cafés met terrassen. We zitten binnen omdat het terras vrijwel vol zit.

De koffie wordt geserveerd, elk kopje op een schaaltje met een vers koekje, een chocolaatje en een klein glaasje advocaat met slagroom. Dat hoort bij de koffie vinden ze. We hebben uitzicht op de kerk, daar staat een wagen van een marktkoopman. De kraam staat aan de zijkant open, kippen aan ‘t spit draaien rond en worden al geurend gaar. De lucht van het gebraad trekt over de markt en de kerk in. Vanwege het mooie lenteweer staan de deuren van de kerk open. Als de kerk om elf uur uitkomt zijn de kippen gaar. Slim van die marktman. Een deel van de kerkgangers nemen een vers gebraden kippetje mee in een zo’n handige warmhoudzak.
De meeste kerkgangers zoeken een terrasje op of gaan de cafés in. We herkennen twee oudere dametjes, ‘t zijn waarschijnlijk zussen of vriendinnen. Ze komen Den Leeuw binnen en bestellen twee koffietjes. Er is altijd wat te praten, met elkaar of met de mensen met wie je een tafel deelt. Gezellig, want zo hoor je nog eens wat. Als ‘t met de koffie gedaan is bestellen de dames meestal een glas port; een porto, zeggen ze dan. Al pratend nippen ze van de porto en krijgen blosjes op de wangen. Daarna betalen ze ‘t gelag bij Mieke, de baas van Den Leeuw en lopen terug naar de kerk waar de marktkoopman zijn laatste kippetjes verkoopt. Ondertussen is het plezierig druk in ‘t café en worden pinten geschonken. Elk biersoort kent zijn eigen glas. Een door Mieke getapte Westmalle trippel, aan tafel geserveerd met een vrolijke lach en een bakje nootjes, nou, da’s zalig genieten.
‘t Schrijverke
Een boek van bijna 70 bladzijden wordt in de maand april bij 11.120 woningen in de brievenbus gedeponeerd. Wie ervoor heeft gekozen ‘nee, nee’ op de brievenbus te plakken wordt gepasseerd, dat zijn in Sliedrecht ongeveer 2.000 huizen. Het boek is tot stand gekomen door een verzoek van de Sliedrechtse burgemeester, begin 2024, aan de leden van het Historisch Platform Sliedrecht, kortweg de HPS. Deze groep bestaat uit de Stichting Sliedrechts Museum, de Genealogische Vereniging ‘De Stamboom’ en de Historische Vereniging Sliedrecht. Het verzoek van de burgemeester luidde: ”Kunnen jullie een idee bedenken bij de herdenking 80 jaar bevrijding in mei 2025”. Om het idee uit te werken werd beraadslaagd met de Stichting Comité 4 en 5 mei Sliedrecht, Stichting Dijksynagoge Sliedrecht, Stichting Struikelstenen Sliedrecht en Bibliotheek Aan Zet Sliedrecht. Stichting Comité 4 en 5 mei Sliedrecht had de nodige voorbereidingen al eerder in werking gezet.

De HPS groep stelde voor een serie interviews te houden met ooggetuigen die op jonge leeftijd het begin en einde van de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt. Het Sliedrechts Museum realiseerde een tentoonstelling over WO II in Sliedrecht, deze is zaterdag 5 april geopend. Indrukwekkend, dit moet u zeker gaan zien. Er worden gefilmde gesprekken met betrokkenen in het museum vertoond.
De HPS stelde een begroting op die in overleg met het college van burgemeester en wethouders werd beoordeeld. Met deze opdracht zijn leden van het Historisch Platform Sliedrecht aan het werk gegaan. In de maand mei 2024 werd het eerste interview gehouden We kregen een tip van de bevriende Historische Vereniging Binnenwaard: “Jullie moeten eens gaan praten met mevrouw Korevaar-Smits, ze woont in haar boerderij in Wijngaarden. Bij het uitbreken van WO II woonde zij op de grens van Sliedrecht en Papendrecht”. Het werd een enerverend gesprek waarbij veel uit haar jonge jaren weer boven kwam. Helaas is zij niet meer onder ons.
Meerdere interviews volgden. De een na de ander zijn alle even bijzonder. Hoe de toen nog jonge mensen de oorlog beleefden en dit nu op hoge leeftijd na vertelden is respectabel. Belevenissen in Sliedrecht en hoe de ouders, van deze toen nog kinderen, in het levensonderhoud moesten voorzien.
Een van de geïnterviewden hoorde pas in augustus 1945 dat de oorlog voorbij was. Hij zat met zijn vader in een jappenkamp in Indonesië. Eind maart dit jaar hebben we afscheid van hem moeten nemen.
‘t Schrijverke
Het plan voor de aanleg van de buitenuitbreiding, we noemen het nu de ouwe uitbreiding, is een idee van de Sliedrechtse huisarts Pieter Langeveld, die zijn overwegingen aan de orde stelde in de Sliedrechts Debating Club. Na de beraadslagingen in de gemeenteraad moest iemand gevonden worden die over kennis en kunde beschikte om het werk te gaan uitvoeren en hieraan leiding te geven.

Sliedrechtse aannemingsbedrijven van baggerwerken waren rond 1910 betrokken bij de uitvoering van werken in Brussel, Gent en Zeebrugge. De aannemers Eliza van Noordenne, Johannis Kraaijeveld, Arie Prins Tzn en Jan van Haaften maakten daar kennis met de jonge energieke ingenieur George Guermonprez die voor de Belgische aannemersfirma De Waele diverse werken uitvoerde. George Guermonprez maakte zodoende kennis met de Sliedrechtse baggeraars. In het jaar 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit en België werd bezet door de Duitsers. Meer dan een miljoen Belgische staatsburgers vluchtten naar het neutrale Nederland, waaronder Guermonprez en zijn echtgenote.
De Sliedrechtse aannemers hadden goede ervaringen opgedaan tijdens hun werken in België met Guermonprez. Onder aanbeveling van deze Sliedrechtse ondernemers werd Guermonprez aangesteld als directeur van gemeentewerken in Sliedrecht. Onder de leiding van Guermonprez werd de buitenuitbreiding volledig en met succes tot ontwikkeling gebracht. Guermonprez, zijn vrouw en twee zoons woonden boven het gebouw van het Gemeentelijk Energie Bedrijf in de Kerkstraat te Sliedrecht. Het G.E.B. gebouw werd later een notariskantoor en tegenwoordig het kantoor van een bouwkundig ontwikkelingsbedrijf. Guermonprez werd een gewaardeerde en geziene Sliedrechter en heeft bijgedragen tot vernieuwende ideeën in Sliedrecht. De Merwestraat werd aangelegd met een dubbele rijbaan en ook het eerste deel van de Rembrandtlaan vanaf de Stationsweg tot het Burgemeestere Winklerplein. De Stationsweg en de dijk werden in 1933 voorzien van een asfalt rijbaan. In 1935 werd een openbaar badhuis in Sliedrecht in gebruik genomen. Het drijvende zwembad in de haven van Sliedrecht was een idee van Guermonprez. In 1944 werd hij door de bezetter opgepakt en als gijzelaar vastgehouden in kamp Vught.
Na vele werkzame jaren vertrok de familie Guermonprez in 1950 uit Sliedrecht en keerde terug naar België.
‘t Schrijverke
Het pand Kerkbuurt 99 was van 1853 tot 1923 het raadhuis van Sliedrecht. In 1958 wilde het gemeentebestuur het pand laten slopen om plaats te maken voor een winkel met sanitaire artikelen. Dankzij de initiatieven van ir W. Bos Jzn en ing. J.B.A. Visser is het gebouw bewaard gebleven en heeft nu de status van Rijksmonument. Sinds 1963 is dit het Sliedrechts Museum. Destijds was in dit voormalige raadhuis ook de politie gevestigd, inclusief een klein cellenblok in het onderhuis.

Voor 1838 werd in Sliedrecht recht gesproken door een vierschaar. Een vierschaar is een gerechtelijk bestuur van een plaatselijk gebied. De vierschaar werd doorgaans gevormd door de schout en de schepenen. Een schout is de voorloper van de burgemeestersfunctie en schepenen noemen we tegenwoordig wethouders. De vierschaar sprak recht bij kleine vergrijpen. Een ernstige zaak werd berecht door een reizende rechter uit een naburige gemeente. Voor Sliedrecht kwam de reizende rechter uit Gorinchem.
Het gebouw waar vroeger recht gesproken werd staat aan de Rivierdijk, tegenwoordig bekend als appartement de Sociëteit. Dit complex was vroeger logement ‘De Harmonie’, tegenover huize Merwezicht. Logement ‘De Harmonie’ was een herberg, het onderkomen van de Sliedrechtse sociëteit en de vrijmetselaars. In dit gebouw vergaderde ook de schout en de schepenen en er werd recht gesproken.
In het onderhuis van het raahuis (1853 – 1923), Kerkbuurt 99, werden onverlaten opgebracht en in bewaring genomen. Enkele cellen waren hiervoor beschikbaar. Tegenover de cellen bevond zich een ruimte waar een vertegenwoordiger van het locale gezag verbleef om de orde tijdens een opsluiting te handhaven, dit was meestal de veldwachter van dienst. De cellen in het onderhuis werden ‘de nor’ genoemd.
Besloten werd dat rechtspraak eveneens in Sliedrecht moest plaatsvinden. Daartoe werd in 1838 het pand Kerkbuurt 101 opgericht als het kantongerecht der 3e klasse. Het was het 2e kanton van het arrondissement Gorinchem. Na 1934 is het kantongerecht opgeheven en toegevoegd aan Dordrecht.
Opmerkelijk is de Davidster in de timpaan van het gebouw. Een Davidster is het symbool van een hexagram, een combinatie van twee gelijkzijdige driehoeken. Het komt ook voor bij volkeren uit Egypte, Indiërs, Chinezen en Peruanen. Het werd later het symbool van het jodendom. De Davidster in de timpaan van de voormalige kantonrechtbank is in dit geval bedoeld als een teken van oprechtheid, eerlijkheid en rechtvaardigheid.
‘t Schrijverke
Door sleephopperzuigers is de Eurogeul gebaggerd. Olietankers en bulkcarriers die tot 25 meter diep gaan moeten vanaf de Noordzee de havens in Europoort, Maasvlakte 1 en Maasvlakte 2 kunnen binnenvaren. De Eurogeul begint op de Noordzee bij de Maasboei, ruim tien kilometer buitengaats van Hoek van Holland.

Lang geleden, toen ons koningshuis nog onbevooroordeeld werd bejubeld, kon je zonder allerlei veiligheidsmaatregelen aan en van boord stappen op open water. Zelfs op zee was geen enkel probleem. Als de sleephopperzuiger geladen was, zoals op de foto, stapte je vanaf het gangboord op de stuurhut van de langszij varende vlet. Bij een leeg schip werd een loodsladder overboord gehangen en ging je langs de loodsladder naar beneden en sprong je op de stuurhut van de vlet. Bij een rustige zee was dat niet zo ingewikkeld. Liep er deining dan moest je het juiste moment bepalen om van de loodsladder op of af te stappen. Niemand deed moeilijk over zo’n manoeuvre.
Een zeeloods werd op deze manier ook aan of van boord gezet. Dat ging altijd al zo.
Vandaag de dag wordt je aangelijnd om ingeval van een verkeerde beweging opgevangen te kunnen worden door een bemanningslid aan dek van het schip. Wel zo veilig. Loodsen worden met een loodsboot opgehaald of gebracht. In bepaalde omstandigheden gebeurt dat zelf met een helikopter.
Aan of van boord gaan bij een profielzuiger of een snijkopzuiger was weer een geval apart. Als er een vlet beschikbaar was kon daar gebruik van gemaakt worden. Meerdere baggerwerktuigen maakten gebruik van één vlet en de vletschipper was meestal druk bezig. Je kon ook aan boord zien te komen door vanaf de wal over de drijvende leiding te lopen. Als de samenstelling zand met water gelijkmatig door de drijvende leiding geperst werd was het redelijk te doen om over de leiding te lopen. Maar bij een verandering van het mengsel kon de leiding schokken met het risico er af te vallen. Over de drijvende leiding lopen gebeurt niet meer. Te gevaarlijk en bovendien de veiligheidsvoorschriften verbieden dit. Vroeger liep je ‘s zomers op slippers en in korte broek aan boord en werden reparaties uitgevoerd in dezelfde kleding. Dat mag niet meer. Veiligheidsschoenen, aangepaste kleding en een helm op moet. Het duurde een tijdje voordat de bemanning aan boord van baggerwerktuigen hieraan gewend raakte.
‘t Schrijverke
Dorpsgenoten…
In de periode van 1987 tot 1991 was Christiaan Spijkerboer burgemeester van Sliedrecht. 1987 Een alleraardigste persoonlijkheid, een man met een vriendelijk en toegankelijk karakter. Autorijden deed hij zelden, de fiets was zijn favoriete vervoermiddel. Van zijn woonhuis aan de Rivierdijk kon je hem met flapperende jaspanden zien fietsten door de Middeldiepstraat richting ’t gemeentehuis.

Het burgemeesterschap startte in de gemeente Gieten en omdat een auto in dat gebied nodig was reed hij in een Citroën 2CV, een lelijke eend. Gieten is een dorp op de Hondsrug in de provincie Drenthe. Na Gieten werd hij burgemeester van Oostburg in Zeeuw Vlaanderen. In zijn Sliedrechtse periode fietste Spijkerboer nogal eens de polder in. “ t’ Begint pas mooi te worden als je bij Wijngaarden komt” vond hij. Een persoonlijke opvatting natuurlijk, maar er is wat voor te zeggen.
Het was de afgelopen week fraai weer, zo’n gevoel van: ’t wordt lente. Dus de fiets gepakt, eerlijk gezegd, ’t is wel een fiets met elektrische ondersteuning. Maar ja, gezien de schooljeugd vaak fietst met elektrische ondersteuning, hoef je je er niet voor te generen om op gevorderde leeftijd van deze technische hulp gebruik te maken. Het was op een vrijdag, begin maart, prachtig weer en al mijmerend fietsend door de polder ben je al gauw een heel eind van huis.
De mooie dorpen in de Alblasserwaard boeien me altijd. Het is overigens raadzaam om buiten de ochtend en avondspits te fietsen. Boerderijen uit vervlogen tijd die gelukkig behouden zijn. Meestal is het interieur aangepast aan de wensen van de huidige tijd. Soms zijn oude hoeves gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. Uit allerlei overwegingen zal het economisch verantwoord zijn om hiervoor te kiezen, maar mij bekruipt wel eens het gevoel dat er zo hier en daar onherstelbare verbeteringen zijn uitgevoerd.
Tijdens deze fietstocht trof ’t Schrijverke drie dorpsgenoten aan, die bij toeval in de zelfde omgeving verkeerden, kennelijk ook gedreven door het mooie weer. De drie dames vonden het goed om op de foto te gaan op een plek aan het water, met op de achtergrond twee boerderijen.
Wie onderweg is komt wel eens iemand tegen. De wereld is klein, zeg je dan. Weet u waar dit is? Laat het maar weten aan: secretariaat@historie-sliedrecht.nl Op de HVS ledenavond, volgende week 20 maart zullen we ’t vertellen.
’t Schrijverke
Op een straatnaambord in Sliedrecht staat: Joh. Kraaijeveldstraat. Men zegt vaak ‘de Johan Kraaijeveldstraat’. De volledige voornaam luidt Johannis. In eigen kring werd hij Hannis genoemd. Dat een straat op de Ouwe Uitbreiding naar hem is vernoemd komt omdat hij een belangrijke rol vervulde bij de besluitvorming voor de aanleg van een haven en de buitendijkse uitbreiding.

Dit plan is een idee van de Sliedrechtse arts Pieter Langeveld, lid van de ‘Sliedrechtse Debating Club’ met dominee Lieftink als voorzitter. Het plan van Langeveld is verder uitgewerkt en aangeboden aan de raad van Sliedrecht en burgemeester Drijber. Het heeft even geduurd voordat het plan van Langeveld landde. Kraaijeveld en zijn collegae wethouders C.M. van Rees en P. Rijsdijk waren voor het plan van Langeveld. Kraaijeveld was raadslid en wethouder van Sliedrecht van 1913 tot 1920 en later van 1924 tot 1926.
De bevolking van Sliedrecht groeide, dijk en stoepwoningen waren de enige woonmogelijkheden. Binnendijks bouwen vond Langeveld geen goed idee wegens de slappe bodemgesteldheid. Tussen de dijk en de rivier lagen zandplaten zoals de Huibert de Baatsplaat, het Kerkeplaatje en het Molenplaatje. Daar moest het plan Langeveld uitgevoerd worden. Het baggerbedrijf T. den Breejen Van den Bout nam het werk aan dat in 1910 werd gestart.
Johannis Kraaijeveld leefde van 1865 tot 1928, hij was de jongste van zeven broers. Hannis had een oudere zus, Cornelia, getrouwd met Jacob van Noordenne. Deze Jacob zag technische en zakelijke eigenschappen in de toen 18 jarige Hannis Kraaijeveld en nam hem op in zijn baggerbedrijf.
De firma Jacob van Noordenne werd in 1909 ontbonden. Johannis Kraaijeveld en zijn zwager Eliza van Noordenne, broer van Jacob, bleven over. Om financieel sterker te worden namen zij Gerrit Jan Bos op in hun bedrijf. Vanaf 1910 werd de naam Firma Kraaijeveld & Van Noordenne en in 1913 werd Willem Bos mede firmant. Eliza van Noordenne stapte in 1924 uit de onderneming en het bedrijf ging verder onder de naam Firma Joh. Kraaijeveld.
Johannis Kraaijeveld trouwde met Jacoba Hofman en kregen twee dochters. De ene dochter trouwde met Kobus Kalis, de andere met Johannes van Hemert. Johannis Kraaijveld was een wijs man en een gerespecteerde Sliedrechter. Hij omringde zich met krachtige mensen en is de grondlegger van Baggermaatschappij Bos & Kalis.
‘t Schrijverke
Op een mooie zonnige dag met een temperatuur dat je denkt ‘het voorjaar komt eraan’, wil een mens naar buiten. ‘t Schrijverke overkwam dat gevoel. Op de fiets vanuit het centrum van Sliedrecht richting de spoorbrug en via het fietspad naar het gebied wat vroeger toebehoorde aan de gemeente Sliedrecht: de Sliedrechtse Biesbosch. Zo’n gevoel van ‘waarom moesten die 2000 hectaren nou aan Dordt verkopen’ komt altijd weer boven. Voor de Sint Elisabethsvloed van 1421 lag hier het dorp Sliedrecht en ten westen daarvan het kasteel Crayesteyn. Het huidige Sliedrecht had toen de naam Oversliedrecht.

Er bestaat een legende over de twee min of meer tegenover elkaar liggende kerken die gebouwd zouden zijn met financiële steun van elkaar kennende zusters, die geen erg zusterlijke verhouding kenden. De zus uit Oversliedrecht zou tegen haar zus in Sliedrecht gezegd hebben: “Mijn kerk zal blijven bestaan en de jouwe zal vergaan”. Door het hoge water van 1421 is het oorspronkelijke Sliedrecht verdwenen. De kerk was op de dijk gebouwd en heeft de stormvloed van 1421 doorstaan. Het gebouw zou zijn afgebroken en de stenen werden gebruikt voor de kerk in Oversliedrecht.
‘t Is een legende, dat wel. Multatuli schreef ooit: “Niets is helemaal waar, en zelf dat niet”.
De Sliedrechtse Biesbosch is nu een recreatiegebied, ongeveer vijftig jaar geleden in cultuur gebracht. Aanvankelijk participeerde Sliedrecht in de exploitatie van het recreatieschap, maar dat is niet meer zo. De naam is nu Nationaal Park De Biesbosch, Staatsbosbeheer voert het bewind.
Het is een beschermd natuurgebied en het grootste zoetwatergetijdengebied van Europa. Varen, fietsen, wandelen kan naar believen beleefd worden. In Sliedrecht noemen we het gebied ook wel De Merwelanden, zo heette het vroeger. In de zomertijd gaat de ‘Veerdienst 3’ weer vaardagtochten uitvoeren, elke derde donderdag van de maand, kijk maar op de website van de ‘Veerdienst 3’ of het Nationaal Baggermuseum. Prachtige vaartocht, te beginnen bij het Binnenvaartmuseum in Dordrecht. Via het Wantij en het Moldiep, schutten door de Helsluis en de rivier op naar de stoombaggermolen ‘Friesland’ in de haven van Het Plaatje.
De Helsluis is in 1864 gebruik genomen en in 1982 gerenoveerd. Het Rijksmonument handhaaft de waterpeilen tussen de Nieuwe Merwede en de Beneden Merwede. Aan t eind van Wereld Oorlog II was de Helsluis belangrijk voor de liniecrossers die met gevaar voor eigen leven de verbinding onderhielden met het toen bevrijde zuiden van Nederland.
‘t Schrijverke
In het Nationaal Baggermuseum is altijd wat te doen voor elke leeftijd. In Sliedrecht is het baggeren min of meer uitgevonden. In het Baggermuseum kan je ontdekken hoe met handkracht werd begonnen en hoe dit ontwikkelde tot de meest moderne technieken. Waterbouwkundige werken werden door Sliedrechtse baggerbedrijven uitgevoerd tot in alle uithoeken van de wereld.

Voor kinderen is er genoeg te beleven. Met drie verschillende speurtochten kunnen jonge ontdekkingsreizigers op avontuur in het museum. De Baggerbig-, Baggertechno- en Baggerbollebozen-speurtocht bieden een leuke en leerzame manier om meer te leren over de historie van de baggertechniek. De speurtochten zijn geschikt voor kinderen van verschillende leeftijden en helpen hen op een speelse manier meer te weten te komen over de machines en technieken die Nederland al eeuwenlang helpen beschermen tegen wateroverlast.
Naast de speurtochten kunnen kinderen hun creativiteit de vrije loop laten tijdens een knutselworkshop. Op 22, 26, 27, 28 februari en 1 maart kunnen ze een baggervaartuig maken. Voor een kleine bijdrage van €4,50 kunnen kinderen hun eigen model bouwen en ermee aan de slag gaan, wat hen niet alleen leert over baggeren, maar ook de fijne kneepjes van het knutselen. Deze activiteit biedt een perfecte combinatie van leren en plezier.
Op woensdagmiddag 26 februari om 14.00 uur organiseert het museum een speciaal voorleesuurtje, waar voorleesjuf Carlien een spannend en leerzaam verhaal over water voorleest. Dit voorleesuurtje is gratis te bezoeken. Als je daarna het museum wil verkennen, kun je de reguliere entreeprijs betalen en desgewenst deelnemen aan de knutselactiviteit.
Tijdens de voorjaarsvakantie kunnen kinderen ook meedoen aan een leuke prijsvraag. Ze maken kans op vrijkaartjes voor Portlantis, het nieuwe ervaringscentrum over de haven van Rotterdam, dat op 22 maart zijn deuren opent. Het museum werkt samen met bedrijven in de Waterbouw om deze prijsvraag mogelijk te maken. Dit is een geweldige kans om meer te leren over de indrukwekkende haven van Rotterdam, die een van de grootste en meest innovatieve havens ter wereld is.
Het Nationaal Baggermuseum is geopend van woensdag tot en met zaterdag van 13.30 uur tot 17.00 uur. De toegang is tegen een schappelijke prijs en kinderen kunnen deelnemen aan de verschillende activiteiten, zoals de speurtocht en knutselen. Het Baggermuseum is misschien wel het leukste museum, dichtbij en in je eigen dorp.
Gonnie en Carlien.
Bij een oude foto hoort uitgelegd te worden wat het voorstelt. Het is de Stationsweg uit 1900, aangelegd vanaf de Grote Kerk, centrum van Sliedrecht, richting station. In 1879 werd gestart met de aanleg van de spoorlijn tussen Sliedrecht en Dordrecht. De spoorverbinding met Gorinchem en Geldermalsen volgde erna. Ongeveer 60 tot 70 jaar geleden bestond zelf een rechtstreekse spoorverbinding met Nijmegen. Wie van Sliedrecht naar Nijmegen met de trein wilde moest vooraf informeren op het station wanneer men, zonder overstappen in Geldermalsen, naar Nijmegen kon. Begin jaren vijftig, vorige eeuw, werd baggerwerk uitgevoerd op het Pannerdensch Kanaal. Buitenafwerkers maakten toen gebruik van het spoor richting Nijmegen.

In juli 1885 is de spoorlijn in gebruik genomen. Vanuit Sliedrecht kon met de trein via Dordrecht naar Rotterdam gereisd worden. Voor die tijd moest gebruik gemaakt worden van de raderboten van Rederij Fop Smit en dat duurde heel wat langer als met de trein. De vele baggeraars uit Sliedrecht bereikten zo eerder Rotterdam om door te reizen naar de vele bestemmingen in en buiten Europa.
De foto laat de Stationsweg zien toen er nog geen huizen stonden. De weg is aangelegd met aan weerszijde een sloot voor de waterhuishouding. De bomen zijn snelgroeiende populieren, een bomenras dat veel water onttrekt aan z’n omgeving. De sloten en de bomen zorgden ervoor dat de weg begaanbaar bleef. De afstand tussen de Grote Kerk en het station is ongeveer een kilometer, een loopafstand die in vijftien minuten kon worden afgelegd. Dit werd een aanvaardbare tijd geacht in 1900. Op een plattegrond van Sliedrecht is te zien dat het spoor een afbuiging maakt naar het zuiden, bedoeld om de loopafstand op een kilometer te houden.
Het aantal inwoners van Sliedrecht nam toe, gelijk met de behoefte aan woonruimte. Eerst aan de oostzijde en later aan de westzijde werd aangevangen met het bouwen van huizen. Bijna alle huizen werden gebouwd ‘op staal’, dat wil zeggen op een betonnen plaat. In dit veengebied creëerde men met een betonnen plaat dragend vermogen. De huizen werden voorzien van een loopbrug over de sloot. In die sloot werd ook de afwatering en de riolering opgevangen. Later zijn de sloten gedempt en werd gesloten riolering aangelegd. De waterhuishouding werd hierdoor niet meer op een natuurlijke wijze geregeld. Sinds de aanleg is de Stationsweg een van de belangrijkste en drukste wegen in Sliedrecht.
‘t Schrijverke
Voor minder dan vijf cent per week bent u lid van de Historische Vereniging Sliedrecht. Leden van deze vereniging, afgekort HVS, weten dit natuurlijk al lang. De HVS is opgericht in het jaar 1981.

In dat jaar werden in onze regio en tot ver daar buiten, soortgelijke clubs in ‘t leven geroepen. Waarom eigenlijk? Nou, dat komt omdat bij vele mensen in toenemende mate het gevoel ontstond om alles wat vandaag en vroeger in je eigen omgeving gebeurde vast te leggen met foto’s, op film of het schrijven van verhalen en het houden van interviews. Zo is op de website van de HVS een verzameling van bijna 30.000 foto’s te zien. Je kunt zelfs met een zoekprogramma aan de gang.
Stel, je bent opgegroeid in een bepaalde buurt of je zou je oude school van vroeger nog wel eens willen zien; nou dat kan, probeer het maar op www.historie-sliedrecht.nl
Ruim tien werkgroepen zijn vrijwel wekelijks bezig met een veelheid aan Sliedrechtse zaken. Twee keer per jaar wordt een periodiek uitgegeven met de naam “Over… Sliedrecht”, een prachtig bewaarmagazine vol met interessante verhalen en foto’s.
De naam van het periodiek ‘Over… Sliedrecht” is gekozen omdat we in feite in Over-Sliedrecht wonen. Het oorspronkelijke dorp Sliedrecht lag aan de zuidzijde van de rivier Beneden Merwede, het dorp is verdwenen tijdens de Sint Elisabethsvloed in het jaar 1421. De weinige bewoners van Sliedrecht moesten vluchten voor de stormvloed en met alles wat maar kon drijven staken ze de rivier over naar Over-Sliedrecht, zonder dat ze iets hadden kunnen meenemen, berooid en kaal, kwamen ze aan de dijk van Over-Sliedrecht en werden door de Over-Sliedrechters min of meer laatdunkend ‘kalissen’ genoemd Een aantal van deze Sliedrechters zagen in die scheldnaam een geuzennaam en maakten daar hun familienaam Kalis van.
Ook in 2025 organiseert de HVS weer tal van bijeenkomsten. Jaarvergadering 20 februari, een lezing over veiligheid in en om het huis op 20 maart, Ad van Liempt vertelt over de laatste dagen van Kamp Vught 10 april, een lezing op 15 mei, braderie in de Kerkbuurt 14 juni, een vaartocht met Rederij De Zilvermeeuw, een tweede braderie 13 september, een lezing over opgebaggerde goudstaven 9 oktober en het altijd aparte ‘Slierechs Aevendjie’, de 20e november.
In april verschijnt huis aan huis een magazine ‘80 jaar Vrijheid’, waaraan velen medewerking hebben verleend. HVS lid worden? info@historie-sliedrecht.nl
’t Schrijverke
Sliedrecht heeft twee musea: Het Sliedrechts Museum en het Nationaal Baggermuseum. Dit stukje gaat over het Sliedrechts Museum, Kerkbuurt 99-101. Het museum bestaat uit twee gebouwen: Het oude raadhuis (1853-1923) en het kantongerecht, waarvan de functie is verplaatst naar Dordrecht.

Een aantal notabelen kochten het voormalig raadhuis en stichtten er in 1961 een museum met als doel de historie van Sliedrecht weer te geven. Later werd ook het naastgelegen pand aangeschaft. In 1976 werd besloten de omvangrijke geschiedenis van de baggerindustrie onder te brengen het Nationaal Baggermuseum.
Het Sliedrechts Museum toont een vaste collectie uit de historie, deels gerelateerd aan Sliedrechtse (oud)ondernemers. De beeld en geluid tijdlijn van Sliedrecht omvat 1000 jaar. Elk jaar zijn een aantal wisselexposities te beleven, gerelateerd aan Sliedrecht.
Vanaf 1 februari ziet u een bijzondere tentoonstelling ‘De Turkse gemeenschap in Sliedrecht, van gastarbeider tot inwoner’. Vanaf 1960 werden veel mensen uit Turkije verzocht om hier te komen werken. Grote werkgever was de Sluitingenfabriek Van Beest. Vele mannen zijn daar aan het werk gegaan. Het was de bedoeling hier geld te verdienen en later terug te keren naar Turkije, uiteindelijk zijn de meesten gebleven. Gezinnen kwamen over en inmiddels is de derde generatie in Sliedrecht geboren en ingeburgerd.
Cultuur en tradities zijn voor mensen belangrijk. De gastarbeiders van destijds komen oorspronkelijk uit een regio langs de Zwarte Zee in Turkije. Daar woont nog steeds familie en daar reizen velen ook tijdens vakanties heen. In de expositie worden beide culturen in beeld gebracht. Denk aan de theecultuur, religie, kleding, muziek en dans. Gedurende de expositieperiode worden op zaterdagen diverse workshops gehouden, zoals dans en muziek, theecultuur, de Turkse keuken, de Ramadan, het beschilderen met henna etc.
Kom het Sliedrechts Museum bezoeken en in het bijzonder de komende de expositie over de Turkse gemeenschap. De expositie is te zien van 1 februari tot en met 22 maart 2025. Meer details op de website van het museum. Het museum is geopend op woensdagmiddag en zaterdagmiddag van 14.00 – 17.00 uur. Op de website en in de (sociale) media is meer te vinden over het Sliedrechts Museum en activiteiten.
Astrid van Leeuwen
In deze nieuwsbrief leest u informatie over:

We zijn nu in de derde week van het jaar 2025. De de nieuwjaarsrecepties zijn voorbij. Wie behoort tot de senioren in ons dorp en heeft het fenomeen van deze gebeurtenis vaak kunnen meebeleven, zeg maar vanaf de tijd dat in het dorpshuis, annex theater De Bonkelaar, in 1974 werd geopend.
De 10e januari 2025 werd de nieuwjaarsreceptie in Sliedrecht gehouden in het gerenoveerde voormalige ‘Oudelieden Gesticht’ (1875), later het Hervormd Rusthuis en bekend als Elektra, de naam van een vrouw uit de Griekse mythologie. De periode tussen dorpshuis De Bonkelaar en het gerenoveerde Elektra omvat zo’n vijftig jaar.
Nu heeft ‘t Schrijverke niet alle 50 recepties bezocht. Door van alles en nog wat liet je er wel eens een aan je voorbij gaan. Bezoekers trok dit evenement altijd en in de loop der jaren veranderde het een en ander. Bij een receptie horen drankjes en hapjes. In het verleden werd rijkelijk geschonken en gehapt, dat is in de loop der jaren wel afgenomen, zoals ook het roken van sigaren en sigaretten.
Een vast onderdeel van de nieuwjaarsreceptie is de toespraak van de burgemeester. De inhoud en toon van de toespraak was nooit hetzelfde en steeds gebaseerd op de beleving van dat tijdsgewricht. In 1974 werd de rede van de burgemeester gekenmerkt door vreugde vanwege het openstellen van een dorpshuis annex theater; een centraal gelegen gebouw met faciliteiten voor heel Sliedrecht.
In 2025 sprak de burgemeester met trots over het gerenoveerde Elektra, een gebouw met een scala aan mogelijkheden voor alle Sliedrechters. De burgemeester wijdde ook nogal wat woorden aan het toenemend gebruik van meningsuiting waarbij schelden, verwensingen of andere uitingen van agressie toeneemt.
Na bijna 50 nieuwjaarsrecepties aangehoord te hebben besefte ‘t schrijverke dat de mensheid de afgelopen eeuwen veel vrijheden heeft verworven en wie deze waardeert of liefheeft zou niet in bitterheid moeten vervallen. Een meningsuiting is iets waarover men controle zou moeten hebben, waarover is nagedacht en waarbij toegang wordt gezocht tot andere meningen. Woede verliest het altijd van beheersing. Erasmus zei het zo: “Niets is erger dan spreken over hetgeen men niet begrijpt”.
Wist u trouwens dat de naam ‘t Schrijverke de titel is van een gedicht van Guido Gezelle, hij leefde van 1830 tot 1899 in de mooie stad Brugge.
‘t Schrijverke.

In de voorbije kerstvakantie kon een prachtige modelspoorbaan met zeer herkenbare details bewonderd worden in het Nationaal Baggermuseum. Alle stations van Sliedrecht tot en met Leerdam stonden opgesteld. Natuurlijk reed de bekende trein van de Merwede Linge Lijn over het parcours rond. Zelfs het streekvervoer was te zien, de bussen reden echt. Op de busremise was een wasstraat nagebouwd waar zo af en toe een bus in en uit reed. Bij het station van Leerdam zag je de hele dag door fietsers rijden. Elke keer zag je weer iets wat nog niet eerder opgevallen was. Het bleef boeien, zo lang als je maar wilde kijken
De modelspoorbaan is het werk van vrijwilligers. Zij hebben twaalf jaar in hun vrije tijd gewerkt om dit mooie resultaat te bereiken. De schrijver van dit verhaal zag de modelspoorbaan vorig jaar voor het eerst in het Gorkums Museum. Daar stond het een aantal maanden opgesteld in de zuidvleugel op een van de bovenverdiepingen. Het fraaie station van Sliedrecht uit 1885 herkende ik meteen. Tot mijn verrassing ontdekte ik het gebouw van het Nationaal Baggermuseum met een deel van de haven van Het Plaatje. En ja hoor, de stoombaggermolen ‘Friesland; lag er ook. Meteen contact gezocht met de bouwers van de modelspoorbaan en gevraagd of de opstelling ook in Sliedrecht geplaatst zou kunnen worden. Nou, dat kon en afgesproken dat tijdens de kerstvakantie 2024 de Merwede Linge Lijn te bewonderen zou zijn in de expozaal van het Baggermuseum. Elke dag was het druk met enthousiaste belangstellenden. Een gezellige drukte van belang. Het was af en toe zo druk dat er te weinig vrijwilligers aanwezig waren om de bezoekers te ontvangen en begeleiden.
Op een drukke middag stond een jongen van een jaar of tien al langere tijd met grote aandacht naar de rondrijdende treinen kijken. Ik sprak ‘m aan. Hij zei dat ‘ie met z’n opa op bezoek was in het Baggermuseum. Z’n opa liep in ‘t museum. “Ga jij later ook baggeren”, vroeg ik. “Nee”, zei de jongen, “ik word treinmachinist”. Ik vroeg aan ‘m of hij het leuk zou vinden zo’n miniatuurtrein te bedienen. “Nou, heel graag” was z’n antwoord. Even later stond de jongen midden tussen de apparatuur om de treinen te besturen als een volleerd machinist. Zijn opa moest z’n best doen om ‘m aan ‘t eind van de middag mee te krijgen. Op zulke momenten geniet je van wat je allemaal kan doen als vrijwilliger door ontmoetingen met vele mensen van alle leeftijden. Mooi werk.
’t Schrijverke
De eerste bijdrage voor de nieuwe rubriek ‘Van hier en daar, van overal’ en komt in de plaats van het ’Slierechs diëlect’. Een wekelijks kort stukje, geen religie of politiek. De rubriek is een initiatief van de Historische Vereniging Sliedrecht en zolang er geen reden is dit te wijzigen, blijft dat zo, dit alles in overleg met de redactie van Het Kompas. Reageren? info@historie-sliedrecht.nl
Het is de bedoeling van deze nieuwe reeks wekelijkse stukjes dat dat ze niet al te ingewikkeld van aard zijn. Een gebeurtenis onderweg, op het werk, vrije tijd, hobby’s, sport, vrijwilligerswerk, een herinnering, een verhaal van nu, wat vinden jongeren positief aan volwassenen en wat denken ouderen de toekomst jongeren. Wie aan deze rubriek wil meedoen mag ook iets vertellen over wat in haar of zijn vereniging is gebeurd of heeft wat nieuws te melden.

Als kleine jongen mocht de schrijver van dit stukje vaak met zijn vader mee. Een van de dingen die hij graag deed was vissen in de Alblasserwaard. Dat vistalent van mijn vader heb ik niet geërfd. Op enig moment zei hij tegen mijn moeder: “Ik ga vandaag alleen vissen, want als hij meegaat maakt hij mijn deeg in de war en eet ‘ie mijn tuig op”. De verspreking is in de familie nog vaak herhaald. Uiteindelijk mocht ik wel mee als pa ging vissen. Ik moest wel beloven geen steentjes in ‘t water te gooien. Pa nam af en toe een restant gekookte aardappelen mee, die gooide hij vooraf in het water op plekken waar hij van plan was te gaan vissen. Een voertje zetten heet dat. Toen ik steentjes in het water gooide zei vader: “Aardappels lusten de vissen wel, stenen niet, dan jaag je de vissen weg”. Mijn vader ging ook wel eens vissen met meerdere vrienden in de buurt van het befaamde café Boereklaas’, helaas al een tijdje gesloten. Een van m’n vaders vrienden had niet al te veel geduld om langdurig naar een dobber te kijken. Hij zorgde dan voor een bakkie koffie, dat kwam uit een thermosfles. Op een enig moment was ‘ie een tijdje weggeweest en kwam terug met een plankje met een doek er overheen. Daarmee liep hij naar de visvrienden die aandachtig naar hun dobber staarden. “Jongens”, zei hij, “voertje zetten?” Het idee was dat onder dat doekje koude aardappels of resten oud brood lagen. Een van de visvrienden, strak kijkend naar zijn dobber, stak zijn hand naar achteren en deed een greep van het plankje. In de verwachting aardappelkruim te pakken greep hij in een nog dampende drol die op het plankje lag. Wat er toen geroepen werd was niet echt bestemd voor mijn jongensoren. Iedereen moest er onbedaarlijk om lachen. Ik had hem zien aankomen lopen met dat plankje en rook wat er op ‘t plankje lag. “Denk erom dat je niks zegt”, siste hij op bezwerende toon. Na het vissen werd het bij Boereklaas nog heel erg gezellig.
‘t Schrijverke
In deze nieuwsbrief leest u informatie over:
In deze nieuwsbrief leest u informatie over:
In deze nieuwsbrief leest u informatie over:
Burgemeester Jan de Vries neemt op 10 april 2025 het eerste exemplaar van de uitgave Sliedrecht 80 jaar bevrijd in ontvangst. In het voorjaar van 2024 benaderde Jan de Vries het Historisch Platform Sliedrecht (HPS) met de vraag hoe 80 jaar vrijheid zou kunnen worden herdacht in het herdenkingsjaar 2025. De HPS, een samenwerking van Stichting Sliedrechts Museum, Genealogische Vereniging ‘De Stamboom’ en de Historische Vereniging Sliedrecht, bedacht dat het optekenen van verhalen van nog levende oorlogsgetuigen in Sliedrecht een mooi gedenkboek zou kunnen opleveren. Met dit idee is men aan de slag gegaan.
Bijna een jaar later is het project klaar en wordt het eerste exemplaar uitgereikt. In Sliedrecht 80 jaar bevrijd vertellen ooggetuigen tachtig jaar later hoe zij oorlog en bevrijding hebben ervaren. Welke gebeurtenissen uit hun (vroege) jeugd, die zich afspeelden tijdens de Tweede Wereldoorlog, herinneren zij zich tachtig jaar later nog altijd scherp? Waardoor komt dat? Hoe kijken zij terug op deze andere tijden die zij in Sliedrecht of (ver) daarbuiten meemaakten?
Behalve interviews bevat deze uitgave ook bijzondere fragmenten uit dagboekbrieven die een inwoner in mei 1945 – tijdens de laatste chaotisch verlopende bezettingsdagen van ons dorp – opschreef voor zijn familie in het buitenland. Daarnaast is er een verslag opgenomen van een Sliedrechter die door liniecrossers in januari 1945 meegenomen werd naar bevrijd gebied. Ook zijn er verhalen van nabestaanden te lezen die als oral history aan Sliedrechtse generaties zijn doorverteld en nu op papier staan. Alle verhalen zijn onderzocht op feiten en met eindnoten verantwoord zodat deze uitgave historische waarde heeft.
Er is veel werk verzet en aandacht besteed om van Sliedrecht 80 jaar bevrijd een bijzondere uitgave te maken. In de week na de officiële uitreiking van 10 april ontvangt elk Sliedrechts huishouden deze uitgave in de bus (mits er geen Nee | Nee-sticker op de brievenbus is geplakt).
Jan de Vries opent deze avond het 80 jaar vieren en herdenken dat in 2025 volop in de aandacht staat. Om 20.00 uur start Ad van Liempt zijn lezing over Kamp Vught.
Ad van Liempt – Kamp Vught
Twee van de grootste oorlogsmisdaden die in Nederland werden gepleegd, vonden plaats in de laatste maanden van Kamp Vught. In juni 1944 begon de executie van vele honderden verzetsmensen. Bij het opheffen van het kamp, begin september van dat jaar, besloten de nazi’s vervolgens alle nog levende gevangenen te deporteren naar de kampen Sachsenhausen en Ravensbrück. Meer dan de helft, rond de 1800 verzetslieden, zou uiteindelijk bezwijken.
Tachtig jaar na dato reconstrueert Ad van Liempt aan de hand van talloze getuigenverklaringen en justitiële documenten de hel van die laatste maanden van Kamp Vught, het enige ss-concentratiekamp in Nederland. Van de executies en de ondraaglijke spanning in de ‘bunker’ tot aan de onmenselijke omstandigheden in de volgepakte goederenwagons en de zinloze, misdadige dodenmarsen.
Programma 10 april
19.00 uur: zaal open Griendencollege.
19.30 uur: opening door Arie van den Herik – voorzitter Historische Vereniging Sliedrecht.
19.35 uur: uitreiking aan burgemeester Jan de Vries van Sliedrecht 80 jaar bevrijd.
19.40 uur: Jan de Vries vertelt over het herdenkingsjaar 2025.
19.50 uur: Karin Verschoor en Remco van de Ven bedanken de betrokkenen bij de totstandkoming van deze uitgave.
20.00 uur: start lezing Ad van Liempt.
21.45 uur (ongeveer): einde avond
U bent welkom in het Griendencollege, Prof. Kamerlingh Onneslaan 109. Toegang voor leden is gratis. Niet leden betalen € 2,50 of worden meteen lid. U kunt pinnen of contant betalen.
In deze nieuwsbrief leest u informatie over:
In deze nieuwsbrief leest u informatie over:
In deze nieuwsbrief leest u informatie over:
Wat staat er tijdens het Slierechs Aevendjie op het programma? Lees het in onze nieuwsflits.
Slierechts Aevendjie is op 21 november in het Griendencollege, Prof. Kamerlingh Onneslaan 109. Inloop vanaf 19.00 uur, aanvang om 19.30 uur. Consumptiemunten €2,50. Pinnen? Ja, graag! Entree niet-leden € 2,50 tenzij u terstond lid wordt want, om met de middenstand van vroeger te spreken: “Pak uw kans als deze u wordt opgediend!”
In deze nieuwsbrief leest u informatie over:
In deze nieuwsbrief leest u informatie over:
In deze nieuwsbrief leest u informatie over:
In deze nieuwsbrief leest u informatie over:
In deze nieuwsbrief leest u informatie over:
Klik HIER om naar de nieuwsbrief te gaan.